Als je bloedvlekjes op de lakens ziet...

In New York woedt een ware bedwantsenplaag. Ook in Nederland duiken de bed bugs steeds vaker op.

Bestrijders willen tegen de beestjes feromonen inzetten.

Zweedse onderzoekers hebben wellicht een manier gevonden om invasies van bedwantsen in de kiem te smoren – een manier die veel te danken heeft aan de gruwelijke seksuele gebruiken van de mannetjes van deze bloedzuigende insectensoort. Die proberen te paren met iedere soortgenoot die ze tegenkomen, ongeacht geslacht of leeftijd. De paring gaat er wreed aan toe: de mannetjes boren met hun geslachtsorgaan een gat in hun slachtoffer en spuiten hun zaad rechtstreeks in de buikholte. Voor jonge bedwantsen, de zogeheten nimfen, kan dit dodelijk zijn.

De Zweden ontdekten dat deze nimfen bepaalde vluchtige stoffen uitscheiden, zogeheten feromonen, die de volwassen mannetjes afschrikken. Zou je deze feromonen kunnen namaken, speculeren de onderzoekers, dan zou je daarmee kunnen voorkomen dat de plaaggeesten zich voortplanten. Het artikel verscheen vorige week in BMC Biology.

Bedwantsen zijn niet-vliegende insecten van 4 tot 8 millimeter lang. Ze houden zich graag in textiel op en zijn vooral ’s nachts actief. „Je krijgt er bultjes van die enorm jeuken”, vertelt Bert Spierings, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Plaagdiermanagement Bedrijven. „Heel onprettig. Je weet dat je met bedwantsen te maken hebt als je bloeddruppeltjes op je onderlaken aantreft. De beestjes zelf zijn dan alweer weggekropen.”

Bedwantsen zijn in onze streken sinds de Tweede Wereldoorlog vrijwel verdwenen dankzij bestrijding met DDT, aldus Spierings, maar dat middel is nu verboden. „De laatste tien, vijftien jaar zie je ze weer opduiken als gevolg van het internationale vliegverkeer. Mensen nemen ze mee vanuit ontwikkelingslanden, in hun kleren en in hun koffers.” In New York woedt momenteel een ware plaag, vooral in hotels. Maar ook in Nederland duiken de kriebelbeestjes steeds vaker op. Spierings durft geen getallen te noemen, maar hij weet dat plaagdierenbestrijders steeds vaker moeten uitrukken na telefoontjes over bedwantsen. Zijn vereniging is nu bezig een systeem op te zetten om de opmars in kaart te brengen.

„Je moet eigenlijk het hele huis behandelen”, zegt Spierings, „niet alleen de slaapkamer. Ze kruipen overal heen, via kieren en pijpen en kabels.” De gangbare bestrijdingsmethode is een warmtebehandeling. Met een soort straalkachels worden de kamers om beurten verwarmd tot ten minste 56 graden Celsius. Grote ventilatoren zorgen ervoor dat de warme lucht overal doordringt. „Drie tot vijf uur is voldoende”, zegt Spierings. „Na een maand komen we terug om te kijken of alles echt weg is.”

Bestrijding met feromonen, zoals de Zweden voorstellen, lijkt Spierings kansrijk. „Bij de bestrijding van motten werken we daar al mee”, vertelt hij. „We hangen een soort stokjes met feromoon op verschillende plekken in de ruimte – de kunstmatige versie van de lokstof die vrouwtjesmotten uitscheiden. Mannetjes komen daarop af en komen daarbij zelf ook onder de feromonen te zitten. Daarmee brengen ze op hun beurt andere mannetjes in verwarring. Ze blijven maar rondvliegen en hebben geen tijd om te paren.”

En wat kun je als reiziger het beste doen als je terugkomt uit een ontwikkelingsland? „Meteen na thuiskomst al je kleren wassen op 60 graden. Als je laat thuiskomt desnoods eerst gaan slapen en de koffer dichtlaten. Vooral niet een nachtlang je koffer open laten staan.”