Wat is dat toch steeds met al die transparantie ?

Alles is transparant tegenwoordig, niks geen achterkamertjes meer.

Maar zijn we niet beter af zonder al die pottenkijkers?

Transparantie lijkt tegenwoordig het toverwoord voor al onze problemen. Transparantie moet ons redden van achterkamertjes en vage doelstellingen. Openheid, inzicht en meetbare controles hebben de toekomst. Iedere zichzelf respecterende organisatie laat in transparante jaarverslagen zien wat ze allemaal exact bereikt heeft. Politici durven open en eerlijk te benoemen wat pijnpunten zijn, en dankzij het internet kunnen we constant informatie vinden over ieder thema.

Helaas schieten we met al die transparantie weinig op. Denk bijvoorbeeld aan de commissie-Tabaksblat. Om de absurde beloningen van topmanagers aan te pakken, kwam deze commissie eind 2003 met een gedragscode. Kern van de zaak was dat we voortaan in jaarverslagen volledig transparant maken wat de salarissen en bonussen zijn. Dat zou die graaiende managers leren!

Helaas gebeurde het tegenovergestelde. Managers gebruiken die gegevens nu gewoon als onderhandelingsinformatie: ‘Als die kerel bij Unilever 4 ton plus bonus krijgt, en jullie mij hier bij Sara Lee afschepen met 2 ton, ga ik toch eens verder kijken.’ Het gevolg: de topsalarissen rijzen steeds verder de pan uit.

In veel organisaties heeft transparantie desastreuze gevolgen. Zo denken sommigen dat transparantie helpt om beter te verkopen: maak per persoon inzichtelijk wat het resultaat is – dat houdt die verkopers lekker gretig. Bij een zakelijke dienstverlener betekent dat dat je exact kunt bekijken welke collega het meeste geld binnensleept, en wie het slechtst presteert. Het gevolg? Medewerkers gunnen elkaar het licht in de ogen niet en saboteren er vrolijk op los bij hun collega’s. Vraag op zo’n afdeling naar de sfeer en je krijgt doodleuk de kernwaarden wantrouwen, achterdocht en rattengedrag om de oren. Om maar te zwijgen van het ziekteverzuim en personeelsverloop.

Of kijk naar de politiek. Sinds Fortuyn hebben we geleerd voortaan transparanter te zijn. Problemen benoemen zoals ze zijn. ‘Je moet gewoon de feiten kennen’, heet dat. En dus horen we nu altijd dat een overval gedaan is door een Marokkaan, dat allochtonen hoger scoren in de gevangenispopulatie en hoeveel geld immigratie kost. Dat heeft er mede aan bijgedragen dat we nu in een maatschappij leven waarin steeds meer mensen recht tegenover elkaar zijn komen te staan, en waarin politici maar al te graag bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten: moslims versus niet-moslims, ondernemers versus milieu-activisten en ‘rijke graaiers’ tegenover ‘de gewone man op straat’. Wat heeft dat benoemen van problemen ons de afgelopen acht jaar nou eigenlijk opgeleverd?

Ook de huidige formatie heeft last van transparantie. In plaats van een goed gesprek achter gesloten deuren, rolden CDA’ers vechtend over elkaar heen, en leidde het transparant maken van een brief van Ab Klink tot een abrupt eind aan de prille samenwerking. Iedere psycholoog kan je vertellen dat samenwerken een stuk beter gaat zonder camera’s. Dat lijkt zelfs Geert Wilders zich overigens te realiseren: in plaats van zijn normale tirade tegen achterkamertjes, doet hij zelf ineens vrolijk mee. Hoe graag politici de mond ook vol hebben van transparantie: wie resultaat wil boeken en echt iets wil bereiken voor zijn kiezers, zoekt gewoon de achterkamertjes op.

Transparantie is leuk als het gaat om het uitkiezen van een hotelletje via internet. Dat je kunt zien wat andere mensen ergens van vinden. Het is ook geweldig dat je gemakkelijk kunt vergelijken wat een product bij verschillende aanbieders kost. Maar als het gaat om echt wezenlijke zaken als geluk, succes en resultaat, zijn we dan misschien niet veel beter af met fijne achterkamertjes waar ruzies worden opgelost zonder pottenkijkers? Met managers die hun excelsheets een dagje thuis laten en op zoek gaan naar welke toegevoegde waarde ze voor hun medewerkers kunnen betekenen? En met verkopers die zich weer eens ouderwets bekommeren om hun klanten in plaats van hun target? Van mij mag transparantie wel weer eens wat vaker in de doofpot.

Richard Engelfriet is schrijver van onder meer ‘Hoe vang ik een rat?’ en ‘De Wet van Olvarit’.