Groot talent met dandyachtig gedrag

Robert Horstink is een volleyballer van wie de liefhebber houdt en de trainer vaak wanhopig wordt. „Er moeten video-opnamen bewaard blijven om te laten zien hoe je moet slaan en springen.”

Noem de naam Robert Horstink en iedereen die hem kent wordt lyrisch. Teneur van alle commentaren: in Nederland het grootste volleybaltalent van deze generatie. Zijn sprong- en slagkracht zijn ongeëvenaard, daarover bestaat grote consensus. Maar Horstink is ook een sportman met een ‘maar’. Hij presteert zo grillig, dat trainers en medespelers soms wanhopig worden. En op die momenten roept zijn dandyachtig gedrag ook ergernis op. „Net iets te veel lifestyle”, oordeelt zijn voormalige trainer Toon Gerbrands.

De huidige algemeen directeur van voetbalclub AZ wil er mee zeggen dat prestaties en gedrag met elkaar in evenwicht moeten zijn, een ongeschreven wet die Horstink volgens hem nog wel eens overtreedt. In de kern vindt Gerbrands de volleyballer geen groot speler. Anders zou Horstink volgens hem de afgelopen twee weken het Nederlands team in de dubbel tegen Estland zonder problemen aan kwalificatie voor het EK in 2011 hebben geholpen. Gedecideerd: „Toppers willen grote toernooien spelen. Die redeneren: ik kom, ik sla jullie naar het EK en ik zorg ervoor dat we volgend jaar een prijsje pakken.”

Horstink was de afgelopen weken echter niet in de trainingshal in Rotterdam, maar in Italië, waar hij met zijn club Treviso al drie weken in voorbereiding is op het seizoen. Want, laat Horstink vanuit Italië weten: de club vindt hij momenteel belangrijker dan het Nederlands team. Natuurlijk, het is waar dat hij bondscoach Peter Blangé deze zomer om rust heeft gevraagd, vooral om te revalideren van een knieblessure, maar Horstink is ook zo eerlijk om zijn motivatieprobleem te melden. „Pff, steeds maar weer voor trainingen van mijn woonplaats Apeldoorn naar Rotterdam rijden, zonder een cent aan salaris op te strijken, dat knaagt. Ja, ik krijg een kilometervergoeding, maar die is voor mijn auto niet toereikend. Ik heb ervoor gekozen bij Treviso volledig fit aan het seizoen te beginnen. Daar verdien ik tenslotte mijn geld. Ik ben een van de twee hoofdaanvallers bij wie de druk ligt. Want we willen prijzen winnen, waaronder de Champions League.”

Maar keert Horstink nog terug bij het Nederlands team? Dat is afhankelijk van het podium. Horstink: „Dat vooruitzicht is niet gunstig. Ik heb al sinds 2002 geen WK meer gespeeld. En door het mislopen van het EK in 2011 dreigen we na ‘Athene’ voor de tweede keer op rij de Olympische Spelen te missen. Spelen in het nationale team is het mooiste dat er is, maar dan wel op het hoogste niveau. Zo wordt het steeds moeilijker.”

Die twijfel en weekheid typeren Horstink. Je kon moeilijk op hem bouwen, ervoer Gerbrands toen hij als clubtrainer van Dynamo met de aanvaller werkte. „Hij was de man van een negenenhalf en af en toe een vier. Een prima mens, maar als coach had ik een haat-liefdeverhouding met hem. Als hij los ging op de training was hij niet te houden, maar in de wedstrijd kon het vervolgens helemaal niks zijn. Ik heb hem rustig benaderd, ruzie gemaakt en hem vertrouwen geven, maar niets hielp. Er zat geen patroon in, anders had ik daarop kunnen inspelen. Hij was voor mij een onbereikbare speler.”

Als liefhebber genoot Gerbrands zeer van Horstink. „Er moeten ook absoluut video-opnamen van hem bewaard blijven, vooral om te zien hoe je moet springen en vervolgens een bal moet slaan. In die zin ben ik een groot bewonderaar van Horstink. Maar ja, het gaat in topsport om winnen. En dan is zijn palmares niet goed genoeg.”

Voor een speler van zijn kaliber veel te mager, vindt oud-international Bas van de Goor, die in de nadagen van zijn carrière Horstink als teamgenoot bij Dynamo meemaakte. „Aardige gast en prima in de kleedkamer”, zegt Van de Goor, „maar de prijzen bepalen hoe succesvol je bent geweest. En dan moet ik vaststellen dat Horstink weinig heeft gewonnen. Ja, met Treviso werd hij landskampioen, won hij de beker en de Super Cup, maar wel als wisselspeler. En dat telt niet echt, vind ik.”

Het is Van de Goor een raadsel waarom Horstink niet de wereldtopper is geworden die in hem schuilt. Ook hij ziet zijn grilligheid, maar dat kan volgens de olympisch kampioen van 1996 niet de oorzaak van zijn tegenvallende erelijst zijn. „Als je erg grillig bent, kom je bij Treviso echt niet in de basis.” En als voormalig speler kan Van de Goor dat weten. „Maar wat die jongen op de training laat zien was bij vlagen ongelooflijk. Bij Dynamo sloeg hij moeiteloos over een blok van mij en Wytze Kooistra heen. Toch een muur, hè. In dat opzicht is hij een geweldenaar.”

Zo kritisch als er over de speler Horstink wordt gesproken, zo warm wordt zijn persoonlijkheid beoordeeld. De volleyballer is een hartelijk en spontaan mens, die zijn afkomst als eenvoudige jongen uit Twello nooit verloochent. In dat dorp tussen Apeldoorn en Deventer, vooral bij de volleybalclub Voorwaarts, weten ze daar alles van. Horstink is ambassadeur van de mini’s bij de club waar hij als ventje ooit is begonnen. Hij doneert jaarlijks een flink bedrag en de mini’s spelen in shirts met zijn opdruk. Bovendien verzorgt Horstink zo nu en dan een clinic.

Van Arnold Voortman, secretaris van Voorwaarts en voormalig jeugdtrainer van Horstink, geen kwaad woord over de speler. „Het talent droop eraf, dat was al snel duidelijk”, vertelt Voortman, die hem als veruit de jongste speler van een succesvol team in de C- en B-jeugd heeft meegemaakt. „Maar hij was ook frivool en daaraan ergerde ik me nog wel eens. Als hij er weer eens een onemanshow van maakte wisselde ik hem. Maar niet voor lang, daarvoor was hij te belangrijk voor het team. Horstink wist dat hij goed was, een houding die nogal eens met arrogantie werd verward. Maar dat was de buitenkant. Hij is gewoon een vriendelijke jongen, die nog steeds een praatje maakt als hij je tegenkomt. Overigens vind ik wel dat hij met zijn gebruinde kop en die tattoo op zijn arm een echte Italiaan is geworden.”

En zo voelt Horstink zich ook. Hij geniet van het land, de cultuur, het leven, de sfeer en vooral van het hoge volleybalniveau van de Italiaanse competitie. En van de waardering. Want Horstink is na twee jaar op de bank te hebben gezeten bij topclub Treviso en een jaar te zijn uitgeleend aan Montichiari eindelijk basisspeler.

En er is hem veel aan gelegen zijn ster eindelijk te laten schijnen. Horstink: „Daarom heb ik vorig jaar ook voor drie jaar bijgetekend en ben ik niet ingegaan op lucratieve aanbiedingen uit Turkije en Rusland. En dan praat je wel over een jaarsalaris van een tonnetje of zes, toch het dubbele van wat ik bij Treviso verdien. Maar je stort je ook in een ongewis avontuur, een ervaring waar mijn zaakwaarnemer Guido Görtzen alles van weet. Hij heeft twee jaar in Rusland gespeeld en de gekste dingen meegemaakt. Hij adviseerde mij die stap nog niet te zetten. ‘Voor dat geld is het het niet waard’, zei hij.”