Liegen over rendementen op beleggingen in China

Hij stond bekend als goed gekleed, beschaafd en vertrouwenwekkend. Nu is Wilfred A. verdachte in een van de grootste zaken van beleggingsfraude.

Vermogensbeheerder TPC lichtte tien jaar lang tientallen klanten op voor miljoenen euro’s. In totaal is veertig tot honderd miljoen euro verdwenen. Althans, dat zegt het Openbaar Ministerie (OM). Het zou gaan om een van de grootste zaken van beleggingsfraude in de Nederlandse geschiedenis.

Hoofdverdachte in deze zaak, die vandaag wordt hervat, is Wilfred A. (47). Hij was de directeur van de inmiddels failliete firma TPC uit het Limburgse Steyl. Hij zou tussen 1998 en 2008 de spil zijn geweest in een criminele organisatie. In 2005 werd hij door een boze klant beschoten. A. wordt verdacht van onder andere witwassen, oplichting, valsheid in geschrifte en meineed.

Advocaat van de hoofdverdachte, Jurjen Pen, zegt dat het OM blundert. „Ik geloof dat enkel lichte beschuldigingen als valsheid in geschrifte bewezen kunnen worden.” Naast Wilfred A. zijn er nog vier verdachten.

Bijna een jaar geleden schorste de rechtbank de behandeling voor getuigenverhoor en onderzoek in China. Het vervolg wordt over veertien zittingsdagen uitgesmeerd. Daaruit blijkt hoeveel tijd en energie het OM heeft gestoken in onderzoek naar de fraude.

De hoofdverdachte leerde het beleggen bij een bank in Keulen. Hij stond bekend als goed gekleed, beschaafd en vertrouwenwekkend. In 1996 begon hij een eigen beleggingskantoor. Hij was zo succesvol dat hij het in 2000 schopte tot vicevoorzitter van de brancheorganisatie Vereniging Vermogensbeheerders en Commissionairs. Dit bleef hij tot 2004.

In 2005 kwam de hoofdverdachte voor het eerst in opspraak. Toen spande advocaat Hendrik-Jan Bos namens zeventien TPC-klanten een civiele procedure aan tegen de vermogensbeheerder. Beleggers kregen, na enkele goede jaren, geen rendement meer uitgekeerd. Ze dienden claims in. Ze hadden elk een half tot anderhalf miljoen euro bij TPC uitstaan.

Vanaf dat moment begon de zorgvuldig opgebouwde reputatie van de hoofdverdachte steeds meer barsten te vertonen. In juli 2005 beëindigde toezichthouder Autoriteit Financiële Markten de vergunning van TPC. In augustus zocht een boze klant, een gepensioneerde tandarts uit Helmond, hem op in zijn kantoor. De tandarts wilde de zes ton terug die hij op advies van TPC had belegd. Toen hij die niet kreeg, vuurde hij vijf keer op de hoofdverdachte. Die raakte lichtgewond aan zijn arm, hand, borst en hoofd. De tandarts werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar.

TPC ging failliet. In 2007 plaatste De Nederlandsche Bank (DNB) een advertentie in de landelijke Dagbladen. De bank riep gedupeerden op zich te melden. Zij konden wellicht beleggingscompensatie claimen tot 20.000 euro.

In januari 2008 pakte de Bovenregionale Recherche Zuid-Nederland samen met de Belgische politie hoofdverdachte Wilfred A. op. Ook andere verdachten, onder wie Thijs B. (61), de advocaat van de hoofdverdachte bij TPC, werden aangehouden.

De recherche had reden om aan te nemen dat Wilfred A. cliënten uit Nederland, België en Duitsland jarenlang had overgehaald geld te stoppen in louche beleggingsprojecten. Hij wees ze niet op de risico’s en hij loog ze voor over rendementen. Ook vertelde hij niet dat hijzelf, of bekenden van hem, betrokken waren bij de projecten. Geld werd gestald in Zwitserland of via Hongkong doorgesluisd naar onder andere projecten in China. Zwart geld werd wit gewassen. Lange tijd waren klanten tevreden. Tot het verkeerd ging met projecten. Geld leek te verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Advocaat Pen vertelt een ander verhaal. Volgens hem bouwde vermogensbeheerder TPC in tien jaar tijd een geweldige reputatie op. TPC belegde voor 85 procent in aandelen en obligaties en slechts voor 15 procent in risicovolle projecten. Pen: „Met een klein deel van het geld in die risicovolle projecten ging het mis.” En dat kan gebeuren met dat soort beleggingen, zegt de advocaat.

Pen zegt dat de hoofdverdachte geen enkel belang had bij het failliet gaan van beleggingsprojecten omdat hij er zelf ook geld in had zitten. Bovendien vindt Pen het ridicuul om zijn cliënt verantwoordelijk te stellen voor het faillissement van de projecten. Boze klanten hadden volgens Pen verhaal moeten gaan halen bij de curatoren van die projecten.

Er is geen geld als sneeuw voor de zon verdwenen, zegt Pen. „Mijn cliënt heeft anderhalf jaar lang, zeven dagen in de week keihard gewerkt aan zijn eigen verweer. Hij heeft 150.000 documenten doorgenomen. Hij heeft informatie gevonden die het Openbaar Ministerie zei niet te kunnen vinden. Hij kan elke cent verantwoorden.”

Wie heeft er gelijk? Is de hoofdverdachte een charlatan of een slachtoffer? Het is nu aan de rechtbank om te oordelen.