Sport in beeld

Mirka Federer (rechts), echtgenote van tennisser Roger Federer, en Anna Wintour, hoofdredacteur van modeblad Vogue op de US Open, New York, 8 september 2010. Foto AP Mirka Federer, right, wife of Roger Federer, talks with Vogue editor-in-chief Anna Wintour during a quarterfinal match at the U.S. Open tennis tournament in New York, Wednesday, Sept. 8, 2010. (AP Photo/Mark Humphrey)

Kijk uzelf recht in de ogen en ga na wat u denkt. Twee dames, die babbelen. Zoiets, niet? Babbelen is een voor vrouwen uitgevonden woord. Als vrouwen praten, babbelen ze. Mannen babbelen nóóit. Mannen praten.

Ahum.

Hoe komt die mythe toch in de wereld? En hoe helpen we die eruit? Laatst nog, in de tram, de ene man tegen de andere: „Zeg ik....ik zeg....zegt ze....ik zeg...zeg ik....ja, niet dan, ja toch zeker?” Authentieke ouwe wijven waren het, maar dat denken is natuurlijk al fout. Het waren gewoon mannen. Er zijn er trouwens die ijskoud ‘doei’ of ‘doeg’ zeggen.

Genoeg!

We laten eens even onze fantasie werken. Waarom zouden we bijvoorbeeld uitgaan van een goedmoedig praatje? Veel spannender is het om die Wintour, duivelse keizerin in haar eigen wereld, hier te zien als een dweepzieke indringster. Een groupie die in haar trendy trenchcoat net zo lang geëlleboogd heeft tot ze naast de ‘vrouw van’ stond. Die aandacht zuigt. Jengelt en zeurt. De mooiste kleren, maar echt vallen doet ze voor die tennisbenen.

Houd die gedachte vast en kijk opnieuw. Juist. De vrouw van Federer kijkt haar niet aan. Ze mag dan kleinburgerlijke oorknopjes dragen en een wat onbestemd kapsel hebben en ook die blouse is bepaald geen dernier cri – dit is haar terrein. En de held op het veld is háár held.

Wie dit alles eenmaal ziet, constateert dat ook een nog grotere zonnebril de onzekerheid op het gezicht van de indringster niet had kunnen verbloemen.

Pieter Kottman