Voorpaginatoneel voldoet niet meer

Het Theaterfestival was een pleidooi voor toneel over eigentijdse noden. Maar kan klassiek repertoire niet even actueel zijn?

Het Theaterfestival werd gisteravond feestelijk afgesloten met een prijzengala waarbij actrice Maria Kraakman (Orlando) naar huis vertrok met de Theo d’Or en acteur Kees Hulst (Tirza) met de Louis d’Or. De start van het festival, tien dagen geleden, was nog streng, toen het klassiek repertoire bij het oud vuil werd gezet.

In haar toespraak ‘De staat van het theater’, eiste theatermaker Joan Nederlof van haar collega’s dat zij snel betekenis en noodzaak zouden tonen. Dat was van levensbelang nu het rechtse kabinet-in-oprichting dreigt om diep in de kunstsubsidies te snijden. Het hedendaags theater overziend blijkt dat theatermakers echter allang enorm bezig zijn met het onderstrepen van hun relevantie voor de maatschappij. Dat vertaalt zich in veel voorpaginatoneel: opiniërend theater over actuele kwesties. Theater waarover je in het populaire nagesprek kunt door discussiëren.

Nederlof wil echter theater dat boven het straatrumoer staat en een moreel kompas biedt, dat ons vertelt wat goed en kwaad is, en hoe we de samenleving inrichten. Klassiek repertoire van „mannelijke westerse witte meesters uit een lang vervlogen hiërarchische tijd” (Shakespeare, Tsjechov, de oude Grieken, etc,) was daarvoor ongeschikt. Dat had volgens haar te weinig met deze tijd te maken.

Klassiek repertoire kan echter bij uitstek bieden waar Nederlof naar zoekt. Juist omdat die toneelstukken dit tijdperk overstijgen en het eeuwige van de menselijke worstelingen tonen. Arthur Millers Vanaf de brug gezien, de enige klassieker die voor het Theaterfestival werd geselecteerd, bewijst het. In dit 55 jaar oude stuk voelt een gevestigde migrant zich bedreigd door de komst van nieuwe migranten. Vertaald naar deze tijd: de Indische Nederlander voelt zich bedreigd en wil de Marokkanen eruit gooien.

De top 10 op het Theaterfestival weerspiegelde de dominantie van het voorpaginatoneel. Vrouwenhandel en prostitutie, de Afrikaanse oorlogen, Congo, antisemitisme, illegale migranten. Dat een mislukte voorstelling als Elfriede Jelineks Underground werd geselecteerd kan alleen maar aan het thema hebben gelegen: kredietcrisis. Gelukkig werden de andere kwesties wel behandeld in sterke toneelstukken die niet plat of pamflettistisch waren. In die zin was het een mooie, afgewogen selectie.

Vervolg Theaterfestival: pagina 8

Te nauwe definitie theater

De nadruk op voorpaginatoneel, en afkeer van de klassiekers, zorgde ervoor dat hoogtepunten uit het seizoen die weinig actuele geldigheid hadden, niet konden doordringen tot de selectie.

Stukken die de selectie niet haalden waren onder meer de feestelijke komedie Snorro van Pieter Kramer, of de twee solo’s waarmee twee grote actrices hun kunne lieten zien: La voix humaine door Halina Reijn en Fräulein Else door Katja Herbers. Terwijl die laatste nog onder de thema’s vrouwenhandel en kredietcrisis had kunnen vallen: vader vraagt aan dochter om zich aan een oude vriend te geven om een persoonlijke kredietcrisis op te lossen.

Joan Nederlof en de jury van het festival hanteren een te nauwe definitie van goed theater, waardoor ander theater dan voorpaginatoneel of Nederlofs moderne moraliteiten, op de tweede plaats dreigt te komen.

De meeste toneelstukken, ook de niet-actuele, hebben een humanistische boodschap, en dat wordt als een deugd gezien. Maar daar gaat het niet om. Theater drukt altijd een wereldbeeld uit, niet om van nut te zijn, maar om theater te kunnen te zijn. Net als dat theater gestileerd is, en een ontroering teweeg brengt. Dat theater een beter mens van je maakt is een praatje voor subsidiegevers en andere lieden die overal het praktische nut van willen inzien.

Theater kan ook juist zo open zijn in zijn morele uitspraken dat het bijna amoreel wordt, opdat de toeschouwer enigszins losgeweekt van zijn dagelijkse moraal, even vrijer, anders naar zijn leven en de wereld kijkt.

Met zijn allen kijken we naar een verhaal dat ons raakt, daar gaat het om. Op wat voor manier maakt niet zoveel uit.

In de toneelversie van Grunbergs Tirza, waarvoor Kees Hulst de Louis d’Or kreeg, kun je geraakt worden door het lot van de bange burger die zich vastklampt aan vreemdelingenhaat, en je kunt geraakt worden door het lot van de dienende vader die geen afscheid kan nemen van zijn lievelingsdochter. Het een is niet beter dan het andere.