Overdenkingen bij een neus

Het begon ermee dat mijn kapper een vrouw zoekt. Ze moet half yin zijn en half yang, ze moet van kamperen houden en ze mag niet tegensputteren als het gesprek hardnekkig van de hak op de tak springt. Ik liep in gedachten ijverig mijn kennissenkring na, en de klant die in de kappersstoel klaarzat om geschoren te worden, bracht te berde dat de negentiende-eeuwse barbier Sweeney Todd een romance had met een bakkeres van vleespasteitjes.

Zo denderden we gezamenlijk de negentiende eeuw binnen. Het donkere Londen van gaslampen, koetsen en industriëlen, klassenjustitie en lompenproletariaat; sociale hervormingen, bloei van The City, oprichting van Scotland Yard, welvaart, ontwikkeling, armoede en grote onrust. En te midden daarvan de barbier Sweeney Todd, die opdook in allerlei volksverhalen over onrecht en wraak.

Had ik de film over Sweeney Todd niet gezien, vroeg de klant in de kappersstoel. Hij legde zijn hoofd vertrouwensvol achterover terwijl de kapper zijn mes wette. Met Johnny Depp als de wraakzuchtige kapper? Die zijn klanten tijdens het scheren de keel afsneed en ze liet verdwijnen in de vleespasteitjes van zijn geliefde, de onaangename Mrs. Lovett? Wist ik niet … Maar hier kneep de kapper de neus van de klant dicht en begon in te zepen. Al mijn klanten beginnen over Sweeney Todd voordat ik ze scheer, zei hij.

In de kapperszaak rook het indringend naar zeep en eau de cologne, uit de grote fles Boldoot op de toonbank kringelde de geest op van verleden en toekomst tegelijk; er hing haarlak in de lucht. De kapper zag ik in de spiegels, ik zag hem één keer, twee keer, drie keer, ik zag de drie neuzen van de drie klanten in de drie handen van de drie kappers en terwijl de haarlak bezit nam van mijn brein, zag ik hoe een van de neuzen losliet en vrij door de ruimte zweefde. Laat ik maar even mijn ogen dichtdoen, dacht ik.

Al gauw besefte ik waar de hallucinatie vandaan kwam – uit een kort verhaal van de Russische schrijver Nikolaj Gogol, over een barbier die ’s morgens bij het ontbijt een neus aantreft in zijn broodje. Hij herkent de neus onmiddellijk als behorende tot zijn vaste klant, college-assessor Kovaljov, en in paniek probeert hij ongemerkt ervan af te komen.

Met mijn ogen dicht dacht ik hoe prettig het zou zijn als in dit verhaal – een van de meest invloedrijke teksten van de Russische literatuur – een boodschap school die onze eigen maatschappelijke situatie in een helder nieuw licht zette. Je zou Gogol, tijdgenoot van Karl Marx en Charles Dickens, kunnen lezen als een maatschappijcriticus en zijn verhaal ‘De neus’ als een sociale satire. Zoals Sweeney Todd zich wilde wreken op de corrupte rechter die hem naar de gevangenis stuurde, zo pleegt Gogols barbier een aanslag op het gezicht van de deftigheid.

De satire wordt nog vinniger als college-assessor Kovaljov, wanhopig op zoek naar zijn neus, die neus tot zijn ontzetting triomfantelijk in een koets door Petersburg ziet rijden, gekleed in het uniform van een staatsraad. De neus is, zeggen de hedendaagse commentaren, een Very Important Person geworden. Het zal dan ook duidelijk zijn dat zijn bloedeigen reukorgaan, nu hij zo hoog in rang is gestegen, niets meer te maken wil hebben met de arme Kovaljov; de politie moet er uiteindelijk aan te pas komen om de zaak op te lossen.

Toch kun je Gogol ook anders lezen, mijmerde ik, terwijl de kapper met een handdoek de scheerzeep van het gezicht van de klant boende. Het is niet vergezocht zijn verhaal te lezen als een aankondiging van de ontwikkeling op het gebied van klonering en weefselkweek. In de negentiende eeuw woekerde de fascinatie voor dubbelgangers; Gogol was niet alleen de tijdgenoot van Marx en Dickens, maar ook van Edgar Allan Poe en Henry James, die beiden angstaanjagende verhalen schreven over menselijke klonen.

Gogol, zou je kunnen zeggen, voorzag mogelijkheden waarnaast het invriezen van een eicel maar kinderspel lijkt. Iedereen herinnert zich wel hoe een paar chirurgen in 1995 op de rug van een muis nieuw weefsel kweekten in de vorm van een menselijk oor; de kunstenaar Stelarc liet later zo’n zelfde oor groeien op zijn arm. Kunstenaars maken tegenwoordig maagdenvliezen uit vaginale cellen en weefsel van ratten; ze maken jassen uit dermale fibroblasten van een foetus met een klein schepje buideldier. Onze materie verzelfstandigt zich in hoog tempo en het zal beslist ook niet lang meer duren of de oren en neuzen reizen rond per metro.

Maar het kan natuurlijk zo zijn, concludeerde ik, nog steeds lichtelijk bedwelmd, dat het verhaal van Gogol geen boodschap heeft. Soms schrijft iemand gewoon flauwekul. Intussen was de klant geknipt en geschoren; ik was aan de beurt. „Kom maar, Marjolijn”, zei de kapper. Hij draaide de kappersstoel in mijn richting en hield de kapmantel uitnodigend op. De Boldoot borrelde op de toonbank, uit de flessen haarlak lekte het gas sissend weg, en in het oog van de kapper zag ik iets vervaarlijks blinken. Een kort moment flitste de vraag in me op wat hij ’s nachts met mijn haar deed.

Het kan dus, zoals gezegd, onzin zijn. Maar toch. Als u binnenkort een Very Important Person tegenkomt, een nieuwe minister of een staatssecretaris, dan moet u terdege in overweging nemen dat die kort tevoren nog een haarlok van mij is geweest, of misschien zelfs een deel van mijn neus.