Voedselvraag en schaarste leiden tot kalikoorts

De markt voor kunstmest is hevig in beweging. De prijzen stijgen en het aantal overnames neemt toe. Gegarandeerde groei of een nieuwe zeepbel?

Eeuwenlang was ‘potas’ een Nederlands woord. Een wit alkalisch poeder dat werd verkregen door het logen en verhitten van hout tot ‘as’ in een pot. Nu is kali of kaliumcarbonaat de juiste benaming. Maar in de Angelsaksische landen wordt het goedje nog steeds ‘potash’ genoemd, en het is een felbegeerde grondstof.

Afgelopen maand liet het Brits-Australische mijnbouwconcern BHP Billiton zijn oog vallen op het Canadese Potash Corporation of Saskatchewan, mondiaal de grootste leverancier van kali met een marktaandeel van ruim een kwart. BHP heeft 40 miljard dollar (31 miljard euro) over voor zijn doelwit dat een jaaromzet draait van 3,7 miljard euro. Dat de mijnreus bereid is zoveel geld op tafel te leggen voor een branchevreemde overname duidt erop dat er veel winst kan gehaald worden uit de winning en verkoop van kali.

Potash is veruit de grootste kunstmestproducent ter wereld. Het bedrijf heeft marktposities in de drie belangrijkste ingrediënten voor plantenvoeding: kalium, fosfaat en stikstof.

De naam van het Canadese bedrijf verwijst niet toevallig naar het product: potas of kali was vorig jaar goed voor 71 procent van de brutowinst van het concern. Het in de prairieprovincie Saskatchewan gevestigde Potash wijst het miljardenbod van BHP krachtig van de hand, naar eigen zeggen omdat het bod te laag zou zijn.

De oorzaak voor deze virulente opstoot van ‘kalikoorts’ zijn China, India en Brazilië. Hogere inkomens zorgen er voor andere voedingsgewoonten. De consumptie van vlees, graan en diverse oliehoudende zaden is er de laatste dertig jaar exponentieel gestegen. Een boer die kippen kweekt heeft twee kilogram graan nodig voor de productie van één kilogram kippenvlees. Bij rundvlees is die verhouding acht op een. Voor die stijgende behoefte aan graangewassen is kunstmest nodig en dus neemt ook de behoefte aan kali jaar over jaar toe, naarmate de wereldbevolking groeit en de voedselproductie stijgt.

BHP wil met de acquisitie van het concern Potash gegarandeerde omzet- en winstgroei kopen. De drempel voor deze klassieke mijnbouwer om van nul af aan met de winning van kali te beginnen, is hoog. Het vergt gemiddeld 2,8 miljard dollar om een kalimijn met een capaciteit van 2 miljoen ton in de regio Saskatchewan te openen. Op zich is dat geen onoverkomelijk bedrag voor BHP, dat in het eerste halfjaar een nettowinst boekte van 24,5 miljard dollar, maar het duurt ook minstens zeven jaar voordat zo’n mijn volledig operationeel is. Dus wil BHP tijd kopen.

Daarnaast zijn de bodemvoorraden van kali en fosfaat eindig, en wordt voor schaarste gevreesd, waardoor een producent in de toekomst mogelijk hogere prijzen voor de meststoffen kan vragen. Er zijn slechts twaalf landen waar kalium in de vorm van zouten, vaak diep in de ondergrond, voorkomt. In centraal Canada ligt het op een diepte van circa duizend meter. Ook fosfaat is een delfstof. Voor meststoffen op basis van stikstof ligt dat anders, dat zijn producten die uit stikstofgas (uit de lucht) en aardgas worden gemaakt.

De International Fertilizerindustry Association (IFA) in Parijs concludeerde deze zomer in een rapport dat de wereldmarkt voor kunstmest dit jaar flink aantrekt na een dip in 2009. Afgelopen jaar was „een aberratie”, vindt ook Wayne Brownlee, financieel directeur van Potash Corporation. De wereldproductie van meststoffen zakte naar 194 megaton, 7 procent lager dan de piek van 2007 en het laagste niveau sinds 2003. Het gebruik van kali kromp met een vijfde, en in de VS zelfs met 40 procent. De dip is volgens de IFA terug te voeren tot de mondiale voedselcrisis van 2007-2008 en de economische crisis van 2008.

De graanprijzen waren in de zomer van 2008 naar recordhoogte gestegen, waardoor boeren in de hele wereld extra graan gingen inzaaien om te profiteren van de hoge prijzen. De vraag naar meststoffen nam daardoor sterk toe, waardoor ook die prijzen stegen. Door de kredietcrisis en de heftige afkoeling van de economie beslisten een aantal boeren om de bemesting met kali en fosfaat uit te stellen. Bemesting met stikstof blijft altijd nodig, maar de gewassen kunnen wel een jaartje zonder kalium en fosfaat.

Vooral China liet het afweten in 2009. Canpotex, de verkooparm van Potash en twee andere Canadese kunstmestproducenten, Mosaic en Agrium, tekende dat jaar geen contract met de Chinezen voor de levering van kali. De Chinese invoer van het ingrediënt daalde met 60 procent. India begon halverwege 2009 wel zijn voorraad aan kali aan te vullen en sloot met Canpotex termijncontracten voor de levering van de grondstof.

„Het grootste vraagteken is China”, zei Brownlee begin dit jaar op een landbouwconferentie van investeringsbank Goldman Sachs in New York. „De consumptie van kali is in China op significante wijze gekrompen, nadat de vraag er gedurende tien jaar met een gemiddelde van 7 procent is gegroeid. We moeten terug naar die groei om een normale marktsituatie voor kali te hebben.”

De IFA voorspelt nu een inhaalslag voor kali en fosfaat. De vraag naar kali zal met 18 procent toenemen ten opzichte van het voorgaande jaar, de vraag naar fosfaat met 4,5 procent. Samen met stikstof (1,9 procent groei) zal de totale vraag naar meststoffen in de wereld groeien met 4,8 procent, naar 170,4 Megaton in het seizoen 2010/2011. In 2014/2015 zal de behoefte gestegen zijn naar 188,3 Megaton, met name door een grotere vraag vanuit Azië.

Bill Doyle, bestuursvoorzitter van Potash Corporation, is er vrij zeker van dat China niet zal achterblijven. Op kritische vragen daarover van een analist zei hij in mei tijdens een meeting met investeerders: „Bij God, ik garandeer u dat de Chinese regering erg nerveus zal worden als ze dit jaar zal worden geconfronteerd met de hoge vraag naar graan en soja. Als er iets is dat de overheid wil vermijden, dan is het voedseltekort. Dit zou de dood betekenen van het huidige Chinese leiderschap.”

De prijzen voor kali schommelen momenteel rond de 350 dollar (260 euro) per ton. Lange tijd bedroegen ze nog niet eens de helft daarvan. Dat het prijsniveau – na de enorme piek van 2008 toen 1.000 dollar voor een ton kali werd betaald – niet is teruggevallen tot dat peil, is volgens Doyle het bewijs dat de vooruitzichten erg goed blijven. Het bedrijf spiegelt de analisten voor dat de prijs voor kali op langere termijn zal uitkomen op circa 400 dollar per ton. Elke stijging van 50 dollar voegt zo’n 6 miljard dollar toe aan de bedrijfswaarde, aldus Potash Corporation. Ook de financiële markten geloven erin. De koers van het aandeel Potash bereikte intussen bijna 150 dollar, ruim 15 procent hoger dan het bod van BHP.

Directeur Rein Coster van de Vereniging van Kunstmest Producenten in Den Haag noemt de discussie over schaarste van meststoffen „relatief”. Het is een probleem van de lange termijn, zegt hij. „De olie in de wereld zal eerder op zijn, dan de voorraden kalium en fosfaat.” Maar, geeft hij toe, voor olie zijn alternatieve energiebronnen beschikbaar, voor meststoffen bestaat geen alternatief. Wel ontwikkelen bedrijven methoden om deze kunstmestingrediënten weer terug te winnen, bijvoorbeeld uit dierlijke mest. „Maar de kringloop kan nooit helemaal gesloten worden”, zegt Coster. Hij verwacht dat de prijzen voor meststoffen op termijn zullen stijgen

Toch zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de kalikoorts die de markt in zijn greep heeft. De vraag was de afgelopen jaren, vooral in China, exponentieel toegenomen. De Chinese landbouw moest een inhaalbeweging doen en die is nu grotendeels voorbij, stellen critici. Groeitrends uit het verleden – en Potash Corporation rekent op een jaarlijks gemiddelde van 3,6 procent – kunnen niet zonder meer doorgetrokken worden.

De prijzenpiek in de zomer van 2008 was uitzonderlijk. In de tien voorgaande jaren was er van grote prijsstijgingen geen sprake. In 2009 en 2010 is het prijspeil op een relatief hoog niveau gebleven. Dat maakt het voor andere spelers aantrekkelijk om met extra productiecapaciteit op de markt te komen. Een aanbodsurplus kan de prijzen weer doen duikelen, en de kalizeepbel is een feit.

Daarbij is er in de wereld van de delfstoffen veel kunstmatige inflatie, waar het aanbod gemanipuleerd kan worden door meer of minder te winnen. De voorspelde prijsstijging van kali is daardoor allerminst zeker.

En er zijn andere onzekerheden. Chinese en Indiase boeren zullen efficiënter worden in het gebruik van kunstmest (zie kader Nederland). Landbouwgrond en watergebruik in China heeft ook zijn beperkingen, en wellicht zal daar op termijn eerder de invoer van graan groeien dan van kali.

Potash zelf nam de afgelopen jaren aandelenbelangen in Israëlische, Arabische, Chileense en Chinese kaliproducenten. Die laatste speler, Sinofert, waarin het 22 procent bezit, is ook de partner waarmee verkooptak Canpotex van Potash elk jaar onderhandelt voor de levering van kali. Op die manier is het bedrijf uit Saskatchewan voor een deel de ‘koper’ en ‘verkoper’ geworden van zijn eigen kali in het strategische China.

Ook dat verklaart waarom mijngigant BHP Billiton best bereid is een flinke meerprijs te betalen voor het Canadese concern.