De kille sfeer bij het CDA

Geert Wilders heeft gesproken en Den Haag kan overgaan tot de orde van de dag: de kabinetsformatie. De leider van de PVV sprak zich zaterdag in New York uit tegen de bouw van een moskee in de buurt van Ground Zero. Niemand zal van verbazing van zijn stoel zijn gevallen.

Dat Wilders zich bij deze gelegenheid alleen tegen het moskeeplan in deze beladen omgeving keerde, kan zelfs als een betrekkelijk milde verklaring worden beschouwd. Want voor Nederland bepleit het PVV-programma een strenger regime: nergens meer een moskee erbij.

CDA-fractieleider Maxime Verhagen voelde zich in zijn hoedanigheid als minister van Buitenlandse Zaken niettemin geroepen om te onderstrepen dat Tweede Kamerlid Wilders op persoonlijke titel had gesproken. „De Nederlandse regering hecht net als de Verenigde Staten respect aan de vrijheid om te geloven of niet te geloven, voor iedereen overal ter wereld”, zo verklaarde de minister letterlijk.

Maar de binnenlandse politieke realiteit zou voor fractieleider Verhagen aanleiding kunnen zijn zich voor het moment meer zorgen te maken over de gemoedsgesteldheid in zijn eigen partij. Meer in het bijzonder: in de Tweede Kamerfractie van het CDA. Blijkens diverse berichten is het daar behoorlijk mis. NRC Handelsblad meldde zaterdag dat er in de CDA-fractie „een sfeer van wantrouwen en intimidatie” heerst.

Fractieleden die bezwaar maken tegen de voorgenomen politieke samenwerking met de PVV krijgen van collega’s verwijten naar het hoofd geslingerd, waarbij termen als „verraad” en „moord” vallen. En dat terwijl informateur Herman Tjeenk Willink zich nu richt op heropening van de onderhandelingen tussen VVD, PVV en CDA en vandaag zal aangeven hoe dat in zijn werk zou kunnen gaan.

Het stelt niet erg gerust dat de sfeer in wat straks de kleinste regeringspartij kan worden kennelijk naar het nulpunt is gedaald. Want het zal toch ook voor de volgende informateur een taak worden, zo mag worden verwacht, om een kabinet te vormen dat op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal kan rekenen.

Kan daar sprake van zijn als enkele fractieleden figuurlijk het mes op de keel krijgen gedrukt? Als zij worden gemaand desnoods de fractie te verlaten en hun Kamerzetel op te geven? Wat houdt een vruchtbare samenwerking in als de meerderheid, slechts 76 van de 150 zetels, onder dwang tot stand is gekomen en dus eigenlijk een schijnmeerderheid is?

Het CDA is traditioneel een partij met verschillende vleugels, maar mist kennelijk op het ogenblik het vermogen om met de diversiteit aan opvattingen in eigen gelederen om te gaan. Dat mag Verhagen zich aantrekken. Op 10 juni werd hij met unanieme stemmen tot fractieleider gekozen, na de grote verkiezingsnederlaag van een dag eerder. Een toegevoegde mededeling was toen dat deze keuze niet inhield dat hij ook partijleider zou worden. „Eerst moeten we de partij weer op de rails zetten”, meldde Verhagen zelf.

Kamerlid Klink is inmiddels verbitterd opgestapt, andere fractieleden voelen zich bedreigd. Het CDA staat niet op de rails, de partij is bezig te ontsporen.