Blozende appeltjes van goud

Tomaten kopen is  moeilijk. Er zijn verschillende soorten te krijgen, maar soms lijken het net sierpompoenen: het enige verschil is het uiterlijk. Aan smaak doen ze überhaupt niet.

Het verschil zit hem ook in de naam natuurlijk – we hebben tegenwoordig tomaten die zo veelbelovend zijn dat ze door de groenteboeren pomedori’s genoemd worden, een verbastering van het Italiaanse woord voor tomaten, pomodori, wat weer is afgeleid van het appelige dat tomaten vroeger schenen te bezitten: pomo d’oro, gouden appel. Eerdaags zal wel wetenschappelijk vastgesteld worden dat Eva Adam een tomaat probeerde aan te smeren. Meestal houdt men het nu trouwens op een granaatappel, niet op een sappige Elstar.

Behalve de pomedori’s, die over het algemeen wat ovaal zijn en redelijk droog en die ook onder hun eigen naam, ‘roma’, worden verkocht, hebben we het wonder van de Hollandse tomaat, die er goed in slaagt een blozend uiterlijk te combineren met volstrekte nietszeggendheid; de vleestomaat, het woord zegt het al; de cherry- oftewel kerstomaat, geheimzinnig genoeg ook wel ‘sherrytomaat’ genoemd, die vaak, maar helaas niet altijd, smaak heeft. En, geschenk uit de hemel, de Tasty Tom, ook zoet, vaak aan de tros (hoewel die tros dikwijls niet meer dan een verkooptruc is om smaak te suggereren).

Oh ja, en nu zijn er ook de coeur-de-boeuftomaten, ‘runderharttomaten’ die van buiten al partjes lijken te hebben en die heel vlezig zijn.

Eigenlijk geldt voor al die tomaten: ze zijn lekker als ze rijp zijn.

Dat geldt trouwens voor meer dan tomaten. Voor alles en iedereen.

Nu de tomaten rijp zijn heeft het zin veel soep en saus te maken en die in te vriezen voor als het straks ineens weer winter is geworden. Maar we moeten zeker niet vergeten ook gewoon een beetje te genieten van de tomaat zoals-ie is.

Dus tomatensalade eten en  plakjes tomaat op een boterhammetje met kaas met misschien een likje mayonaise.

En tomatenstamppot maken natuurlijk. Hoe een Hollandse jongen frivool kan zijn. Ideaal te maken met goed rijpe Hollanders die in stukjes gesneden niet zozeer gestampt worden, als wel luchtig door een romige aardappelpuree geroerd, nadat we ons best hebben gedaan om de zaadjes en het sap zoveel mogelijk te verwijderen. Wie wil mag ook best wat kruiden door de stamppot roeren: veel fijngesneden bieslook, wat gehakte citroentijm en of lavas. Een paar plakjes uitgebakken ontbijtspek eroverheen kruimelen – klaar.

Maar dat is geen recept. Dit wel. Voor een tomatensalade is deze romige dressing een vondst, van Simon Hopkinson, een van de betere Engelse kookboekenschrijvers. Dus niet denken: bwgh wat saai. Gewoon even maken.

Tomatensalade met romige basilicumdressing (voor 4 personen)

  • 3 el witte wijnazijn
  • 4 el warm water
  • 1,5 dl slagroom
  • 1 dl extra vergine olijfolie
  • snuf suiker
  • klein bosje basilicum
  • 8 rijpe Hollandse tomaten

Snijd de tomaten in plakken, haal wel even het harde wittige stukje bij het kroontje eruit. Hak de basilicum redelijk fijn.

Klop met een garde de wijnazijn, water, zout en peper goed door elkaar. Klop de room, olijfolie en suiker erdoorheen en roer de basilicum erdoor.

Leg de plakken tomaten op een groot bord, bestrooi ze met wat zout en peper en lepel de dressing erover. Druppel er nog wat olijfolie overheen.