'China en Coca Cola hebben één belang'

De kritiek op China dat buitenlandse investeerders er niet welkom zijn, is onterecht. Tenminste, dat zegt de Chinese premier Wen Jiabao.

De Chinese premier Wen Jiabao blijkt goed geluisterd te hebben naar de luide protesten van Europese en Amerikaanse bedrijven over de toegang tot de Chinese markt voor overheidsopdrachten. Tijdens het World Economic Forum (WEF) in zijn geboortestad Tianjin erkende Wen dat „de wetten en de regels voor buitenlandse bedrijven niet altijd even duidelijk zijn”.

Maar, zo verzekerde hij gisteren, buitenlandse bedrijven met vestigingen in China zullen voortaan behandeld worden alsof zij Chinese bedrijven zijn. Voor zover de uit 2009 daterende Chinese wetgeving voor het gunnen van overheidsopdrachten (in 2010 meer dan 100 miljard euro) aangepast moet worden zal dat ook snel gebeuren, zei Wen tegen zijn gehoor van Aziatische en Westerse CEO’s.

„China is voor de lange termijn gecommitteerd aan een open markt voor buitenlandse bedrijven en buitenlandse investeringen. Over het geheel genomen heeft dat buitenlandse bedrijven geen windeieren gelegd”, aldus de premier.

Hij voegde er aan toe dat China de afgelopen vijftien jaar voor bijna 1000 miljard dollar aan buitenlandse investeringen heeft aangetrokken. Dit jaar zal de grens van 100 miljard dollar per jaar doorbroken worden.

Wen reageerde tijdens het ‘Zomer Davos’ van het World Economic Forum op kritische rapporten (van de Kamer van Koophandel van de EU in China) en verwijten over oneerlijke Chinese praktijken van Jurgen Hambrecht, bestuursvoorzitter van BASF en diens collega Peter Loscher van Siemens.

Kern van de kritiek op China is dat buitenlandse bedrijven, al dan niet met vestigingen in China, worden buitengesloten omdat zij niet voldoen aan het criterium dat zij aan „binnenlandse innovatie” moeten doen. Bovendien worden buitenlandse bedrijven verplicht verplicht technologische kennis met Chinese joint-venture-partners te delen.

Wen maakte duidelijk dat China groot belang heeft bij de komst van buitenlandse bedrijven en investeerders. Met een voor zijn doen ongebruikelijke openheid zei de premier dat voor de wet op de overheidsaanbestedingen innovaties van buitenlandse bedrijven in China vanaf nu beschouwd zullen worden als „Chinese innovaties”.

Prominente CEO’s, zoals Ferdinando Becalli-Falco van General Electric International, hebben daar geen moeite mee. „Uiteindelijk gaat het er om dat wij toegang hebben tot de grootste en snelst groeiende markt van de wereld, al het andere is bijzaak”, aldus Becalli-Falco. In juli behoorde GE-topman Jef Immelt tot degenen die China bekritiseerden.

Maar Becalli-Falco, de voormalige marketingdirecteur van de GE-vestiging in Bergen op Zoom, viel zijn baas tijdens de WEF-discussies over het reilen en zeilen van buitenlandse bedrijven in China niet bij. „China ondergaat een historische omwenteling. We moeten hen helpen de problemen te overwinnen”, aldus de GE-topman.

Zijn collega van Coca Cola, Gerald Jones, viel de Amerikaanse en Europese ondernemingen die China hebben bekritiseerd evenmin bij. „We hebben ook zo onze kleine en grote teleurstellingen op de Chinese markt. Maar je moet daar mee leren leven, je moet de politici en de wetten proberen te begrijpen en proberen daar omheen te navigeren en waar mogelijk een klein beetje te beïnvloeden. Maar uiteindelijk geldt dat wat goed is voor China is goed voor Coca Cola”, aldus de Columbiaanse Jones, die twee jaar geleden in China tevergeefs probeerde een van de grootste frisdrankenmakers van het land over te nemen. Alles was rond, op de goedkeuring van de autoriteiten na en „om een nog steeds niet opgehelderde reden” ging de deal niet door.

De kritiek op de Chinese wetgeving en op het protectionistische beleid van de lokale overheden in het bijzonder is met de verzekering van premier Wen nog niet verstomd. „Er is een groot verschil tussen wat er in Peking wordt gezegd en in wetten wordt opgeschreven en de gedragingen van de lokale overheden. Daardoor verschilt de situatie van regio tot regio en zelfs van stad tot stad”, aldus Takeshi Niinami van het Japanse Lawson, een supermarktketen met meer dan 300 vestigingen in China.

In het internationale debat over de toegang tot de Chinese markten wordt volgens professor Jia Kang van het Instituut voor Financiële Wetenschappen vergeten dat de Chinese markt niet alleen voor internationale bedrijven maar ook voor Chinese ondernemingen steeds competitiever is geworden. „De tijd dat multinationals een voorkeursbehandeling krijgen is aan het aflopen en daarbij komt dat het aantal Chinese bedrijven dat de concurrentie met de buitenlanders aankan snel is gegroeid. Het is alles bij elkaar een bewijs dat de Chinese markt volwassen aan het worden is.’’