Lucifersdoosjes

In een huis waar ik lang geleden voor het laatst was geweest, deed ik een archeologische vondst. Een lucifersdoosje. Een exemplaar van het klassieke merk, Zwaluw. Een doosje van echt hout, met op het etiket een mooi plaatje van de vogel in zijn snelle vlucht en daarboven in vette zwarte letters: Säkerhets Tändstickor. Er zaten waarachtig ook nog een paar lucifers in. Gemaakt in Uddevalla, Zweden.

Wat is er met de lucifers gebeurd? Bijgezet in het geweldige mausoleum waar ook de schrijfmachines, de pistolen met percussiedopjes, de Gatling machinegeweren, de grammofoons met een naald, de radio’s met lampen, de telefoons met draaischijf en de zeppelins worden bewaard? Al dat verjaard vernuft waarmee de mastodonten zich door het leven sloegen. Mastodont is het nieuwste scheldwoord.

Langzaam en vrijwel ongemerkt zijn die prachtige stokjes verdwenen. Daar kom ik straks op. Maar stel je eerst nog even de luciferloze tijd voor. Heel vroeger maakte de mens vuur door een stok hard en lang in een bak met zaagsel te laten draaien. Toen kwam de tondeldoos. Nooit begrepen hoe die werkt. En eindelijk is een genie op het idee gekomen, een stukje hout van een kop met een zwavelhoudend spul te voorzien. Streek je die krachtig langs een fosforhoudend vlakje, dan ging de zwavel branden, stak het houtje aan en zo kreeg je dit vlammetje van betrekkelijke duurzaamheid. Een paar seconden. Hij noemde het een Lucifer, naar de opperste van de afvallige engelen, of de Duivel. Een uitstekende naam. Maar hoeveel nadenken, experimenteren is eraan voorafgegaan?

Goed, het was zo ver. De wereld wil op de gemakkelijkste manier van alles aansteken. Op die behoefte werd de luciferindustrie gebouwd. De fabriek van Zwaluw is opgericht in 1895 en heeft verscheidene medailles gewonnen. Dat staat allemaal op het doosje. Zwaluw kreeg concurrentie. De luciferindustrie werd een wereldindustrie. De kinderen gingen lucifermerken verzamelen. Toen kwam er een fundamentele bedreiging voor het doosje: het luciferboekje, een stukje in tweeën gevouwen karton met de kartonnen lucifers ertussen, en weer met een mooi plaatje buitenop. Ook goed voor verzamelaars. Het boekje heeft het doosje niet verdrongen.

Intussen werd de aansteker uitgevonden. Vuurmachine zou ook een goede naam zijn geweest maar dat woord is te lang. De oudste aansteker die ik me herinner is een machientje uit de jaren dertig, van mijn vader. Een klein metalen doosje, met in de bodem een korte dikke schroef. Draaide je die eruit, dan kon je de watten in het inwendige met benzine doordrenken. Door een lontje werd de brandstof opgezogen. Dit lontje stak er aan de bovenkant weer een paar millimeter uit, bij een mechanisme dat een vonk kon maken, door een gekarteld wieltje dat je met een korte beweging van je duim tegen een vuursteentje liet draaien. Het lontje werd weer beschermd door een kapje aan een staafje met aan de andere kant een scharnier.

Aan de beschrijving merkt u, dat we hier met een ingewikkelde constructie te maken hebben. Alle machines zijn ingewikkeld. Denk aan uw horloge. En de mens streeft naar vervolmaking van alles, wat tot gevolg kan hebben dat een machine nog ingewikkelder wordt. Maar het hoeft niet. De oorlog is een van de weinige bezigheden waarbij nog gerookt mag worden. Bovendien werken de soldaten in de open lucht. Om onder alle weersomstandigheden de sigaret zo vlug mogelijk te kunnen aansteken, hebben de Amerikanen de Zippo ontworpen, een robuuste aansteker met een geperforeerd schoorsteentje. Zippo never fails.

Toen is de periode van de gasaanstekers aangebroken. Er is vast en zeker een aanstekermuseum waar je je grondig op de hoogte kunt stellen en er zullen ook wel verzamelaars zijn. Ik kom nu terug op het lucifersdoosje. De kinderen van deze tijd beseffen het niet, maar voor ons was het volmaakt bouwmateriaal. Je moeder moest de lege doosjes bewaren, je spaarde ze, tientallen. Je had een tube Velpon (lijmt alles), en dan maakte je huizen, torens, een kasteel. En dan was er nog iets. Je schraapte het fosfor van het strijkvlak, stampte een stuk of wat koppen fijn, mengde de twee poeders en je had een explosief. Dat stopte je, in kleine hoeveelheden in zilverpapier gewikkeld, hier en daar in het doosjeskasteel. Dit geheel stak je aan. In die kleine vuurzee klonk dan af en toe een plof, gevolgd door een regen van vonken. Plof! Het is weer eens iets anders dan gamen.