Al sinds mijn 48ste noemen ze me een has-been

Van Martin Amis verschijnt deze week de satire De zwangere weduwe.

„Alle grote schrijvers zijn grappig. Het leven is namelijk grappig”, zegt Amis.

Een flipperkast. Dat is het eerste dat opvalt in de Londense woonkamer van Martin Amis. Al helemaal omdat het enorme L-vormige vertrek verder spaarzaam is gemeubileerd. Je ziet vooral de flipperkast aan het raam: oranje met tijgermotieven, groot, niet al te modern. Terwijl ik wacht op een onderhoud met de de 60-jarige schrijver vraag ik me af of hij de kast beschouwt als een symbool. Bijvoorbeeld voor de pers in Groot-Brittannië, die hem geregeld alle hoeken van de kamer laat zien, als hij weer eens een van zijn boude uitspraken heeft gedaan; tegen vrouwen, tegen bejaarden, tegen linkse politici, of tegen zijn favoriete zwarte schapen, collega-schrijvers. Maar als Amis binnenkomt, ontkent hij iedere metaforische relatie. Soms is een pinball machine gewoon een pinball machine; de schrijver flippert graag.

Een uur heb ik gekregen om met Amis te praten. Het onderwerp is De zwangere weduwe, Amis’ twaalfde roman. Maar het gesprek gaat alle kanten op, van het boek naar de wereld, van seks bij Jane Austen naar de ellende van het ouder worden, en van het feminisme naar de verhouding met zijn vader, de legendarische Angry Young Man Kingsley Amis (1922-1995): „Je kunt beter een slagerzoon zijn dan de zoon van een schrijver. Iedereen zal je altijd met je vader vergelijken, zelfs al heb je nooit met hem willen concurreren.”

De zwangere weduwe is het satirische verhaal van de schrijver in spe Keith Nearing, een twintiger die een zomer doorbrengt op een Italiaans kasteel gevuld met jonge, veelal mooie mensen. Keith is in het gezelschap van zijn vriendin, en heeft zich voorgenomen om veel te lezen, maar dat let hem niet om achter de beeldschone Scheherazade aan te zitten. En om te filosoferen over leven, literatuur en vooral lust, want dit zijn de hoogtijdagen van de Seksuele Revolutie en de Tweede Feministische Golf. Een tijd die bepaald niet glorieus was, getuige het commentaar dat bijna veertig jaar later wordt geleverd door de alwetende verteller, die verdacht veel aan Amis zelf doet denken.

Is ‘De zwangere weduwe’ inderdaad ‘blindingly autobiographical’ zoals u in een interview aangaf?

„Absoluut niet. Dat interview gaf ik toen het boek nog lang niet af was. Ik modderde met twee verhaallijnen, waarvan ik de autobiografische heb laten vallen. Dat was een bevrijding. Het echte leven heeft voor een schrijver namelijk een belangrijk nadeel: het is dood. Het heeft geen vorm, het is niet mooi afgewerkt, en het gaat maar door, dag na dag.”

De roman speelt vooral in 1970. Wat was er zo bijzonder aan dat jaar?

„Het was een scharnierpunt in de Seksuele Revolutie – en in de man-vrouwverhoudingen. Ik herinner me hoe het daarvóór was: je trouwde om seks te kunnen hebben en pleegde vervolgens overspel om goede seks te hebben. Door de pil veranderde dat allemaal. In mijn tienerjaren leek de strijd tegen de oude moraal, die nog verder terugging dan de Victoriaanse tijd, definitief gewonnen. Het was allemaal te mooi om waar te zijn… en toen sloeg aan het eind van de jaren zestig de stemming om. Mensen konden moeilijk met de nieuw verworven vrijheid omgaan. De Seksuele Revolutie was een fluwelen revolutie, maar zeker geen bloedeloze. De geboorte van de nieuwe tijd ging met nogal wat weeën gepaard.

Het motto van de roman heb ik ontleend aan een citaat van [de Russische filosoof] Alexander Herzen. Hij schreef dat je je moet verheugen in het wegsterven van de vertrouwde maatschappelijke verhoudingen, maar waarschuwde voor de ‘lange nacht van chaos en ellende’ die ligt tussen de dood van het oude en de geboorte van het nieuwe: ‘de wereld die gaat, laat geen erfgenaam achter maar een zwangere weduwe.’

Je weet niet wat er uit de buik van die zwangere weduwe komt, maar het is een feit dat veel kinderen van bereaved mothers ernstige geestelijke problemen hebben. Dat maakt de titel mooi omineus.”

Herzen is niet de enige schrijver naar wie verwezen wordt in de roman.

„Nee, alleen al omdat Keith zich heeft voorgenomen om tijdens zijn vakantie de klassieke Engelse literatuur door te nemen. Ik laat hem commentaar geven op de minimale hoeveelheid seks in die grote romans – dat heeft mij zelf ook altijd gefascineerd. De romans van Jane Austen bijvoorbeeld are all about one fuck, en daar is de heldin meestal niet bij betrokken. Het duurt tot Thomas Hardy [eind 19de eeuw] voordat er eindelijk wat gebeurt.”

Daarnaast wemelt het ook van de mythologische verwijzingen.

„Er zit inderdaad nogal wat Ovidius in. Neem de mythe van Narcissus, die als een rode draad door De zwangere weduwe loopt. Narcissus is de man die op zichzelf verliefd wordt, en daarmee de stamvader van de narcisten die ik in het boek beschrijf. Maar zijn verhaal kan ons bovendien tot voorbeeld strekken: hij kwijnde weg in een vloek en een zucht, wij doen er een halve eeuw over.”

En daarmee zijn we bij een van de grote thema’s van de roman, de ouderdom die onverdraaglijk is.

„Dat houdt me erg bezig. Keith zegt in de tweede helft van de roman dat de literatuur hem nooit gewaarschuwd heeft voor het proces van het ouder worden. Maar er zijn genoeg romans waarin dreigend over de ouderdom geschreven wordt, alleen hebben we die niet tot ons door laten dringen. Ouder worden is voor niemand leuk, schrijvers hebben het extra zwaar. Tegen mij zeggen ze al sinds mijn 48ste dat ik een has-been ben. Dat is onzin, maar met de jaren wordt het moeilijker om grote boeken te schrijven. Length equals difficulty. Ik denk dat dit mijn op een na laatste dikke boek is, daarna ga ik over op het kleinere werk.”

Worden dat, net als ‘De zwangere weduwe’, komische satires?

„Wat ik in elk geval niet ga schrijven zijn sombere romans. Ik heb de hoop op een Booker Prize-nominatie allang opgegeven, want ik zie niets in de Beckettiaanse gloom novels die tegenwoordig zo populair zijn.”

Maar juist van Samuel Beckett wordt altijd gezegd dat hij humoristisch is.

„Er zijn mensen die zeggen dat zijn proza grappig is, maar mij doet het alleen maar pijn. Een pijn die vervelend is, en niet ontroerend. Geef mij maar de komische roman, of liever the pleasure novel. Humorloze schrijvers zijn waardeloos. Alle grote schrijvers, Hardy misschien uitgezonderd, zijn grappig. En daar is een goede reden voor: het leven is grappig.”

Martin Amis: De zwangere weduwe Vertaald door Jan Pieter van der Sterre. Contact, 336 blz. € 22,95