Limburg versoepelt aanbestedingsregels

De Provincie Limburg wil vaker onderhands gaan aanbesteden om lokale bedrijven een grotere kans te geven op opdrachten. Het gaat om leveringen en diensten onder de 193.000 euro (de drempel is nu 100.000 euro) en werken onder de 4.845.000 euro (nu 250.000 euro). Klussen onder de 50.000 euro kunnen zonder aanbesteding aan een bedrijf worden gegund.

Bij een onderhandse aanbesteding moeten minimaal drie gegadigden worden gevraagd. Bij een openbare aanbesteding mag iedereen meedingen.

Volgens de provincie levert het nu voorgestelde beleid tijd- en efficiencywinst op, omdat er minder offertes hoeven te worden beoordeeld. Bovendien zou in tijden van crisis de nadruk te veel liggen op concurreren op prijs ten koste van kwaliteit.

Bij onderhandse aanbestedingen zouden ook kleinere bedrijven meer kans maken. Bovendien kunnen ze sneller aan het werk vanwege kortere procedures.

Het huidige, scherpe aanbestedingsbeleid ontstond na een reeks van corruptieaffaires in de jaren negentig. Het toenmalige provinciebestuur prees het vaker openbaar aanbesteden toen aan vanwege „de doorzichtigheid van procedures” en „de gelijkwaardige concurrentie, gebaseerd op kwaliteitseisen”, zowel technisch als financieel.

Ook de laatste jaren kreeg Limburg te maken met enkele affaires. Een ambtenaar van de afdeling wegen werd gearresteerd op verdenking van het aannemen van steekpenningen van Janssen de Jong Infra. Gedeputeerde Herman Vrehen (Economische Zaken, CDA) trad af nadat bleek dat zijn moeilijk verkoopbare woning was gekocht door een bedrijf dat was ingeschakeld door een aannemer. Van dezelfde man kreeg de bestuurder een paard ‘te leen’. Een makelaar/projectontwikkelaar verrichtte onbetaald diensten voor Vrehen.

Provinciale Staten moeten nog instemmen met het nieuwe beleid.