Het pensioen als een grote, witte walvis

Aandelenbeleggingen hebben tot nu toe niet alleen weinig zin gehad voor de pensioensector, ze zijn waarschijnlijk ook schadelijk geweest.

Tien jaar geleden is het deze maand, maar reden tot feest is er niet. Op 4 september 2000 sloot de AEX-index op een recordstand van 701,56 punten. Vanmorgen stond hij op 335 punten. Dat is even hoog als aan het einde van februari 1997 – meer dan 13 jaar geleden. Alsof er sprake is van een bovennatuurlijke timing valt de verjaardag van het koersrecord op het Damrak samen met de recente jobstijding over de pensioenfondsen. Hun dekkingsgraad is zo beroerd, dat openlijk wordt nagedacht over het verlagen van de uitkeringen.

Pensioenfondsen wijten hun huidige problemen met hun dekkingsgraad aan de lage rekenrente van dit moment en het probleem dat mensen steeds ouder worden. Aan dat laatste is het nodige te doen: het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd om de verhouding tussen het werkzame en het gepensioneerde bestaan weer in evenwicht te brengen. De rekenrente is een geval apart. Die is extreem laag, en zorgt voor problemen. Maar dat is niet het hele verhaal.

Wat tot nu toe buiten beschouwing bleef, zijn de desastreuze aandelenbeleggingen. In de jaren negentig kregen de fondsen de vrijheid om hun kapitaal naast in rentedragende leningen ook in aandelen te steken. Heeft het ze wat opgeleverd? Het antwoord is: nee. Een belegging in langjarige Nederlandse staatsleningen heeft, gemeten met JP Morgans toonaangevende index, sinds 1995 hetzelfde opgeleverd als een belegging in Nederlandse of Europese aandelen, en zelfs meer dan een wereldwijde belegging teruggerekend naar euro’s. Dat is inclusief herbelegd rendement. Stel je voor: grote onderzoeksafdelingen zijn opgezet, dure krachten ingehuurd en de aandelenbeleggingen vaak zijn uitbesteed aan peperdure – vaak Britse of Amerikaanse – vermogensbeheerders. En dat allemaal terwijl een simpele belegging in Nederlandse, Duitse of Amerikaanse langjarige leningen zo’n beetje hetzelfde had opgebracht.

Het geheel doet denken aan Moby Dick van Herman Melville. Een gevangen potvis (het pensioen) hangt langzij de houten walvisvaarder Pequod, terwijl de bemanning (betalers en pensioentrekkers) haast maakt met het verwijderen van de gekoesterde speklaag. Hun gejaagdheid is begrijpelijk: een wilde horde haaien vreet intussen aan de onderkant van het beest mee.

De schade van de aandelenbeleggingen is overigens groter. Naarmate de jaren negentig vorderden en de aandelenkoersen stegen, kwamen veel pensioenfondsen ogenschijnlijk in een luxe positie van overdekking. Het gevolg: zeer lage premies, zelfs ‘premievakantie’ en hier en daar zelfs teruggave van overtollig kapitaal aan de onderneming. Toen de koersen daarna structureel daalden opende zich het gapende gat van de dekkingsgraad.

Hoezeer de sector zich op de aandelenkoersen verkeek, kan worden geïllustreerd met de methode die de Amerikaanse econoom Robert Shiller (die zowel de dotcomcrisis als de woningcrisis voorzag). Daarbij wordt een koers-winstverhouding gehanteerd (de aandelenkoers gedeeld door de winst per aandeel) op basis van de gemiddelde winst per aandeel over de afgelopen tien jaar. Dat laat zien hoezeer de koersen destijds overgewaardeerd waren.

De falende dekkingsgraden van nu worden gepresenteerd als een natuurverschijnsel. Dat zijn ze niet. Ze zijn het gevolg van welbewust beleid. De sector heeft het exacte karakter van het actuariaat vermengd met de alchemie van het beleggen, met het inmiddels bekende resultaat.

Dat de pensioenfondsen nu zelf zeggen dat er eigenlijk niets aan de hand is, en gerekend mag worden op de prestaties van hun beleggingen, zegt niets. Zouden ze het in het ‘nieuwe normaal’ van de toekomst beter doen?

Het pleidooi om de rekenrente dan maar op een hoog niveau vast te pinnen is vergelijkbaar met een minister van Financiën die een dreigende begrotingstekort wegwerkt met een ongeloofwaardig hoge voorspelling van de groei.

Verwacht geen beterschap. De verantwoordelijken – werkgevers en vakbonden – vinden elkaar in een van de laatste bastions van het corporatisme. Nederland heeft een pensioenstelsel waar de rest van de wereld jaloers op is. Maar de afgunst had nog veel groter kunnen zijn.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.