Er is nu wel genoeg geschoten

Antilliaanse jongens en mannen zijn impulsieve macho’s die zich snel in hun eer aangetast voelen.

Hun manier van leven werkt geweld in de hand.

Drie schietpartijen waarbij Antillianen betrokken zijn in drie weken. Overdag op een plein (Rotterdam), tijdens een festival (Arnhem), vroeg in de ochtend voor een partycentrum vol feestgangers (Zoetermeer). En dan in juli nog een dodelijke steekpartij in Rotterdam-Noord. Met een nonchalance en vanzelfsprekendheid die voor grote verwarring zorgde.

Wat is er aan de hand? Is het een toevallige opeenstapeling van incidenten of zijn Antilliaanse mannen extreem gewelddadig?

Dé Antilliaan bestaat niet, waarschuwen deskundigen direct. Maar over het profiel van de schietgrage (jonge) mannen blijkt toch wel iets te zeggen. Allereerst dat ze niet tot de geslaagde Antillianen behoren. Want die zijn er ook. De Rotterdamse stadsmarinier Jan de Kloet is er voor de aanpak van de ‘probleem-Antillianen’.

Tot halverwege de jaren negentig bestonden die nauwelijks in Nederland. Antillianen kwamen tot die tijd vooral voor studie naar Nederland. In Nederland wonen zo’n 130.000 Antillianen, in Rotterdam 20.000.

Problemen ontstonden pas toen de Shell-raffinaderij én de scheepsreparatie op Curaçao sloten. Arme, werkloze, slecht opgeleide Antillianen zochten in Nederland een beter leven. Vorige week bleek dat een deel van de Tweede Kamer Antilliaanse probleemjongeren gemakkelijker wil kunnen terugsturen.

Een deel van hen bezorgt de politie veel werk, zegt Martine Vis van de politie Rotterdam-Rijnmond. Vis zit in de korpsleiding en is al jaren verantwoordelijk voor de Antillianen-aanpak in de regio. Antillianen zijn oververtegenwoordigd als het gaat om overlast en geweldsdelicten, zegt Vis. Landelijk zijn ze ook zeer aanwezig in de drugscriminaliteit, al neemt dat de laatste jaren af.

Antilliaanse jongens en mannen zijn veel op straat. Ze hebben vaak kinderen bij verschillende vrouwen, hoppen van de een naar de ander maar hebben geen vaste verblijfplek. Op straat overheerst de machocultuur. Er is een enorme hang naar uiterlijk vertoon, zegt Marion van San, hoogleraar jeugd en educatie aan de Universiteit Utrecht. Zij deed jarenlang onderzoek naar Antillianen. „Met gouden kettingen en dure merkkleding verdien je het respect van de groep. En met de uitstraling dat je niet bang bent en overal schijt aan hebt.”

Op het Oleanderplein in Rotterdam-Zuid vertellen Turkse bewoners over het intimiderende gedrag van de Antillianen die er in de zomer elke avond samenkomen. Ze plassen openlijk tegen de huizen rond het plein. Ze bergen met een groot gebaar hun geslacht op en knopen hun broek dicht terwijl ze teruglopen naar hun vrienden. „Alsof ze willen dat wij alles zien.” Als deze machomannen zich in hun eer aangetast voelen, volgt vergelding.

Over de proportionaliteit en de consequenties wordt niet nagedacht, zegt Vis. „De drempel om geweld te gebruiken ligt bij Antilliaanse Nederlanders lager dan bij andere groepen.” In de Oleanderstraat werden twee Turkse mannen neergeschoten die een wildplasser aanspraken. Na een woordenwisseling wandelde een Antilliaan naar een auto, pakte een wapen uit de achterbak, wandelde terug en schoot.

Vis ziet die impulsiviteit terug in de overvallen en straatroven. „Het is vaak onvoorbereid. Ze gaan stappen en denken: hé, ik heb geld nodig. Ze zien iemand met een tas. Hup, straatroof. Ze denken er niet eens aan hun gezicht te verbergen.”

Lopen deze jongens allemaal met een wapen op zak? Zeker niet, zegt Martine Vis. Bij Antillianen circuleert vaak een wapen binnen een groep. „Iedereen kent wel een matti (vriend) met een wapen.” Vaak komt na een ruzie de reactie een half uur of een dag later. Zoals die Antilliaan die een ander beledigde in een rap. Een paar dagen later reed de persoon die zich miskend voelde langs bij de rapper. Raampje open. Poef. Dood. Geen gesprek. Niets. Meteen schieten.

Het gaat om jongens die niets te verliezen hebben, zegt Van San. Als je een baan hebt en een gezin haal je daar je gevoel voor eigenwaarde uit. Dan heb je minder de neiging om je eer te verdedigen met een wapen. Glenn Helberg, voorzitter van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders denkt dat ook en gaat nog een stapje verder. „Je schiet alleen maar iemand dood als je zelf pijn hebt. Deze mensen zijn nazaten van de slaven in de koloniën. Dat doet iets met de geest van mensen. Van slachtoffer word je makkelijker dader.”

En dan is er nog iets: de criminele carrière van Antillianen is het langst van alle bevolkingsgroepen. Marokkaanse jongens zijn net als Antilliaanse jongens oververtegenwoordigd in de criminaliteit, blijkt uit de statistieken. Maar de meeste Marokkanen stoppen als ze trouwen en kinderen krijgen. Antillianen gaan door.

Crimineel gedrag en wapenbezit moeten hard worden afgestraft, vindt Vis. Maar met alleen repressie kom je niet aan de wortel van het probleem. Het is de taak van De Kloet om allerlei partijen (schuldsanering, arbeidsbureau, opvoedingsondersteuning, taallessen) te mobiliseren om samen te werken.

In zijn kantoortje in Rotterdam-Zuid kunnen Antillianen terecht voor hulp. „Ze snappen soms niets van Nederland”, zegt De Kloet. „Onderschat ook het taalprobleem niet.” Hij vertelt over een man die binnenstapte met een zak ongeopende post van een jaar. Dít is mijn probleem, zei hij.

De aanpak blijft lastig omdat een duurzame oplossing een ingrijpende verandering van leefwijze betekent. Antilliaanse moeders krijgen vaak jong kinderen – kinderen bij verschillende mannen betekent ook weer respect – en staan vervolgens alleen voor de opvoeding. De moeder kan de kinderen geen structuur bieden, de vader is afwezig. Er is vaak weinig geld. En zo is de cirkel rond.

Volgens Marion van San is de enige oplossing een robuust en structureel programma dat zich richt op Antilliaanse meisjes en vrouwen. Zij moeten heel strak worden gecoacht om via een opleiding en werk een eigen inkomen te vergaren. Moeders zouden opvoedingsondersteuning moeten krijgen, zodat ze hun kinderen structuur bieden en buiten de criminaliteit houden. Volgens Van San is het geld dat later wordt geïnvesteerd in allerlei projecten, zoals heropvoeding van criminele jongeren, weggegooid.

Maar de mentaliteit blijft bestaan. Ondernemerszin is er niet. In Rotterdam-Zuid waar veel Marokkanen, Turken en Antillianen wonen, stikt het van de Turkse en Marokkaanse winkels. Antillianen met een bedrijfje zijn op één hand te tellen. Op Curaçao is dat hetzelfde, zegt Marion van San. „Iedereen zou iets extra’s kunnen gebruiken maar niemand zet een tafeltje langs de weg en verkoopt sap. Mogelijk valt dat ook te verklaren uit het slavernijverleden”, zegt Van San. „Zo van: ik zit in de ellende en daar is niets aan te doen. Je ziet dat zelfs terug in de taal. Als de bus voor je neus vertrekt, zegt je niet: ik heb de bus gemist. Maar: de bus heeft mij verlaten.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Op de cover van gisteren, met de kop Er is nu wel genoeg geschoten, stond deze foto van de Antilliaanse rapper Pharao, afkomstig uit het filmpje Stop the Violence, waarin Antillianen zich uitspreken tegen geweld. Hoewel de herkomst van de foto op de cover vermeld stond, liet Pharao de redactie gisteren weten dat hij zich toch in verband gebracht voelt met schietpartijen of andere vormen van geweld. Hij wil benadrukken dat dit absoluut niet het geval is. „Dit gaat in tegen alles waar ik voor sta, als persoon en als artiest.” Lees meer over Pharao op son-of-ra.nl