Houdt echt níemand van die partij?

De coalitieonderhandelingen voor een kabinet gaan door, met de rechtse partijen.

De PvdA krijgt van links én rechts klappen. Maar waar komt die haat vandaan?

Het is eenzaam voor PvdA’ers in Den Haag. Bij het CDA kunnen ze hun bloed drinken, de VVD-achterban heeft een taboe uitgevaardigd op formatiebesprekingen met de partij en op de flanken van het politieke spectrum fungeert de woede op de sociaal-democraten als aanjager van nagenoeg ieder maatschappelijk engagement. PvdA’ers zijn schuldig aan „de uitverkoop van Nederland” (SP) en aan de problemen met de multiculturele samenleving (PVV).

Voor CDA’ers raakten de onderlinge verhoudingen verstoord in „het rampzalige vorige kabinet”, zoals de Leidse hoogleraar vaderlandse geschiedenis Henk te Velde het noemt. CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen markeerde die verstoorde verhouding nog eens, vorige week. In een plenair debat gaf hij toe nog liever met gedoogsteun van de PVV van Geert Wilders te regeren dan in een coalitie met de Partij van de Arbeid.

Hoewel ze zelden tot zulke hoogten stegen, zijn de ergernissen van CDA’ers niet van vandaag. De klachten: PvdA’ers komen altijd terug op gemaakte afspraken, gunnen je niets en hun morele superioriteit is niet te harden.

Emeritus hoogleraar politieke filosofie Herman van Gunsteren, die in het afgelopen jaar veel rondliep op het Binnenhof, herkent dat beeld van PvdA’ers. Hij vat het samen als: „Humorloze, op macht georiënteerde betweters.”

Dat één partij zoveel ergernis oproept, kan verstrekkende gevolgen hebben. De vorming van een paars kabinet in de jaren negentig werd mogelijk door de grote weerzin, destijds, tegen „de machtsmachine” CDA. Nu lijkt een paarse combinatie onmogelijk omdat niet het CDA maar de PvdA de meest gehate partij is.

Sentimenten op het Binnenhof staan natuurlijk niet los van de maatschappelijke context. Historicus Rob Hartmans laat in zijn onlangs verschenen boek Lang leve de linkse kerk zien hoe het vanzelfsprekende gelijk van links van dertig jaar geleden is vervangen door een even vanzelfsprekend gelijk van rechts nu. „Rechts Nederland leeft nu met de verbijsterende zekerheid dat de geschiedenis aan hun kant staat. Links, en met name de PvdA, staat voor een vermolmde, achterhaalde wereld van een ten dode opgeschreven establishment.”

Vandaar ook een verschuiving in de verwijten aan PvdA’ers, zegt Hartmans. Potverteerders en onderwijsvernielers waren ze ook al in de tijd dat Hans Wiegel de VVD leidde. Baantjesjagers, multicultiknuffelaars en zakkenvullers zijn relatief nieuwe aantijgingen. Hartmans: „En die nieuwe verwijten zijn spiegelbeeldig aan die links in de jaren zeventig in stelling bracht tegen rechts.”

Ook Te Velde interesseert zich voor die „totale omkering van fronten”. Te Velde: „Het verwijt aan de PvdA regentesk te zijn, was in de jaren zeventig ván PvdA’ers. En neem de maakbaarheidsgedachte. Die ligt nu helemaal bij Wilders, die de samenleving wel even verbouwt. De PvdA zegt daarop: maar dat kan toch allemaal niet? De grote verwachtingen van wat de politiek allemaal vermag, is helemaal omgeslagen, van links naar rechts.”

Hartmans geeft een verklaring. Tot het einde van de jaren zestig bestond in de sociaal-democratie een gezonde spanning tussen individu en gemeenschap. „Maar toen koos de partij radicaal voor de ontplooiing van het individu. De PvdA ging helemaal mee in de cultuur van het ik-tijdperk, en later in de logische uitwerking daarvan, het neoliberalisme. De partij komt nu van een koude kermis thuis. Want maak eerst eens een generatie van individualisten om daarna aan te komen met waarden als solidariteit en gemeenschapszin.”

PvdA-politici herkennen zich in het beeld van nieuwe conservatieven. Kamerlid Martijn van Dam: „De generatie voor mij heeft zich met een vrijzinnige agenda gekeerd tégen conservatieven, tégen het burgerfatsoen dat mensen in bedwang hield, terwijl de PvdA nu staat voor het behoud van een zeker fatsoen. We zijn in het defensief gedrongen omdat ideeën als gelijke behandeling en gelijke kansen onder druk staan.”

Van Gunsteren laakt die stilstand. „Morele oordelen kunnen niet zonder waarnemingen. PvdA’ers zijn slecht in het detecteren van nieuwe misstanden. En als ze er al een zien, geven ze direct een oude oplossing. Denk eerst, zou ik zeggen. Dat voorkomt een hoop van de hoon.”

Dat denken is volgens hem een probleem. „Vroeger grossierden ze in diepgravende analyses, nu hebben ze alleen nog iemand als René Cuperus.”

Die ziet de aanvallen van alle kanten komen. Ingrediënten: linkse kerk, bestuurders die elkaar baantjes toeschuiven, Koninklijk Huis-links, met vicepresident van de Raad van State Tjeenk Willink als ideale kop van jut. PvdA-ideoloog Cuperus wijst op een zekere mate van karikaturalisering. „Neem De Telegraaf. Daar beleven ze zoveel plezier aan PvdA-bashing, dat ze de macht van de partij enorm uitvergroten, op het belachelijke af. Dat zanikt lekkerder.”

Cuperus is overigens de laatste om te ontkennen dat de PvdA de verwijten over zichzelf heeft afgeroepen. Maar hij kan ook verzachtende omstandigheden aanvoeren. In zijn boek De wereldburger bestaat niet liet hij zien hoe volkse en elitaire krachten de PvdA altijd al verdelen. Cuperus: „Dat beperkt de manoeuvreerruimte. Te elitair? Dan keert de onderklasse zich af. Te volks, en dus hard in het integratiedebat? Dan trekken kiezers massaal naar D66 of GroenLinks. In een tijd van homogene standpunten heeft zo’n ambigue partij het niet makkelijk.”

Terug naar de actuele politiek. Die gespletenheid, beweert SP-Kamerlid Ronald van Raak, heeft zijn weerslag op de manier van politiek bedrijven. „Lokaal zie je dat partijen allengs liever zaken doen met ons dan met de PvdA. Bij ons moeten ze meer water bij de wijn doen, dat is waar, maar dan weten ze ook dat afspraken worden nagekomen. Dat is bij de PvdA anders, omdat ze daar niet weten wie ze zijn. De partij heeft afstand genomen van het socialisme, maar daar is nog niets voor in de plaats gekomen. Kiezen is dan moeilijk, bij iedere beslissing weer.”

Zolang die onzekerheid voortduurt, verwacht Van Raak, gaat de ridiculisering door, de karikaturisering en zelfs woede. Met als ultieme consequentie, zo liet Verhagen vorige week zien, dat een partij die inhoudelijk dichtbij staat liever samenwerkt met de PVV van Wilders dan met hen. Cuperus: „Er moet iets gebeuren. Het antwoord ‘wij zijn tenminste fatsoenlijk’ is op de langere lange termijn geen levensvatbare strategie.”