Hoofdprijs in Europa is niet altijd voor winnaar

Wie denkt dat vandaag de strijd om de miljoenen in de Champions League begint, zit verkeerd. Die strijd is al beslist, hoewel het toernooi nog moet beginnen. En de Britse voetbalclubs hebben gewonnen, net als vorig jaar. En het jaar ervoor trouwens ook. De cijfers van dit jaar zijn nog niet vrijgegeven.

Het zijn namelijk meestal niet de sportieve resultaten die doorslaggevend zijn voor het geld dat voetbalclubs met deelname aan de Champions League verdienen, maar de opbrengst van de verkoop van de tv-uitzendingen. Daarmee wordt ongeveer de helft van de prijzenpot van de Champions League (vorig jaar in totaal 746,4 miljoen euro) gevuld.

De tv-gelden die clubs vervolgens op hun rekening krijgen bijgeschreven, zijn afhankelijk van de bedragen die tv-zenders in hun thuisland betalen voor de uitzendrechten. In Engeland levert de verkoop van Champions League-uitzendingen veel meer op dan in Nederland.

Gevolg van dit systeem is dat Liverpool, dat al in de groepsfase werd uitgeschakeld, bijna acht miljoen euro meer verdiende dan kwartfinalist CSKA Moskou. En Manchester United verdiende een miljoen meer dan verliezend finalist Bayern München.

Sinds de invoering van dit systeem in 1997 is de dominantie van clubs uit de grote voetballanden (Engeland, Spanje, Italië, Duitsland en Frankrijk) alleen maar toegenomen. Vanavond debuteert de Nederlandse kampioen FC Twente tegen Inter.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de graphic over de verdeling van de prijzenpot van de Champions League van vorig seizoen (dinsdag 14 september, pagina 14), stond Standard Luik ingedeeld bij de laatste 16. Dit klopt niet, de Belgische ploeg werd in de groepsfase uitgeschakeld.