Is dat nou nodig, al die verlichting langs de weg?

Het zoontje van Eefju Mevis uit Hilversum wijst zijn moeder vanuit de achterbank in de auto geregeld op lantaarnpalen die overdag aan staan langs de snelweg. Eefju Mevis vraagt zich af: „Is dat echt nodig? Kan dat niet veel duurzamer?”

Verlichting langs de weg zorgt voor meer veiligheid. Ook overdag, zegt Bob Hamel. Hij is adviseur bij de Dienst Verkeer en Scheepvaart van Rijkswaterstaat. „Dat blijkt uit meerdere onderzoeken.” Van de ruim 2.300 kilometer snelweg in Nederland wordt meer dan duizend kilometer verlicht. Soms 24 uur per dag, meestal minder.

De lampen worden niet zomaar lukraak geplaatst. Hamel: „Wij plaatsen pas verlichting bij een verwachte verkeersintensiteit van minstens 1.500 motorvoertuigen per uur, per rijstrook, in het gemiddelde spitsuur, per werkdag.” Neem bijvoorbeeld de A28 tussen Haren en Groningen. Daar staan de lichten 24 uur per dag aan. „Het is er druk en er gebeuren veel ongelukken. Met meer licht maken we de verkeerssituatie veiliger.”

Rijkswaterstaat houdt in de gaten wanneer er sprake is van onnodig kunstmatig licht. En dan plaatsen we dynamische lampen, vertelt Hamel. Die passen zich aan: ze schijnen feller bij slecht weer, bij veranderde verkeersomstandigheden of werkzaamheden. „Zo hebben buurtbewoners ook het minst last van het licht.”

Toch wordt er veel geklaagd over zogenoemde „lichtvervuiling”, zegt Anita Direcks, woordvoerder van de milieuorganisatie Natuur en Milieu. „We merken dat het onderwerp erg leeft.” Vooral mensen die naast de snelweg wonen, klagen er vaak over. Lampen die overdag aanstaan, dat vinden ze energieverspilling.

Rijkswaterstaat dimt overdag de verlichtingsinstallaties tijdens rustige uren tot twintig procent. Hamel: „De nieuwe lantaarnpalen die we plaatsen zijn bovendien voorzien van LED-lampen, die zijn twee keer zo zuinig als normaal. En in natuurgebieden worden de lantaarnpalen ’s nachts helemaal uitgezet.”

Dieren hebben last van het licht van lantaarnpalen ’s nachts. Hun bioritme wordt verstoord, vertelt Direcks. Zo zijn er 200 soorten nachtvlinders die gebaat zijn bij totale duisternis. „Ze eten in het donker, ze paren in het donker. Van als dat licht raken die beesten helemaal gedesoriënteerd.”

Een onderzoek in opdracht van Natuur en Milieu wijst uit dat de Nederlandse nacht ieder jaar drie procent lichter wordt. Dericks: „Het genieten van een volle sterrenhemel is dus bijna onmogelijk geworden.”

Ivo Buigues Nieuwenhuizen