Basel III als eerste stap

Grotere kapitaalbuffers met meer echt eigen vermogen, dat staat de banksector te wachten doordat de centralebankiers van 27 landen, onder wie die van de Europese Unie en de Verenigde Staten, een akkoord heben bereikt over het ophogen van de kapitaalseisen voor de internationale banksector. De veranderingen zijn fors. Moest er voorheen 2 procent aan aandelenkapitaal en ingehouden winst staan tegenover de ‘naar risicograad gewogen leningen’ van een bank, dit percentage wordt nu opgehoogd tot in totaal 7. Als banken dat niet halen, wachten hun beperkingen bij het verstrekken van bonussen en het uitkeren van dividend. Daarnaast is er een extra vermogenseis van maximaal 2,5 procent, afhankelijk van de stand van de conjunctuur.

Bovendien is er een harde, niet voor interpretaties vatbare eis: het eigen vermogen moet minimaal 3 procent zijn van de uitgezette leningen, of dat nu veilige Duitse staatsleningen zijn, een krediet aan een wankele firma of een complex hypotheekderivaat. Een bank mag voortaan dus niet meer dan 33,3 maal zijn eigen vermogen uitlenen. Dat was voorheen wel anders. Deze ratio oversteeg vóór de kredietcrisis gewoonlijk ruim de 50, zelfs meer dan dat was niet ongewoon. Er was maar heel weinig verlies nodig om een bank insolvabel te maken.

Het nieuwe akkoord, dat Basel III wordt gedoopt, moet in november nog goedgekeurd worden door de leiders van de twintig belangrijkste landen van de wereldeconomie (G20) en er zijn nog wat losse eindjes. Maar het heeft er alle schijn van dat het nieuwe regime ongeschonden blijft. Er is één nadeel: de overgangsperiode, waarin banken hun kapitaal moeten ophogen tot de nieuwe norm, is erg lang. Pas in 2019 is Basel III volledig in werking. Dat komt vooral door Duitsland, dat zijn banksector meer tijd wilde geven dan de meeste andere landen.

Als belangrijkste toezichthouders hebben de centralebankiers er terecht voor gepleit alle andere nationale en regionale initiatieven die een herhaling van de kredietcrisis moesten voorkomen, aan te houden tot Basel III er stond als nieuw fundament. De andere initiatieven hoeven dus niet langer op sterk water. Er is nog veel werk te verrichten. Te denken valt vooral aan het verplicht via een beurs verhandelen van financiële derivaten, waarvan de obscuriteit een van de oorzaken van de kredietcrisis was. Dan zijn er de zogenoemde dark pools, waarbij grote banken zoveel handelen dat zij de facto een interne beurs hebben opgericht waartoe verder niemand anders toegang heeft. Er zijn meer voorbeelden, waaronder het relatief nieuwe hoogfrequente handelen met razendsnelle computers, dat als hoofdverdachte geldt voor de recente bizarre koersval op de beurzen van Wall Street.

Regulering van de financiële sector is nooit af. Daar is de branche te innovatief voor. Maar Basel III belooft inderdaad de fundering te worden waarop verder kan worden gebouwd. Alleen de lange overgangsperiode baart zorgen. Crises wachten doorgaans niet tot de wereld er klaar voor is.