Waarom de term 'ideologie' niet viel

De woorden ‘islam’ en ‘ideologie’ vormen in Wilders’ woordenboek haast een Siamese tweeling. Dit keer scheidde hij ze, zegt Jan Kuitenbrouwer.

De geharde Wilders-watchers wisten het natuurlijk al: de Ground Zero-speech kon alleen maar tegenvallen. Als Fitna – gemaakt toen hij nog ‘vrij’ en ongebonden was – de belofte van een all-out retorisch offensief al niet waarmaakte, wat konden we nu dan verwachten? Met Tjeenk Willink als strenge bovenmeester achter in de klas, de aanwijsstok dreigend achter zijn rug? En Rutte, die het pedagogische principe toepaste waar mijn moeder ons ook altijd kalm mee wist te krijgen: de ostentatieve negatie. Hij zat met vrienden aan de ravioli, verklaarde hij, en zou het later wel terugkijken op internet.

Maar ook: why bother? Ik weet niet of u dat gezelschap daar tegenover Park Place 51 een beetje bestudeerd heeft, maar de term lunatic fringe is nog te mild voor de verzameling ontspoorde patriotten en politieke mafketels die daar bijeen was. ‘Of ik nu echt alle registers opentrek of me beperk tot wat gemeenplaatsen, het maakt ze niet uit’, zal Wilders gedacht hebben, ‘zolang die cheques maar blijven komen’.

Op de avond van 9 juni, toen de verkiezingsuitslag bekend werd, riep Wilders zijn aanhang nog op met „de stormram” het Binnenhof te bestormen, de volgende ochtend vroeg herriep hij zijn standpunt (pardon, „breekpunt”) over de pensioenleeftijd en sindsdien is theater-Wilders gesloten. Eén keer vertwitterde hij zich (de „zeurpiet”), maar Wilders verontschuldigde zich (enfin, bijna) en het werd weer stil.

Maar gelukkig was er de Ground-Zero-speech, al eerder toegezegd én: in het buitenland. Waar Wilders vanouds nog harder uit de hoek komt dan thuis, wisten de kenners. Maar het viel mee, of tegen, al naargelang.

En wat moet je ook, in de meest verdraagzame stad in een van de meest godsdienstige democratieën ter wereld. Ook de rabiaatste Fox-kijker wordt nerveus als de vrijheid van godsdienst in het geding komt. Wilders citeerde Lincoln, die zei dat mensen die anderen de vrijheid ontnemen hem voor zichzelf niet verdienen. Dat is een gevaarlijke boemerang, voor wie hem ook werpt. Dat is ook waar dat gevreesde ‘ideologie’-frame van Wilders vandaan komt. Dat heeft hij van Amerikaans christelijk-rechts geleerd: als je de islam wilt aanpakken, moet je hem eerst dereligificeren, anders loop je als (christen)-fundamentalist in je eigen mes. Daar zit ook het enige echte venijn in Wilders’ speech: de Moskee op Ground Zero (zoals dit islamitisch centrum is gaan heten) is, aldus Wilders, „a House of Sharia”. Elk islamitisch trefpunt, moskee, pastoraal centrum, maakt niet uit, is een cel van staatsvijandige activiteit, een ‘shariabolwerk’. Alsof elk gebouw met een halve maan op de gevel een gat vormt in de plaatselijke rechtsorde, en dat ook de reden is dat ze opgericht worden: als voorposten van Het Kwaad. Wilders activeerde het frame van de islam-als-ideologie dus wel degelijk, maar hij noemde het niet.

Zoals dat alleen kan in een land met een ethiek gebaseerd op gezindte, in plaats van op gedrag, was dat nu net waar de formatie op hing: niet op wat ze gingen doen, maar op wat ze gingen zeggen. Het overeengekomen beleid was Klinks probleem niet, maar hoe Wilders het mogelijk zou motiveren. Vreemdelingen afknijpen mag, maar alleen met de juiste instelling. En dat hing weer op de vraag of de islam nu een godsdienst was of een ideologie. Dat is net zoiets als de bouw van een huis opschorten omdat aannemer en architect het niet eens zijn of er ‘twee-onder-een-kap’ op de bouwtekening moet komen of ‘half vrijstaand’. Maar ze kwamen er uit: ze werden het eens het niet eens te zijn. Wat had meer voor de hand gelegen dan dat Wilders die afspraak vanuit New York aan een eerste stresstest zou onderwerpen?

Dat deed hij dus niet. De woorden ‘islam’ en ‘ideologie’ (voorafgegaan door ‘ondemocratische/gewelddadige/intolerante/achterlijke/fascistoïde en/of totalitaire’) vormen in Wilders’ woordenboek haast een Siamese tweeling, en het moet hem heel wat moeite gekost hebben ze in deze speech van elkaar te scheiden. Kennelijk leek hem dat toch verstandiger. Er zijn zeker vier punten in zijn betoog aan te wijzen waar het gekund had, maar telkens weet hij het I-woord te omzeilen.

Wat zou ik graag eens in Wilders’ laptop willen kijken om te zien welke zinsneden hij de afgelopen weken bij het werk aan deze toespraak optikte en vervolgens weer schrapte. Met in zijn achterhoofd de stem van Maxime Verhagen: ‘Kill your darlings, Geert. Come on, you can do it. En dan straks, als je klaar bent, gaan we een ijsje eten op het plein. Ik trakteer.’ Zo deed mijn moeder het ook.

Jan Kuitenbrouwer is auteur van het boek De woorden van Wilders en hoe ze werken (2010).