IJsland: ex-premier mogelijk voor rechter

Vier oud-ministers van IJsland moeten zich voor de rechter verantwoorden wegens „ernstige nalatigheid” in het toezicht op de bankensector, die IJsland twee jaar geleden in een diepe financiële crisis heeft gestort. Dat stelt een speciale commissie van het IJslandse parlement. Deze week volgt vermoedelijk een besluit van het voltallige parlement.

In aanmerking voor vervolging komen ex-premier Geir Haarde en de toenmalige ministers van Financiën (Arni Mathiesen), Economische Zaken (Björgvin Sigurdsson) en Buitenlandse Zaken (Ingibjörg Solrun Gisladóttir). De commissie baseert zich op een algemeen aanvaard rapport dat in april verscheen en concludeerde dat de drie banken (Kaupthing, Glitnir en Landsbanki) die twee jaar geleden ten onder gingen en door de staat moesten worden overgenomen, weliswaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk waren, maar dat ook de toenmalige regering en toezichthouders als de centrale bank hadden gefaald.

De speciale rechtbank die ex-ministers kan berechten, de zogeheten Landsdóm, is nog nooit eerder in de moderne IJslandse geschiedenis bijeengekomen. De oud-bewindslieden kunnen tot maximaal twee jaar gevangenisstraf worden veroordeeld. Het parlement moet de tenlastelegging vaststellen.

Geir Haarde, die in juni 2006 premier werd en begin 2009 aftrad, verklaarde gisteren dat de commissie verkeerde conclusies had getrokken. De commissie verwijt Haarde onder meer dat hij verzuimde Landsbanki te verplichten de internetspaarbank Icesave onder verantwoordelijkheid van zelfstandige Engelse en Nederlandse dochterondernemingen te brengen. Na de ondergang van Landsbanki was IJsland verantwoordelijk voor garantiebetalingen van ruim 20.000 euro per spaarder, omdat Icesave direct onder Landsbanki in IJsland ressorteerde. Over de terugbetaling van de 3,9 miljard euro is nog geen akkoord gesloten.