De nieuwe Lulu

Cover van het boek Wilde rozen van Lulu Wang

‘De nieuwe Lulu’ in sierletters op een houten wiegje. Het is een schattige actie van de CPNB om tot vrijdag met een slaapliedje reclame te maken voor ‘de nieuwe kindjes van de schrijvers’. Na de nieuwe Lulu volgen nog de nieuwe Hanco, Herman, Betsy, Arthur en Loes. Even ter informatie: de nieuwe Herman is er nog niet, die wacht kennelijk nog op een tangverlossing. Maar wat vooral opmerkelijk is aan deze reclame is het feit dat alle wiegjes gelijk zijn, terwijl dat van Lulu er vast anders heeft uitgezien dan dat van Arthur. Als je de nieuwe Lulu Wang, Wilde rozen (Boekerij, € 19,95) leest, is het in ieder geval geen rozengeur en maneschijn geweest, die hele jeugd; excuus voor deze wat clichématige typering, maar ik wil in de stijl van ‘de nieuwe Lulu’ blijven.

Wie behalve de wiegjes ook het aantal, de grootte of de schattigheid van de knuffelbeesten in die wieg met elkaar vergelijkt, stelt onmiddellijk vast dat Lulu er bekaaid vanaf komt. Hanco heeft er twee, Herman een melige trekpop terwijl Lulu het met een heel klein beestje moet doen. Voordat ik de roman las, zag ik geen opzet. Maar nu ik het boek uit heb, vermoed ik toch: de CPNB focust bewust wat minder op de nieuwe Lulu.

Wilde rozen is een coming-of-age-in-China-roman. Het verhaal staat in het teken van wachten op de eerste menstruatie, maar na 480 bladzijden heeft die nog niet plaatsgevonden en lees je de in die context wat onsmakelijke zin: ‘Wat in het vat zit, verzuurt niet’. Dan voel je je als lezer toch wat ongemakkelijk, zeg maar gerust: genomen.

Hoe zit het met de tragiek van opgroeien in China? Ja, die is natuurlijk aanwezig, maar dat wisten we al een beetje dankzij bijvoorbeeld Het lelietheater van Wang zelf of uit Wilde zwanen van Jung Chang, om maar twee bestsellers te noemen; het zal ook niet voor niets zijn dat er gezocht is naar een combinatie van de twee titels die moest culmineren in Wilde rozen.

Toch maar even kort het verhaal: de roman is volgens de flaptekst gebaseerd op Wangs eigen jeugd maar volgens een ‘noot van de auteur’ is alles vrijwel volkomen fictief. Maakt niet uit: meisje groeit op zonder ouders, omdat die als oud-academici in een heropvoedingskamp zitten. Moeder is echter het grootste deel van de roman lijfelijk aanwezig. Het meisje leert zo enerzijds de intellectuele wereld kennen van haar ‘bourgeois’ moeder waar de kunst er is om te ontroeren, en anderzijds de spreuken uit het Rode Boekje op school waar de kunst in het teken van strijd staat. Dat had mooie overwegingen over de rol van kunst kunnen opleveren maar wat je krijgt is een verhaal over een meisje dat zich staande moet houden in een wereld van pesterijen, mislukkende vriendschappen, geile blikken op haar onderbroek bij gebrek aan lange rok, zonder dat ze begrijpt waarom. En voordat je het dan weet staat de keel ‘blank van tranen’ en gaat een hart ‘als een lotusknopje open’.

Ik gun de CPNB een gezegend wiegje, maar deze Wilde rozen hadden beter ‘in de knop gebroken kunnen worden’.

Toef Jaeger