Gestemd met hulp van God

58 procent van de Turken heeft zondag gestemd voor 26 grondwetswijzigingen.

Het is pas een eerste stap naar volgroeide democratie. „Turkije is er nog lang niet.”

„Ze moeten gestopt worden, koste wat kost”, klonk het zondag nog bij het referendumstembureau. Dat was de mening van nee-stemmers als Atilla Atalay, op gympen en in jeans eenvoudig te herkennen als een seculiere Turk met een diep verankerd wantrouwen jegens de regering van premier Erdogan en zijn gelovige achterban. „Dit zijn geen mensen. Ze bedriegen ons.”

Zo praten niet-gelovige moslims over gelovige moslims in Turkije. Maar dat wantrouwen tegen de opkomende islamitische middenklasse verloor het gisteren van het geloof in de hervormingen van de Grondwet die de afgelopen 28 jaar het seculiere karakter van Turkije moest bewaken. 58 procent stemde voor 26 verschillende grondwetswijzigingen, ook al gaven veel kiezers toe de inhoud niet precies te kennen. „Ik heb gestemd met de hulp van God”, zei ja-stemmer Hassan Turkoglu.

Die uitslag wordt hier uitgelegd als een stem van vertrouwen in het beleid van de regering, nu acht jaar aan de macht. Erdogan kan met vertrouwen volgend jaar de verkiezingen tegemoet zien. De premier ziet in de overwinning „het verlangen naar democratie” bevestigd. „Dit is een ‘ja’ voor volgroeide democratie en een ‘ja’ voor meer vrijheid. De 12de september zal de geschiedenis ingaan als een keerpunt.”

Dat kan zo lijken, maar de grondwetswijzigingen die nu kunnen worden doorgevoerd zijn pas een kleine, eerste stap. De wijzigingen schrappen weliswaar het artikel dat vervolging van de plegers van de militaire staatsgreep in 1980 onmogelijk maakte. Maar de misdrijven zijn verjaard en de kans op vervolging is nihil. Ook wordt het aantal rechters in het machtige Constitutionele Hof uit gebreid met drie die door het parlement worden benoemd, zoals in andere Europese landen gewoon is. Maar dat parlement is nog geen afspiegeling van de maatschappij. De kiesdrempel is on-Europees hoog (10 procent) waardoor partijen voor minderheden geen kans maken. En het artikel dat het verbieden van politieke partijen mogelijk maakt, zoals tientallen keren gebeurde, blijft gehandhaafd.

„Het is belangrijk dat dit referendum is gehouden. Wij vinden inderdaad dat de Grondwet moet worden aangepast”, zegt Europarlementariër Emine Bozkurt desgevraagd. „Maar Turkije is er nog lang niet.”

Het referendum rekende niet af, maar onderstreepte eerder de polarisatie in Turkije en ook de onvrede over het uitblijven van de hervormingen die de AK-regering al acht jaar in het vooruitzicht stelt. In het zuidoosten werd gisteren stevig geknokt met de oproerpolitie. De Koerdische partij BDP had opgeroepen tot een boycot van het referendum omdat geen van de grondwetswijzigingen iets verandert aan de status van Koerden als tweederangs burgers. De voorganger van de BDP, de DTP, werd vorig jaar verboden. De Koerden doen nog altijd niet mee aan deze hervormingen.

Premier Erdogan beloofde dat zijn overwinning het groene licht is voor meer hervormingen. Hij nodigde alle politieke partijen uit om samen over een compleet nieuwe grondwet te praten. De Republikeinse Volkspartij, CHP, die in de campagne de seculiere nee-stemmers aanvoerde, heeft daar oren naar. Haar nieuwe leider, Kemal Kilicdaroglu, sloeg in de campagne een heel andere toon aan dan zijn barse voorgangers. Hij vreesde weliswaar dat de voorgestelde grondwetswijzigingen de macht van de regering vergroten, maar hij is voor een nieuwe grondwet en een dialoog met de Koerden. Ongehoord liberale standpunten binnen de CHP, opgericht door de grondlegger van de moderne Republiek Turkije, Mustafa Kemal Atatürk.

Zowel bij de nee-stemmers als de ja-stemmers was te horen dat het referendum het begin van het einde van die kemalistische ideologie heeft ingeluid. „Dit is in elk geval het einde van een tijdperk”, bevestigt desgevraagd Ilter Turkmen, minister van Buitenlandse Zaken begin jaren tachtig, de tijd van de junta. Staatsgrepen als toen zijn nu ondenkbaar. Militairen moeten verantwoording afleggen. „Dit referendum bewijst dat democratie werkt in ons land.”

Het grootste gevaar nu is triomfalisme bij de regeringspartij, vreest oud-Europarlementariër Joost Lagendijk, nu docent aan de Sabanci Universiteit. „Er is een zware slag toegebracht aan degenen die geloven in de oude staatsideologie. Maar het is niet handig om dat nu te vieren. Het debat over een hele nieuwe grondwet moet nog gevoerd worden. En daarvoor moet iedereen om de tafel.”