Dadaïstische hommage aan Ryzhy van De Warme Winkel

Theater De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg: Poëten en Bandieten door De Warme Winkel. Gezien 11/9 De Kuypers machinefabriek. Aldaar t/m 29/9. Inl: deinternationalekeuze.nl ****

De vloer van de Rotterdamse fabriekshal is wit van blinkende kunstsneeuw. Het decor van het toneelstuk Poëten en Bandieten is een enorme rommel aan parafernalia uit de wereld van de Russische dichter Boris Ryzhy die in 2001 op 27-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. Zijn oeuvre omvat zo’n duizend gedichten en een klein juweel, het Rotterdams Dagboek, dat handelt over een kroegentocht in 2000, na een optreden op Poetry International.

Poëten en Bandieten is nu te zien in De Kuypers Machinefabriek als onderdeel van de reeks De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg. Toneelcollectief De Warme Winkel brengt een grillige, dadaïstische hommage aan de dichter van straat en goot. Ryzhy noemde zijn post-perestrojka generatie: „de verloren generatie, verstoten uit het communisme, maar niet gereed voor het kapitalisme”. Met de komst van het kapitalisme namen, aldus Ryzhy, de georganiseerde misdaad en de terreur van lijfwachten toe. Die grimmige tijd inspireerde hem tot indringend werk, agressief en teder, hard als het straatleven zelf.

Poëten en Bandieten toont de soms huiveringwekkende Werdegang van een dichter die zichzelf opbrandde. Nu eens is hij een kleine, bange jongen die tijdens een jachtpartij beschutting zoekt bij zijn vader; dan weer is hij een verbeten straatvechter die met zijn bende mensen molesteert.

De spelersgroep, Jeroen De Man, Vincent Rietveld, Ward Weemhoff en Mara van Vlijmen, treft knap de geest van de gecompliceerde dichter/ jager/ bokser. Ze acteren met tumultueuze kracht, planten dode berkenbomen, en bellen willekeurige mensen uit het telefoonboek op om gedichten van Ryzhy voor te dragen. Tussendoor is er ruimte voor beschouwingen van Rietveld, over de relatie tussen kunst en zelfmoord, en over de problemen van vertalen uit het Russisch. Dan komt ineens de Russische muziekgroep Otrada op. Gezeten op een kar brengen ze Russische volksmuziek.

De Warme Winkel laat zien dat deze dichter geen heilige is, integendeel. Ryzhy noemde zichzelf „een lieveling van het lot”. In Rietvelds cerebraal gebrachte slotmonoloog gaat hij in op de paradox van de gedoemde dichter: hij wil tegelijk deelnemer en buitenstaander zijn. Dat is onmogelijk.

Bijna religieus is het beeld van de zelfmoordenaar zwevend door de immense fabriek in de Rotterdamse haven. Hij draagt een witte engelenjurk.