De duiven-man heet Lodewijk

De duivenman heeft een naam gekregen. Al sinds eind juli fungeert hij – op zijn fiets met de twee duivenkooien voorop en de korf vol duiven achterop – als blikvanger voor de fototentoonstelling De Jordaan, die tot eind oktober te zien is in het Stadsarchief in Amsterdam. Op alle affiches en op het omslag van het begeleidende fotoboek staat hij afgebeeld zoals hij in de jaren zestig werd gefotografeerd door Dolf Toussaint. Maar toen op deze Achterpagina vervolgens de vraag rees wie hij was, bleek niemand zijn identiteit te kennen. Toussaint wist het niet, het Stadsarchief evenmin en zelfs organisator Jan de Bie van het jaarlijkse Jordaanfestival, die nagenoeg alle buurtbewoners kent, moest het antwoord schuldig blijven.

Wel stuurde lezer Simon Fuks, nadat hier melding was gemaakt van ’s mans anonimiteit, een fraaie foto die hij rond 1971 maakte op de zaterdagse duivenmarkt op de Noordermarkt. In de marktkoopman die daar druk doende was met zijn duiven, herkende Fuks de fietser. Zijn naam bleef echter een raadsel.

Totdat het Stadsarchief kortgeleden werd benaderd door een dochter van de duivenman. Hij blijkt Lood (voluit Lodewijk) Jaring te heten. Hij woonde niet in de Jordaan, maar op Wittenburg, een ander Amsterdams stadsdeel – en hij was wellicht op weg naar huis toen Toussaint hem fotografeerde. Nader onderzoek leert bovendien dat de duivenhandel voor Jaring hoofdzakelijk een hobby was. Veel handel vond er op die markt niet plaats; men kwam er vooral voor het onderlinge contact. Op werkdagen was Jaring classificeerder in de Amsterdamse haven. Hij stierf in 1984. Zijn duiven zaten in verschillende manden, vertelt de dochter. De ene mand was voor de goede vliegers en de andere voor het gevogelte dat geen toekomst meer had: „Die werden dan opgegeten. Maar niet door mijn vader; zijn eigen duiven opeten kon hij niet”.