Een nuchtere cowboy op zoek naar het perfecte beeld

Als fotograaf verwierf Anton Corbijn wereldfaam. Nu is The American, zijn tweede speelfilm, in première gegaan. „Als hij zichzelf dreigt te herhalen, gaat hij iets nieuws doen.”

Met de linkerhand quasinonchalant in zijn broekzak en zijn schouders licht voorovergebogen grijnst Anton Corbijn naar het publiek langs de rode loper. De 55-jarige fotograaf en regisseur is niet gewend zelf in de schijnwerpers te staan. „Hij vindt het vreselijk als ik zeg dat het vanavond om hem draait”, zei goede vriend Bart Chabot vrijdag op de Europese première van Corbijn’s tweede film, The American, op het festival Film by the Sea in Vlissingen.

Al decennia staat Corbijn wereldwijd bekend als fotograaf van muzikanten en andere artiesten. Daarnaast ontwierp hij decors, fotoboeken en platenhoezen voor bands als U2, The Rolling Stones, REM en Metallica, en maakte hij videoclips voor The Killers, Joy Division, Johnny Cash en Coldplay. Hij besloot enkele jaren geleden een speelfilm te regisseren. Na de lovende kritieken en prijzen voor dit onafhankelijke drama, Control (2007), kreeg Corbijn de kans het boek A Very Private Gentleman van Martin Booth te verfilmen, met steracteur George Clooney in de hoofdrol.

In de VS was The American in het openingsweekend begin deze maand de best bezochte bioscoopfilm. Voor de Europese markt was hij als openingsfilm aangeboden aan het festival van Venetië, weet Leo Hannewijk, directeur van Film by the Sea. „Toen daar geen overeenstemming over werd bereikt, heeft Anton zelf voorgesteld de film als eerste hier te laten draaien.” De twee zijn bevriend sinds Hannewijk hem in 2001 benaderde voor een festivalaffiche. „Ik had maar een klein budget. Toen ik hem zijn vergoeding noemde, moest hij hard lachen. Maar hij stemde toch toe. Hij vond het gewoon leuk om te doen.”

De ambitie en eigenzinnigheid die Corbijn, volgens mensen in zijn nabije omgeving, zo ver gebracht hebben, ontstond in het zwaar protestante dorp Strijen. Daar was zijn vader dominee.

Maarten Corbijn, Antons jongere broer en eveneens succesvol fotograaf, wijst erop dat de vier domineeskinderen opgroeiden in een periode van fundamentele maatschappelijke verandering. „We hadden dat strenge gedoe van de jaren 50, met veel mannen in donkere pakken in de kerk, en ineens kwam daar de jaren 60 om de hoek, vol individuele vrijheid en muziek.” Die omwentelingen hadden invloed op het gezinsleven. „Mijn vader leefde onder grote druk. Hij was te lief voor de wereld, had conflicten met het kerkelijk bestuur, dat had zijn weerslag op het gezin. Maar een ongelukkige jeugd kan een mooie vlucht opleveren. Het geeft een drive om het zelf anders aan te pakken.”

Op de vlucht voor het benauwende leven, stortte Corbijn zich in de ontluikende popmuziek. De camera was eerst niet meer dan een excuus om er deel van uit te maken, om dichterbij het podium te komen. „Hij was erg verlegen”, zegt zijn negen jaar jongere zus Aaf. „Door die camera voor zijn gezicht te houden, kon hij contact maken met mensen die hij anders nooit zou durven benaderen.”

In 1972 werd zijn eerste foto, van de band Solution, gepubliceerd. „Maar op de kunstacademie vonden ze hem niet goed genoeg”, vertelt Aaf. Een foto-opleiding aan de Haagse mts hield hij na anderhalf jaar voor gezien, toen hij de kans kreeg assistent te worden van Gijsbert Hanekroot, staffotograaf van muziekblad Oor. Die leerde hem een grove korrel ‘forceren’ in de doka en contacten leggen in de muziekwereld. In een mum streefde Corbijn zijn leermeester voorbij. „Het was wel even slikken toen hij de belangrijkste fotograaf voor Oor werd”, zegt Hanekroot.

In de Haagse muziekscene raakte Corbijn bevriend met dichter Bart Chabot en artiesten als Herman Brood en Robert Jan Stips (Supersister, Golden Earring, The Nits). Met name van de rijzende ster Brood maakte hij legendarische, nietsontziende portretten. Paul Evers, die destijds als verslaggever van Oor veel met hem op pad ging, roemt zijn talent, stijl en signatuur. „Hij ontwikkelde een geheel eigen beeldtaal.” Al snel werd ‘een Corbijn’ herkenbaar: een harde, zonder veel grijstinten afgedrukte zwart-witfoto van een artiest in al zijn imperfectie.

In 1979 besloot Corbijn dat Nederland te klein voor hem was geworden. „Als hij zichzelf dreigt te gaan herhalen, gaat Anton iets anders doen. Dat zie je in zijn hele werk. Daarom heeft hij stand kunnen houden”, zegt Hanekroot. Corbijn vertrok met een map foto’s naar Londen en kon aan de slag bij New Musical Express. Ook bij dat blad bleek hij graag volledige controle te hebben over zijn werk. Als hij een foto opstuurde, kwam die steevast met instructies hoe die op de cover zou moeten staan.

„Hij is de grootse workaholic die ik ken”, zegt Catherine Mayer, in Londen werkzaam voor het Amerikaanse weekblad Time. Zij en haar echtgenoot Andy Gill, van de Britse band Gang of Four, zijn al twintig jaar bevriend met Corbijn. „Jaren geleden ging hij met een vriendin op vakantie naar India. Maar hij kon daar maar niet ontspannen. Hij droomde telkens over fotografie. Dan werd hij ’s nachts wakker en zei tegen haar: er zit te veel grijs in het beeld.”

Kok Pierre Wind, al jaren bevriend met Corbijn, ziet diens arbeidsethos ook als reden dat hij, na een kortstondig huwelijk, zijn werk altijd boven een gezinsleven stelde. „Het is bijna niet mogelijk een partner te vinden die dat aankan. Hij stelt hele hoge eisen.”

Bij tentoonstellingen bepaalt Corbijn zelf hoe zijn werk komt te hangen. Als een stopcontact na een verbouwing in zijn huis niet goed is afgewerkt, moet dat opnieuw. „Anton is direct, enorm koppig en erg precies, maar op een positieve manier”, zegt de Duitse muzikant Herbert Grönemeyer die, op verzoek van Corbijn, de muziek voor The American samenstelde.

Wind: „In het woordenboek zou achter ‘perfectionistisch’ Anton Corbijn moeten staan.”

Bij de première van The American zat de regisseur zich dan ook te verbijten. Het doek was niet groot genoeg voor de projectie en daarom viel een deel van het beeld weg. „Dat vindt hij heel erg”, zegt Aaf, „dan zien mensen de film niet zoals hij het bedoeld heeft.”

Internationaal bouwde Corbijn meer dan professionele relaties op met artiesten. Evers: „Het belangrijke verschil met andere fotografen is dat hij niet alleen iets wil van artiesten, hij voegt ook een dimensie toe. Zijn foto’s waren bepalend voor de beleving van de popcultuur in die tijd. Iemand als Bono zag dat en voegde hem toe aan zijn entourage.” Voor bijvoorbeeld U2 en Depeche Mode werd hij meer dan een fotograaf, hij werd een lid van de band, creëerde hun stijl en imago; maakte hun platenhoezen en videoclips. „Hij had ook de tijdgeest mee, natuurlijk”, zegt Evers. „De popcultuur werd groot, maar was ook nog toegankelijk.”

Volgens zijn broers heeft de sobere opvoeding invloed gehad op Corbijns succes. Broer Gerrit: „Een dominee moet makkelijk contact kunnen maken met de meest uiteenlopende mensen, van de notaris tot de eenvoudige kerkganger. Dat doet Anton ook. Hij laat andere mensen opbloeien.” Maarten Corbijn: „Mijn vader heeft ons meegegeven: je leeft om te werken, je werkt niet om te leven.”

Dat houdt de workaholic Anton Corbijn vol door goed voor zichzelf te zorgen: geen ruig leven vol seks, drugs en rock-’n-roll, maar kruidenthee en een dieet zonder vlees. Hij neemt artiesten voor zich in door veel tijd met ze door te brengen en heeft een ontwapenend gevoel voor humor. Zo ontwikkelde hij een goede relatie met de Amerikaanse zanger Tom Waits, die hij jaren fotografeerde. Het resultaat verschijnt volgende maand in een fotoboek. Waits noemt Corbijn een groot kunstenaar: „Anton is een mengeling tussen een Russische spion, een gigolo, een priester en een schilder”, zegt de zanger. „Hij is opmerkzaam, geheimzinnig, oprecht, betrouwbaar, en hij wordt gedreven door zijn volgende project.”

Fotograaf Koos Breukel vindt Corbijn „de beste popfotograaf van de vorige eeuw”. Met collega Erwin Olaf vindt hij dat Corbijn zijn fotografische hoogtepunt eind jaren 80 beleefde. Ze prijzen vooral zijn befaamde foto van jazztrompettist Miles Davis met zijn handen voor zijn gezicht. Olaf noemt het een „logische ontwikkeling” dat Corbijn de stap naar film heeft genomen. „Het medium fotografie kent zijn grenzen.”

In 2007 maakte Corbijn, na wat vingeroefeningen, zijn eerste speelfilm, over het leven van Ian Curtis, de zanger van Joy Division die in 1980 zelfmoord pleegde. Om de film in zwart-wit en met een onbekende hoofdrolspeler te kunnen regisseren, moest hij hem grotendeels zelf financieren. Hij verkocht zijn huis in Londen om Control te kunnen maken.

Twee jaar geleden verhuisde hij terug naar Den Haag, om dichter bij vrienden en familie te zijn, die hij nooit uit het oog verloor. In gesprekken over Corbijn komt steeds ter sprake hoe trouw hij is. „Hoe hij het doet, weet ik niet”, zegt Wind, „maar hij neemt altijd de telefoon op en zal geen verjaardag missen.” Grönemeyer: „Anton is een grote cowboy, hij houdt ervan alleen te zijn, maar als het nodig is, dan is hij er voor een ander. Toen mijn vrouw en broer kort na elkaar overleden, kwam hij, zat in de kamer en deed wat hij moest doen: luisteren. Hij is erg inlevend. Vroeger ging hij vaak met zijn vader mee naar begrafenissen, misschien dat hij het daar van heeft.”

De terugkeer naar Nederland betekent niet dat hij rustiger aan doet. Gerrit Corbijn: „Hij zal voorlopig niet op zijn lauweren rusten, maar hij heeft wel bedacht dat hij hier oud wil worden.” Nog steeds brengt Anton meer tijd door in vliegtuigen en hotels dan in zijn eigen huis. En met het succes van The American lijkt een nieuwe fase in zijn carrière aangebroken.

Ondanks de hoge bezoekcijfers in de VS zijn recensenten en publiek ook kritisch. De film is „never less than gorgeous”, schreef The New York Times, maar er gebeurt bijzonder weinig. Publiek zou vooral toestromen om de seksscènes van George Clooney te zien, meldden andere kranten. Paul Evers moest hard lachen toen hij daarvan hoorde. „Ik heb de film niet gezien, maar ik kan ’m uittekenen. Het moet een trage Europese film zijn met schitterende beelden.”

De Vlaamse acteur Johan Leysen, die in The American speelt, beaamt dat. „Het scenario en de scènes hebben een sterk ontwijkend karakter. Bij de personages gaat het nooit over wat ze zeggen, de waarheid schuilt in de blikken en in de stiltes. ”

De acteur heeft bewondering voor de rust die Corbijn uitstraalde op de set. „Het is niet niks, een Amerikaanse productie met Clooney in de hoofdrol. Voor de meeste regisseurs is de druk te hoog, die maken er een drama van. Corbijn oogt rustig. Misschien dat het bij hem van binnen giert, maar daar merk je niets van.”

Vrienden denken dat het Corbijns Hollandse nuchterheid en calvinistische achtergrond zijn die hem met beide voeten op de grond houden. Bob Dessauvagie, eigenaar van een Indisch restaurant bij Corbijn om de hoek, kent de fotograaf uit de jaren 70 toen zijn band Stamp 'n Go „destijds tot onze teleurstelling door ene onbekende Anton Corbijn” gefotografeerd werd. „Anton was een tijdje geleden in Parijs om foto’s te maken van Liv Tyler, de dochter van de zanger van Aerosmith”, vertelt Dessauvagie. „In het beroemde café Costes kwam hij Mick Jagger tegen. Die vroeg hem of hij niet dé definitieve film over de Stones wilde maken. Dat had hij graag gewild, maar hij moest nee zeggen, omdat de filmdagen voor The American al gepland waren. Tien minuten later kwam Madonna, die daar ook was, die ook met hem over film wilde praten. Toen hij terugkwam, is hij in de regen door de duinen gaan fietsen. Om het allemaal te bevatten, denk ik.”