Verdi's 'Vêpres' bij Loy grappig en gruwelijk

Opera Les vêpres siciliennes van G. Verdi door de Ned. Opera en Ned. Philh. Orkest o.l.v. Paolo Carignani. Decor: Johannes Leiacker; choreografie: Thomas Wilhelm; regie: Christof Loy. Gezien: 10/9 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 3/10. Inl.: www.dno.nl. Radio 4: 9/10 19 uur. ***

In 1853 beloofde Giuseppe Verdi de Parijse Opéra een nieuw en groots opgezet stuk: Les vêpres siciliennes. Dat had hij beter niet kunnen doen. Hij had niets met met het genre ‘grand opéra’ met massascènes en uitvoerige balletten.

Explosief was het libretto van Eugène Scribe: de massaslachting van meer dan tweeduizend Fransen op Paasmaandag 1282 in Palermo, toen de Sicilianen in opstand kwamen tegen hun wrede bezetters, aangevoerd door Guy de Montfort. De Italianen werden afgeschilderd als lafaards.

Scribe weigerde iets te veranderen, Verdi wilde vergeefs van zijn contract af. In 1855 was de opera toch een groot succes, ondanks de gecompliceerde liefdesaffaire tussen gravin Hélène en de rebel Henri, die de zoon blijkt van gouverneur Monfort, verwekt bij een Italiaanse. Het leidt tot conflicten tussen familie en vaderlandsliefde. Verdi maakte nog een ingekorte Italiaanse versie I vespri siciliani.

Sindsdien zijn beide versies problematisch. Het drama overtuigt niet echt, de muziek is niet Verdi op zijn best. Het gebrek aan populariteit is in ons land wel het grootst. I vespri siciliani was hier slechts één keer op het podium te zien, toen de Nederlandse Opera in 1984 een productie van de Met in New York uit 1968 vertoonde. Les vêpres siciliennes beleeft nu zijn Nederlandse première.

Christof Loy lost in de typisch Duitse regietraditie radicaal een paar problemen op en ontdoet de ‘Vêpres’ in een vrijwel lege ruimte van loze grootsheid en spektakel. De ouverture is nu een tussenspel, de nadruk valt op kleine, intieme scènes in een losse collage over Siciliaanse exotica als eer en wraak.

Soms is het afschuwwekkend. Meisjes worden tot bloedens toe gedwongen door glassplinters te kruipen. Soms is het lachwekkend. Monfort, uiterlijk een kloon van Lodewijk XIV, staat daar met al zijn elegante grandeur als de trotse vader van zijn slonzig dikke rebellenzoon Henri in spijkerbroek en loshangend hemd.

Loy voegt ook wat toe. Het ballet is een droomscène in de keuken van de moeder van Henri: pubers tussen de potten en pannen, compleet met stoute seksuele spelletjes. Maar verder blijken nog steeds de feilen van het stuk. Later zou Verdi zich in dit genre revancheren met Aida en Don Carlos.

Dirigent Paolo Carignani tilt met een krachtig zingend koor en een gedreven spelend Nederlands Philharmonisch Orkest de voorstelling op niveau. De Zwitser Alejandro Marco-Buhrmester (Monfort) en Balint Szabo (Procida) zorgen voor degelijke vertolkingen. Furore maken tenor Burkhardt Fritz als Henri en sopraan Barbara Haveman als Hélène. Hij wisselt van ruig en expressief tot wonderlijk licht, zij is de smetteloos zingende ster van de voorstelling.