Een schaal spaghetti in bed

Soms valt je op wat er niet in een boek staat. Ik las laatst De ondraaglijke lichtheid van het bestaan over, van Milan Kundera en dat is een boek dat echt over allerlei aspecten van het menselijk bestaan gaat, zowel intellectuele als sociale als fysieke. Maar er wordt geen hap in gegeten. Het hele boek niet.

Mensen hebben allerhande seksuele verlangens en gedragingen, ze zijn ziek of voelen hun darmen rommelen, ze zijn verliefd, worden geslagen, zijn moe van het werk, slapen slecht of juist diep, kortom hun lichamen spelen een duidelijke rol, maar ze werken geen hap naar binnen. Meestal valt je zoiets niet op, de mensen hoeven niet de hele tijd te zitten eten in een boek, liever niet zelfs.

Van eten in boeken krijg je zelf ontzettende trek, of vooral van sommige woorden. Het woord ‘spaghetti’ bijvoorbeeld. Als dat ergens staat, dat de mensen spaghetti eten of maken, krijg ik acute trek in iets heel nondescripts, want wat is ‘spaghetti’? Bolognese? Aglio, olio, peperoncini? Puttanesca?

Ik herinner me een film, Heartburn was het geloof ik, naar een script van Nora Efron, met Meryl Streep en Jack Nicholson, en na hun eerste avond uit plus vrijerij staat zij ’s nachts op en komt na een poosje terug met een enorme schaal spaghetti die ze samen in bed opeten. Iets met tomaten en kaas denk ik, ik geloof dat dat de vage oersmaak is die dan in je opkomt.

En dat komt goed uit want als we ooit tomaten moeten eten dan nu. Eind van de zomer betekent begin van de tomaten die nu al een poosje ontzettend goed bezig zijn. Koop ze dus in grote hoeveelheden en maak er van alles van – deze week is tomatenweek. We gaan elke dag iets met tomaten maken. Als de paddestoelen het ons toestaan natuurlijk, want eigenlijk is het ook wel paddestoelenweek – je kunt niet om je heen kijken of je ziet paddestoelen.

Was laatst op bezoek in Drenthe bij mensen met een schitterend grasveld, zo’n grasveld als ik zelf nooit voor elkaar krijg omdat er bij mij altijd van alles doorheen groeit waar ik niet streng tegen optreed, en in dat schitterende grasveld: koeienboleten. Vrij kleine, vrij gele boleten met grove poriën. De eigenaren van het grasveld keken eerst eng, maar beloofden toen ze even aan de boleten geroken hadden (die geur!) plechtig dat ze de volgende dag bij het ontbijt een omelet met boleten zouden klaarmaken. Ik zal ze niet overhoren, maar ik hoop maar dat ze het gedaan hebben. Omwille van hun eigen geluk.

Maar goed, wij beginnen de tomatenweek dan maar met een eenvoudige spaghetti, om er even in te komen. Met verse, kort gekookte tomaten die
we om die reden eerst pellen.

Verse tomatensaus (voor 2 personen)

1 pond rijpe tomaten
klein bosje basilicum
1 teentje knoflook
½ tl suiker
3 el olijfolie
stukje Parmezaanse kaas

Maak een kruis onder in elke tomaat en overgiet de tomaten met kokend water. Laat ze 1 minuut staan, giet het water weg en pel de tomaten. Snijd ze vervolgens in vieren en doe ze met sap en al in een kom. Hak de basilicum fijn en doe de helft daarvan ook in de kom, bestrooi met peper en zout en een beetje suiker.

Hak de knoflook fijn. Zet een wijde pan op het vuur en bak de knoflook in de olie, voeg na 1 minuut de andere helft van de basilicum toe.
Als de knoflook iets lichtbruin begint te worden de tomaten erbij doen en ze vier minuten laten koken.

Deze saus gaat over de spaghetti met fliedertjes geschaafde Parmezaanse kaas.