Steeds minder moslim, steeds meer homo

Het is druk op het Amsterdamse Rembrandtplein, op 11 september. Bevallige vrouwen op naaldhakken struinen zorgeloos langs overvolle terrassen op deze zwoele nazomerse avond, een groep jongens geeft een breakdance-demonstratie, hier en daar vormen zich rijen langs dranghekken bij diverse dansclubs, enkele verdwaalde toeristen winnen informatie in bij twee politieagenten, die met modieuze helmen op handig balanceren op hun fietsen – het is vredig in het Westen.

Maar ik ga naar een Suikerfeest, op deze datum. Uit piëteit jegens de westerse wereld vonden alle vieringen van het einde van de vastenmaand op vrijdag plaats, enkele waren uitgeweken naar de zondag, maar niet één op de fatale dag van 9/11, als de wederzijdse vijandigheid tussen de islam en het Westen wordt herdacht.

Er was één uitzondering: het feest van Secret Garden, een organisatie voor moslimhomo’s die in 2001 voortkwam uit het COC. In de grote, zwakverlichte dansruimte achter café De Kroon heet organisator Emir Belatoui mij plechtig welkom.

Toen ik hem de vorige dag in zijn kantoor vroeg of het wel kies was, zo’n Suikerfeest op deze datum, had hij het weggewuifd: islamofoben vinden ten minste één soort moslims oké, en dat zijn de moslimhomo’s. „Bovendien”, zei hij met zijn twinkelende, koolzwarte ogen, „beginnen we om elf uur ’s avonds, maar de meeste mensen komen pas na middernacht. Dat is officieel 12 september”.

De dj draait moderne Arabische muziek, waar twee jongens in een hoek op dansen, van wie één het verbluffend goed kan: met bewegingloze schouders volgt hij elke slag op de drums met zijn heupen, midden in een draai kan hij stoppen en de andere kant op gaan. Hij kijkt er verlegen bij, maar het kan ook verleidelijke zijn bedoeld, ik ben niet goed in het ontcijferen van dat soort dingen.

Meer mensen druppelen binnen. Enkelen in schooljongensoutfit, korte broek en overhemd met lange mouwen, koppels die identieke kleding dragen, een jongen met een T-shirt met daarop ‘I Love Palestine’. Juist de paar meiden zien er nogal gewoontjes uit. Sommige mensen zitten op oranje kuipstoeltjes langs de kant, anderen halen bier en wijn. Alcohol, op een Suikerfeest?

„Het algehele verbod op drank is later pas gekomen in de islam”, had Belatoui de vorige dag verteld, „de Koran ontraadt alleen het misbruik ervan, en ach, waarom zou je het leven moeilijker maken dan het al is?”

Hij legde uit hoe moeilijk: „Vroeger, toen we alleen een werkgroepje waren van het COC, vroegen ze ons waarom we niet gewoon ophielden moslim te zijn. Christelijke homo’s hadden dat ook massaal gedaan, ze hadden hun geloof van zich afgeworpen. Maar ik vind dat onvergelijkbaar: moslim-zijn is niet iets waarmee je van de ene op de andere dag kunt ophouden. Je groeit erin op, het bepaalt elk detail van je dagelijkse leven, het is een volledige identiteit. Je bent een moslimkind, een moslimman, moslimvrouw, moslimbakker of -slager, en dus ook een moslimhomo.”

Laat dat laatste nu juist de moeilijkheid zijn, en volgens de Koran nog strafbaar ook: „Het leidt inderdaad tot psychische stoornissen onder jonge mensen. Ze proberen te leven volgens de regels van Allah – niet stelen, niet bedriegen, niet roddelen, geen kwaad begaan. Maar dan is de liefde ineens verboden en worden ze verstoten door de familie en de gemeenschap. Dat leidt tot een diepe verwarring.”

Van die verwarring is niet veel te merken als het drukker wordt in de zaal en de aanwezigen jolig de polonaise dansen, maar dan zijwaarts. De muziek is van alle genres, Arabische rock, Arabische salsa, Arabische pop. Ik had Emir Belatoui gevraagd of hij zelf eigenlijk nog wel gelovig was, in traditionele zin: vijfmaal daags bidden, lezen uit de Koran, advies inwinnen van imams. Belatoui: „Ik lees wel de Koran, vooral de soera’s waarin op homoseksualiteit wordt ingegaan. Maar dan denk ik: Allah is te groot, te machtig en te abstract om zich over zulke kwesties druk te maken. Dit moet door mensen zijn geschreven. En misschien had het vroeger zin, om excessen en losbandigheden tegen te gaan, zoals incest, kindermisbruik. Maar regels die achterhaald zijn moet je schrappen.”

De jongemannen die hier nu zo vrolijk dansen, hebben volgens Belatoui één ding gemeen „Het pijnlijke, tergende schuldgevoel. Dat je zondig bent als je seks hebt met een man. Maar we vertellen ze dat Allah evenveel houdt van alles wat hij geschapen heeft – en hij heeft ons als homo geschapen.”

En toch, denk ik: dit gaat door voor een Suikerfeest, er wordt Arabische muziek gedraaid, gebuikdanst: het is juist de islam, die als zo benauwend wordt ervaren, die hier lijkt te worden gevierd en geloofd. Maar later, als de Arabische muziek haast ongemerkt overgaat in gewone techno en disco, begint iedereen uitzinnig te dansen, sommige jongens met hun T-shirt uit. Alsof de moslimhomo-emancipatie zich vlak voor mijn ogen voltrekt: naarmate de avond vordert, worden ze hier steeds minder moslim en steeds meer homo. Het heeft iets geruststellends.