Vlijmscherp fileerder van ziel van de Franse burgerij

De invloed van de baanbrekende regisseur Claude Chabrol, voorman van de Nouvelle Vague, is nog altijd groot, onder meer op de serie Mad Men.

„Bij Chabrol weet je dat één op de twee films slecht is”, mompelt een filmcriticus in de Zwitserse film Un autre homme. Dat oordeel is wijdverbreid en er zit ook wel wat in. Maar Chabrols onevenwichtigheid zou wel eens te wijten kunnen zijn aan zijn enorme productiviteit. Tussen 1958 en 2008 regisseerde Chabrol die gisteren in Parijs op 80jarige leeftijd overleed, 56 lange speelfilms, nog wat korte films en talrijke televisieproducties. Gemiddeld dus meer dan een film per jaar. Als inderdaad de helft hiervan goed is, zoals het kritische adagium luidt, betekent dat een enorm hoog gemiddelde waar andere regisseurs slechts van kunnen dromen.

De invloed van deze voorman van de nouvelle vague op de hedendaagse beeldcultuur is nog altijd groot. Kort geleden nog verklaarde Matthew Weiner, bedenker van de populaire serie Mad Men dat geen film meer invloed heeft gehad op het ‘handschrift’ van Mad Men dan Les Bonnes Femmes (1959) van Chabrol. „Voordat we de pilot van Mad Men opnamen hebben we zeer goed naar die film gekeken. De problemen van de personages zijn heel klein, maar de film heeft de spanningsboog van een thriller, uit de school van Hitchcock, maar wel met een benadering die veel realistischer is.’’

Chabrol werd in 1930 geboren in Parijs als zoon van een apotheker. Hij studeerde eventjes rechten, daarna farmacie, waarna hij zijn graad haalde in de literatuurwetenschap. Zijn liefde voor film leidde tot een baan als publicist voor een grote Hollywoodstudio, een samen met Eric Rohmer geschreven boek over de katholieke thematiek in het werk van hun held Alfred Hitchcock, en het schrijven van recensies, onder andere voor het toonaangevende filmtijdschrift Cahiers du Cinéma. Net als vele filmcritici die voor dit blad schreven, onder wie Jean-Luc Godard, Eric Rohmer, Jacques Rivette en François Truffaut, had hij aspiraties om filmmaker te worden. Hij financierde zijn eerste film, Le beau Serge (1958), met een erfenis die zijn eerste vrouw had gekregen. Deze film en de opvolger Les cousins (1959) sloegen zowel commercieel als artistiek aan en staan te boek als aanjagers van de Nouvelle Vague. Want Chabrols succes baande de weg voor de eveneens goedkoop gemaakte eerstelingen van Truffaut, Godard en consorten; films die Chabrol vaak coproduceerde of anderszins steunde. Tussen 1958 en 1963 regisseerde hij acht films, waarvan de laatste vier genadeloos flopten, wat leidde tot een aantal magere jaren, tot het succes van Les biches (1968) hem weer uit de brand hielp.

Chabrol maakte zijn beste werk in het begin van de jaren zeventig. Tussen Les biches (1968) en Les noces rouges (1973) maakte hij een serie thrillers waarin hij messcherp de kilte en nauwelijks verholen misdadige inborst van de provinciale bourgeoisie fileert. Misschien wel de beste film uit die reeks is Le boucher uit 1970. Het is een spannende psychologische thriller waarin Chabrol Hitchcockachtige suspense paart aan een studie naar gefrustreerde seksualiteit. Hij ontlokte aan zijn toenmalige vrouw Stéphane Audran, met wie hij tussen 1964 en 1980 getrouwd was, mooi spel als de wat eenzame onderwijzeres Hélène. Haar platonische relatie met de plaatselijke slager raakt vergiftigd door haar vermoeden dat hij betrokken is bij de lustmoorden die het provinciestadje teisteren.

De onderkoelde schoonheid van Audran werd door Chabrol ook uitgebuit in uitstekende films als La femme infidèle (1969) en Juste avant la nuit (1971). In totaal speelde ze mee in rond de 25 films van Chabrol, die vaak gegroepeerd worden rond de naam van het personage dat ze speelde: de Hélène-cyclus.

In latere jaren werd actrice Isabelle Huppert zijn muze, zij noemt Chabrol in interviews vaak als haar favoriete regisseur. Samen maakten ze zeven films, waaronder Violette Nozière (1978), waarvoor Huppert in Cannes gelauwerd werd als beste actrice, Une affaire de femmes, waarvoor Huppert bekroond werd op het festival van Venetië in 1988, Chabrols getrouwe bewerking van Flauberts Madame Bovary (1991) en L’ivresse du pouvoir (2006), waarin ook Gerard Depardieu een hoofdrol speelde, de laatste film die van Chabrol in Nederland te zien was.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Anders dan vermeld in de necrologie Vlijmscherp fileerder van ziel van de Franse burgerij (14 september, pagina 9) speelt Gérard Depardieu niet in Claude Chabrols film L’ivresse du pouvoir (2006).