'Moslim zijn is een keuze, elke dag weer'

Leyla Çakir (1978), dochter van een Turkse gastarbeider, is geboren tijdens de ramadan. ‘In ons gezin was ik degene die haar mannetje stond.’

‘Ik ben een ramadan-kindje. Een van de laatste tien nachten van de ramadan is de nacht van Leyla, Lailat ul qadr in het Arabisch, en mijn moeder zegt dat ik precies in die nacht geboren ben.

„Ik weet niet meer waarom we deze foto lieten maken, maar dat staartje op mijn hoofd weet ik nog wel. Mijn moeder knipte zelf mijn haar, schots en scheef, en als ze zich ergerde aan mijn pony bond ze die vast op mijn hoofd met een keukenelastiekje. Verder was ze niet streng met uiterlijk. Toen ik in de brugklas mijn haar er helemaal af wilde laten knippen, mocht dat gewoon.

„In ons gezin was ik degene die haar mannetje stond. Iedereen wist: Leyla, die kun je niks wijsmaken. Mijn oudste broer was mijn tweede papa, mijn zus mijn tweede mama. Ik voelde me beschermd. Ik was een actief kind, populair ook wel. Ik deed vaak mee aan playbackwedstrijden. Mijn bijnaam was ‘de kleine Madonna’.

„Op onze katholieke basisschool waren wij de enige Turkse kinderen. Iedereen was een ‘Turk’ toen, je had veel grapjes over Turken, maar wij werden niet uitgescholden. In de wijk lagen we ook goed. In Geleen waren veel Marokkanen, die waren gekomen om in de mijnen te werken. Mijn Marokkaanse vriendinnetjes kregen elke week godsdienstles in de moskee, en ik was nieuwsgierig, dus toen ik een jaar of tien was, ging ik met ze mee. Ik kon de docent niet verstaan; hij sprak Arabisch. Een Tunesische vrijwilliger is me toen privéles gaan geven: hij heeft me het gebed geleerd en verhalen verteld. Mijn broers en zus leerden gewoon thuis over het geloof. Je wordt als moslim geboren, maar het is ook een keuze die je maakt, elke dag opnieuw. Je moet toch je eigen identiteit zien te vormen.

„Mijn ouders komen uit Samsun, een noordelijke kustprovincie van Turkije met bergen en rivieren. De legende wil dat de Amazonen in dat gebied geleefd hebben, en ik zeg altijd: mijn moeder moet van de Amazonen afstammen. Ze is zo’n sterke vrouw. Als oudste dochter uit een groot boerengezin moest ze vanaf haar zevende op het land werken en op haar broertjes en zusjes passen. Ze is nooit naar school geweest en heeft niet leren lezen of schrijven. Ze schaamt zich daar niet voor. Ze redt zich prima.

„Mijn vader was acht jaar ouder dan mijn moeder. Na zijn militaire dienst was hij met zijn broer een eigen bakkerszaak begonnen; ze kwamen uit een bekende bakkersfamilie. Het was tijd voor hem om een vrouw te vinden, en toen mijn moeder in de winkel kwam, probeerde hij te flirten door geen geld aan te nemen voor het brood dat ze kocht. Dat vond ze maar niks – ze werd er boos om. Later zijn ze alsnog met elkaar in gesprek geraakt, en toen klikte het beter. Ze pasten goed bij elkaar, met allebei blauwe ogen en een bleke huid.

„Ze verhuisden naar een andere stad, waar mijn vader weer een bakkerij opende, en toen kwam de gelegenheid om naar Europa te gaan. Wie weet kan ik daar een beter bestaan voor mijn familie opbouwen, dacht mijn vader, en hij liet zich keuren. Hij kwam er goed doorheen, want hij had echte werkhanden; dat vonden de wervers belangrijk. In 1971 kwam hij in -Nederland aan, en na drie jaar kon hij mijn moeder al laten overkomen, met drie kleine kinderen. Mijn vader wilde graag nauw bij zijn gezin betrokken zijn. Vier jaar later werd ik geboren.

„Mijn ouders zijn tevreden mensen. Ik heb ze nog nooit horen klagen. Mijn vader heeft altijd in de Volvo-fabriek gewerkt, mijn moeder deed thuiswerk en maakte schoon. Voor ons vonden ze een goeie opleiding het belangrijkste. Eerst je diploma’s halen, de rest komt daarna wel. Toen ik aan het eind van de basisschool lbo scoorde bij de Citotoets, heeft mijn vader voor 320 gulden een tweede test bij me laten afnemen; daarna kon ik naar het Albert Schweitzer, net als mijn broers en zus, en deed ik probleemloos de havo.

„Na jaren van uitstel ben ik vorig jaar naar de Randstad verhuisd, maar ik blijf een echte Limburgse. Ik ben ‘TOLL’, bedacht ik laatst: Trots op Limburgse Luitjes. Ik ga bijna elk weekend terug. Dan slaap ik op mijn oude kamer. Mensen denken vaak dat dat wel een soort verplichting voor me zal zijn, maar zo voel ik dat niet. Ik ben daar graag. Mijn familie is nummer één.”

Ze is moe; het was laat gisteravond. Tijdens de ramadan komt er ’s avonds een enorm sociaal leven op gang. Ze vast sinds haar twaalfde mee. Vasten is goed voor een mens.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl