Wat is goed, wat is fout

Acteurs Maria Kraakman en Kees Hulst wonnen gisteren de grote theaterprijzen.

Voorafgaand riep Joan Nederlof mede-theatermakers op hun noodzaak te bewijzen.

Actrice Maria Kraakman als dichter Orlando, de rol waarvoor zijn gisterenavond de Theo d'Or won. Foto Sanne Peper

Het Theaterfestival, dat gisteravond feestelijk werd afgesloten met het toneelprijzengala waarvan actrice Maria Kraakman (Orlando) naar huis vertrok met de Theo d’ Or en Kees Hulst (Tirza) met de Louis d’ Or, opende tien dagen geleden met een dreigende, strenge toespraak. In deze rede, ‘De staat van het theater’, eiste actrice en scenarioschrijfster Joan Nederlof van haar mede-theatermakers dat zij snel hun betekenis en noodzaak zouden gaan bewijzen; van levensbelang nu het rechtse kabinet-in-oprichting van CDA, VVD en PVV dreigt om diep in de kunstsubsidies te snijden.

Die betekenis ligt volgens haar niet in het maken van theater dat direct op de buitenwereld reageert. Daarvan wordt het plat. Nederlof wil theater dat boven het straatrumoer gaat staan en een moreel kompas biedt, theater dat ons vertelt wat goed en kwaad is, en hoe we de samenleving moeten inrichten. Theatermakers moeten ‘wetgevers van de wereld’ zijn.

Hoe uitte zich dat in de toptien van beste toneelstukken die het Theaterfestival de afgelopen tien dagen liet zien? Wederom had de jury een zwak voor voorstellingen die direct over de noden van deze tijd gaan. Voorpaginatoneel: de kredietcrisis, vrouwenhandel en prostitutie, de Afrikaanse oorlogen, Congo, antisemitisme, illegale migranten. Dat een mislukte voorstelling als Elfriede Jelineks Underground (De contracten de koopman) werd geselecteerd kan alleen maar aan het thema hebben gelegen: kredietcrisis. Gelukkig werden de andere prangende kwesties wel behandeld in sterke toneelstukken, die geenszins plat of pamflettistisch waren.

Hét thema van dit moment is de crisis onder liberalen en sociaal-democraten die zich niet kunnen verdedigen tegen de frontale aanval van racistische populisten op de Verlichtingswaarde ‘gelijkheid’: het uitgangspunt dat iedereen voor de wet gelijk is. En de daarmee samenhangende opstand van het volk tegen de elite. Geen van de genomineerde stukken behandelt deze kwestie. In die zin heeft Joan Nederlof gelijk: toneel met zo’n brede blik is er niet veel.

De nadruk op voorpaginatoneel zorgt er voor dat hoogtepunten uit het seizoen die weinig actuele geldigheid hadden niet konden doordringen tot de selectie. Zoals de feestelijke komedie Snorro van Pieter Kramer, of de twee solo’s waarmee twee grote actrices hun kunnen lieten zien: La voix humaine door Halina Reijn en Fraulein Else door Katja Herbers. Terwijl dit laatste stuk nog onder de thema’s vrouwenhandel en kredietcrisis had kunnen vallen: vader vraagt aan dochter om zich aan een oude vriend te geven om een persoonlijke kredietcrisis op te lossen.

De jury van het festival en Nederlof zien het veel te streng en te nauw. Uit ieder toneelstuk kun je een moraal halen, of met enig geweld een actuele betekenis.

Natuurlijk vertolken de meeste toneelstukken een life affirming, humanistische boodschap. Maar daar gaat het niet om. Theater móét wel een wereldbeeld uitdrukken, niet om van nut te zijn, maar om theater te kunnen te zijn. Net als dat theater gestileerd moet zijn, en een ontroering teweeg moet brengen. Dat theater een beter mens van je maakt is alleen maar een praatje voor subsidiegevers en andere lieden die overal het praktische nut van willen inzien.

Theater moet juist zo open zijn dat het bijna amoreel is: opdat de toeschouwer niet met een besef van goed en kwaad naar huis gaat, maar dat hij, enigszins losgeweekt van zijn dagelijkse moraal, eens wat vrijer, anders naar zijn leven en de wereld kan kijken.

Met z’n allen kijken we naar een verhaal dat ons raakt, daar gaat het om. Op wat voor manier maakt niet zoveel uit. Twee toneelstukken zonder actualiteit die toch werden geselecteerd voor het festival, bewijzen dat. Woeste hoogten, een jeugdstuk naar de roman van Emily Brontë, vertelt niet veel meer dan het romantische verhaal over een gedoemde grote liefde. En Wandelen op de Champs-Elysee met een schildpad om de wereld beter te kunnen bekijken, maar het is moeilijk thee drinken op een ijsschots als iedereen dronken is laat vooral vreemde, sterke beelden zien; niet in een verhaal te vangen, laat staan in een duiding.

Gek genoeg richtte Nederlof zich in haar toespraak tegen het spelen der klassieken, die volgens haar slechts zeer beperkt iets over deze tijd konden zeggen. Voor het Theaterfestival werd klassiek repertoire dan ook nauwelijks geselecteerd. Terwijl juist klassiek repertoire biedt waar Nederlof naar zoekt: een moreel kompas om op over de wereld te varen. Juist omdat ze dit tijdperk overstijgen en het eeuwige van de menselijke worstelingen tonen. In een dictatuur is de grootste daad van verzet een opvoering van Hamlet of een andere Shakespeare.

Vanaf de brug gezien van Arthur Miller, de enig klassieker die wel werd geselecteerd, bewees dat. In dit 55 jaar oude stuk voelt een gevestigde migrant zich bedreigd door de komst van migranten, vertaald naar deze tijd: de Indische Nederlander voelt zich bedreigd en wil de Marokkanen eruit gooien.