Judoka Elmont treurt maar even na verloren finale

Judoka Dex Elmont heeft zaterdag de zilveren medaille gewonnen bij de wereldkampioenschappen. De Nederlandse equipe verlaat Tokio zonder wereldtitel.

Judoka Dex Elmont stond zaterdag net als Henk Grol tegenover een sterke Japanse tegenstander in de finale van de wereldkampioenschappen in Tokio. Net als zijn clubgenoot bij het Haarlemse Kenamju verloor hij in het met duizenden vijandige supporters gevulde Yoyogi-stadion, van Hiroyuki Akimoto. Elmont (26) treurde even na de nederlaag, maar lachte om zijn zilveren medaille toen hij de blijdschap bij zijn broer Guillaume Elmont (29) zag.

De oudste van twee judobroers van Surinaamse afkomst werd vijf jaar geleden wereldkampioen in Caïro. Ook de jongste zoon van oud-judoka Ricaldo Elmont werden medaillekansen toegedicht bij een titeltoernooi. Met het uitblijven van podiumplaatsen groeide bij Dex Elmont het ongeduld. Het stempel niet meer dan een talent te zijn stoorde hem, net als de onvermijdelijke vergelijking met zijn drie jaar oudere broer, die vrijdag vroegtijdig werd uitgeschakeld in Tokio.

Guillaume juichte om het hardst toen Dex vorig jaar bewees de goede keuze te hebben gemaakt met zijn overstap naar een hogere gewichtsklasse (-73 kg), met de zilveren medaille bij de EK in Tbilisi. In Tokio was het net zo. „Ik kwam hier om als laatste over te blijven”, zei Elmont tegen persbureau ANP. „Ik baalde omdat ik iemand moest laten voorgaan, maar daarna zag ik hoe blij Guillaume was. Een blije broer maakt me gelukkig. Tweede bij de WK in deze zware klasse. Dat is niet niks.”

Elmont had zijn broer eerder in de week nog vervloekt. Hij verrekte na aankomst in het hotel een rugspier bij het optillen van zijn bagage. „Ik dacht meteen aan Guillaume. Dat is hem ook eens gebeurd. Dan weet ik bijna zeker dat ik ook aan de beurt kom. We krijgen altijd dezelfde blessures.” Even vreesde de student geneeskunde dat hij de WK zou missen, in de stad waar de vorige maand overleden Anton Geesink in 1964 de eerste niet-Japanse olympisch kampioen werd. „Maar al snel voelde het beter en beter. Ik kreeg bij de warming-up toch weer last en heb toen enkele pijnstillers genomen. Daarna voelde ik niets meer. Misschien kwam dat wel door de adrenaline.”

Elmont begon stroef met overwinningen op Abraham Morgan van de Salomonseilanden en de Pool Tomasz Adamiec. Hij versloeg de regerend Europees kampioen, de Portugees Joao Pina en verraste ook de Rus Mansur Isajev, derde bij de vorige WK. Elmont haalde de finale na opgave van de Mongoliër Nyam-Ochir Sainjargal, wiens schouder uit de kom raakte. Akimoto hield hem met een houdgreep van het goud.

„Balen, want we wisten waar mijn tegenstander goed in was”, zei Elmont. „Ik kreeg ook steeds meer het gevoel dat ik hem kon gooien. Helaas is dat niet meer gelukt. Toch heb ik de bevestiging gekregen dat ik goed bezig ben. Ik heb veel aan krachttraining gedaan en ben sterker geworden. Daardoor ben ik nu dwingend. Maar ik kan nog beter.”

Bondscoach Maarten Arens benadrukte dat de prestatie van Elmont bijzonder is, omdat de gewichtsklasse tot 73 kilogram breed bezet is. Ook mocht in Tokio elk land voor het eerst twee judoka’s per gewichtsklasse inschrijven. „In andere gewichtsklassen doen geen 84 judoka’s mee”, zei Arens. „Dex moest het opnemen tegen twee Japanners, twee Koreanen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Dit is een geweldige prestatie, uniek voor een Nederlander.”

Behalve het zilver van Elmont en Grol (-100 kg) behaalde Nederland geen medailles. Ter vergelijking: bij de laatste vijf wereldkampioenschappen won Nederland gemiddeld 3,6 medailles, bij de laatste vijf Olympische Spelen drie. „Dit is heel teleurstellend”, vond vrouwenbondscoach Marjolein van Unen. „Ik ben dertien jaar bondscoach en kan me zo’n slecht resultaat niet herinneren.”

Cor van der Geest, technisch directeur van de Nederlandse judobond, voorspelde eerder al een moeilijk WK, vooral door de uitbreiding naar twee judoka’s per gewichtsklasse. Bondscoaches Arens en Van Unen besloten slechts twaalf judoka’s mee te nemen naar Tokio, waar liefst 32 plaatsen beschikbaar waren.

Met kosten had dat niets te maken, zei Van der Geest. „We nemen alleen sporters mee die echt wat te zoeken hebben bij een WK.” De technisch directeur stelde dat de judobond een bredere top nastreeft, maar ook te maken heeft met een smalle talentengroep. In Tokio had Nederland alleen de gewichtsklasse tot 63 kilogram dubbel bezet. Anicka van Emden en Elisabeth Willeboordse troffen uitgerekend elkaar. Van Emden won en eindigde als vijfde.