Afghaanse veiligheid op nieuw dieptepunt

De veiligheid in Afghanistan is in de periode na 2001 niet zo slecht geweest als nu. Dat zei de organisatie Afghanistan NGO Safety Office (ANSO) gisteren in The New York Times. ANSO registreert de geweldsincidenten in het hele land, om hulpverleners veiligheidsadvies te kunnen geven.

In augustus telde ANSO 1.353 aanvallen door de Talibaan en andere opstandelingen, tegenover 630 in augustus vorig jaar. Terwijl augustus vorig jaar als een extreme maand werd beschouwd wegens de presidentsverkiezingen, die voorafgegaan werden door talloze aanslagen.

De NAVO-troepenmacht ISAF wijt het toegenomen geweld aan de uitbreiding met 30.000 militairen die deze zomer is ingezet. Door de grotere aanwezigheid is er meer gelegenheid om de buitenlanders aan te vallen, aldus ISAF. Deze troepen zijn echter in het zuiden gestationeerd, terwijl ook in het voorheen relatief veilige noorden de invloed van opstandelingen zich uitbreidt.

ANSO staat niet achter de stelling van ISAF dat de situatie eerst moet verslechteren om te kunnen verbeteren. „Het past juist in de ontwikkeling van de laatste vijf jaar dat de situatie steeds slechter wordt”, zegt directeur Nic Lee.

Volgens ANSO is nog maar één van de 34 Afghaanse provincies vrij van opstandelingen. Dat is Panjshir, voorheen het bastion van Ahmad Shah Massoud, die zowel de Sovjets als de Talibaan buiten de deur hield. Hulpverleners verklaren dat zij steeds voorzichtiger moeten zijn. „De ruimte voor humanitair werk wordt elke dag kleiner”, aldus een medewerker van CARE Afghanistan.