Nederlandse clubs blijven weinig verdienen

Sportieve resultaten zijn meestal niet bepalend voor de inkomsten in de Champions League. Uitzendrechten wel. En die verschillen per land.

De strijd om de miljoenen in de Champions League begint niet vandaag. Die is al grotendeels beslist, hoewel het voetbaltoernooi nog moet beginnen. En de Engelse clubs hebben gewonnen, net als vorig jaar. Het jaar daarvoor trouwens ook.

De Nederlandse kampioen FC Twente, die vanavond tegen de Europese titelhouder Internazionale speelt, en Ajax (morgen tegen Real Madrid) zullen slechts een fractie van de opnieuw gestegen prijzenpot van 758,6 miljoen euro krijgen. Dat staat al vast, zelfs als een van beide clubs de finale haalt. Ook zullen de twee Nederlandse clubs waarschijnlijk minder verdienen dan de 16 miljoen euro die AZ vorig jaar aan de Champions League overhield. En dat was al fors minder dan de 25,6 miljoen euro die PSV een seizoen eerder kon bijschrijven. Tegelijkertijd stijgen de inkomsten van de Engelse clubs nog steeds gestaag.

Sportieve resultaten zijn namelijk meestal niet doorslaggevend voor het bedrag dat clubs met deelname aan de Champions League verdienen. De hoogte daarvan wordt voor een flink deel bepaald door het geld dat de Europese voetbalbond UEFA verdient met de verkoop van de rechten om de tv-beelden uit te zenden. Het bedrag dat clubs op hun rekening ontvangen, is afhankelijk van de prijs die de zenders in hun thuisland hebben betaald. Zo heeft PSV een aantal seizoenen goed verdiend aan het bedrag dat de NOS destijds overhad voor de uitzendrechten.

De vier deelnemende clubs uit de Engelse Premier League mochten vorig jaar samen 83 miljoen euro aan tv-gelden verdelen, een kwart van het totaal. De enige Nederlandse deelnemer, AZ, kreeg zo’n 7,5 miljoen. FC Twente en Ajax moeten de tv-opbrengsten van dit jaar delen, omdat ze per land worden toegekend. De exacte bedragen worden pas na afloop van de Champions League bekend gemaakt, maar de verdeling van vorig jaar geeft volgens de UEFA een goed beeld.

Liverpool, dat al in de groepsfase werd uitgeschakeld, verdiende vorig jaar bijvoorbeeld bijna acht miljoen euro meer dan kwartfinalist CSKA Moskou (zie illustratie). Als AZ de Champions League had gewonnen, dan was de club op ongeveer hetzelfde bedrag uitgekomen: zo’n 30 miljoen euro. En kwartfinalist Manchester United verdiende vorig jaar een miljoen meer dan verliezend finalist Bayern München.

„De verdeling van het prijzengeld in de Champions League heeft een zelfversterkend effect”, zegt sporteconoom Ruud Koning, hoogleraar aan de universiteit van Groningen. „Sinds de invoering van dit systeem in 1997 is de dominantie van de grote voetballanden alleen maar toegenomen.” De afgelopen vijf jaar werden de halve finales van de Champions League uitsluitend gespeeld door grootverdieners uit Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk.

In 1997 werd ook besloten dat er meerdere clubs uit de grote voetballanden mochten meedoen aan de Champions League, omdat die zich dreigden zich af te splitsen. Gevolg was dat voetballen in die landen nog aantrekkelijker werd. Spelers op zoek naar prestige en geld in het belangrijkste Europese clubtoernooi kunnen ook bij de nummer vier van de competitie spelen, in plaats van bij de landskampioen. Koning: „Dat heeft de dominantie van die clubs weer vergroot.” 

Koning wil de verdeling van de tv-gelden niet kwalificeren in termen van eerlijkheid. „Want wat is eerlijk? Dat elke deelnemer een even grote kans heeft op winst en het prijzengeld? Of is het eerlijk dat clubs uit een land waar meer betaald wordt voor de tv-rechten meer verdienen en een grotere kans hebben op deelname?” Bovendien: Als Real Madrid regelmatig vroeg wordt uitgeschakeld, kost dat kijkers en sponsoren. En de gevolgen daarvan treffen ook de andere clubs.

Volgens Koning is het Europese topvoetbal in zekere zin meer entertainment dan sport geworden. „Als het alleen te doen was om de sport, dan zou het prijzengeld anders verdeeld moeten worden.” Wel meent hij dat de Champions League-gelden een verstorend effect hebben op nationale competities, wegens de enorme bedragen die er in het Europese clubtoernooi te verdienen zijn. Zelfs clubs die alle zes poulewedstrijden verliezen, verdienen al 7,2 miljoen euro aan wedstrijdpremies. Het grote geld versterkt de machtspositie van de topclubs. Zo is Tottenham Hotspur pas de eerste club in vier jaar die de hegemonie van Manchester United, Arsenal, Chelsea en Liverpool heeft doorbroken. „Ook is het aanlokkelijk te gokken op deelname door aan het begin van het seizoen meer begrotingsrisico te nemen.” Dat draagt bij aan de onevenwichtigheid.

Zelfs deelname aan de voorrondes is voor sommige clubs van levensbelang. In het kwalificatietoernooi zijn een aantal ploegen, met name uit Oost-Europa, elk seizoen van de partij. Een van die clubs is Levadia Tallinn uit Estland. Levadia is de afgelopen vier jaar landskampioen geworden. Het bedrag dat de club als titelhouder krijgt voor deelname aan de voorrondes is van grote invloed.

„Vorig seizoen zijn we tot de derde voorronde doorgedrongen. Dat heeft ons ongeveer een half miljoen euro opgeleverd, wat zestig procent van ons jaarbudget is”, zegt Indrek Petersoo van Levadia. In een competitie met een gemiddeld toeschouwersaantal van onder de tweehonderd en uitblijvende belangstelling van sponsoren geeft dat geld Levadia een enorm voordeel, bevestigt Petersoo. „Het is natuurlijk geen garantie voor succes. Maar het is zeer belangrijk, want wij investeren het geld in onze opleiding en trekken er goede spelers van andere clubs mee aan.”