No way. Keken ze toen naar één scherm?

Deze week wordt in Amsterdam mediabeurs IBC gehouden.

Internet is geen bedreiging, het biedt juist kansen om televisie te moderniseren.

Internet en televisiekijken, dat was altijd water en vuur. De tijd die mensen achter hun computer zitten, kan immers niet besteed worden aan tv-programma’s. Maar op de mediabeurs IBC die deze week in Amsterdam wordt gehouden, blijkt dat het web niet alleen een bedreiging is voor de tv-industrie: het is ook een methode om programma’s nieuw leven in te blazen.

De tv-kijker zit niet meer met een bord eten op schoot, maar met een laptop. Dat is de conclusie van Tom McDonell van het Britse multimediabedrijf Monterosa. Hij werkte samen met zender Channel 4 en productiebedrijf Endemol aan The Million Pound Drop, een spelshow die door het publiek meegespeeld kon worden. De kandidaten waren ook via Facebook (500 miljoen gebruikers) en Twitter (meer dan 125 miljoen gebruikers) geworven. „We hadden ruim 100.000 mensen die via internet meededen. Bij de best bekeken show zat 4,5 procent van onze kijkers tegelijkertijd mee te spelen, om te kijken of ze het beter zouden doen dan de kandidaten.” De scores van de online deelnemers waren in de live-uitzending te volgen en Channel 4 zag zijn marktaandeel tijdens de uitzending verdubbelen.

De multitaskende tv-kijker is sterk in opmars. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat met name jongeren daar goed in zijn: kinderen tussen de 8 en 18 jaar kunnen 10 uur tot 45 uur aan media via verschillende kanalen consumeren in 7,5 uur tijd.

Kijkers gebruiken nu met name de laptop om te multitasken en het is de verwachting dat tablet-pc’s als de iPad dit kijkgedrag nog verder zullen versterken: uit een onderzoek dat het Consumerlab van Ericsson onlangs hield, blijkt dat 37 procent van de ondervraagde tv-kijkers graag een tablet-pc zou gebruiken als luxe afstandsbediening én extra scherm.

De NOS bracht afgelopen zomer al zo’n ‘tweede scherm’-applicatie uit: een overzichtelijke webpagina, speciaal voor de iPad. Daar konden tv-kijkers de statistieken bijhouden van de live voetbalwedstrijden die in Zuid-Afrika werden gespeeld.

Gebruikers die met elkaar kunnen tv-kijken en chatten, dat is in theorie al een tijd mogelijk. Op IBC zijn al enkele jaren set-topboxen te zien die internet integreren op het televisiescherm. Maar typen op het grote scherm is te gecompliceerd; het is veel makkelijker om op een laptop in te loggen op de bestaande sociale netwerken: het miljoenenbereik van Facebook en Twitter is te groot om te negeren.

Dat de tv-kijker van multitasken houdt, blijkt uit de mate waarin Twitter gebruikt wordt om commentaar te geven op politieke debatten, sportwedstrijden of andere liveprogramma’s. Dat getwitter over tv lijkt in veel gevallen op het napraten bij de koffieautomaat, maar dan live en met een veel grotere groep mensen. Facebook werkt regelmatig samen met de Amerikaanse nieuwszender CNN om de kijkers meer bij uitzendingen te betrekken.

Trevor Johnson van Facebook: „We hebben daarvoor de website van CNN gebruikt, voor het eerst tijdens de inauguratie van Obama. Dat was zo’n succes dat we het hebben herhaald bij andere memorabele gebeurtenissen, zoals de begrafenis van Michael Jackson.”

Bij de samenwerking tussen Facebook en CNN wordt geen geld betaald. „Het is een deal waar we allebei voordeel van ondervinden”, aldus Johnson. „CNN trekt meer verkeer op de website, de kijker is meer betrokken bij wat er gebeurt en Facebook verdient meer geld aan advertenties: iedereen wint erbij.”

Simon Nelson, verantwoordelijk voor de digitale platforms van de Britse BBC, ziet het gebruik van sociale netwerken als een redding voor de bestaande programmering: „Het is ook de manier om kijkers te helpen hun weg te vinden in de overdaad aan media die ze aangeboden krijgen.” iPlayer, de BBC-variant van Uitzendinggemist, krijgt daarom ook een extra ‘sociale laag’.