Kunst is nog niet in actie tegen Wilders

Kunstenaars aarzelen bij de artistieke bestrijding van Wilders. Ze vinden het thema te „onsierlijk” om te verbeelden. Een enkeling durft het aan.

V.l.n.r.: Cd-hoes van The Geert Wilders (foto Brenda de Vries), zeepbeeld De tijd lost alles op (2009) door Ineke Kanters (foto Sjaak Ramakers), De Geert Wilders werken (2005) door Jonas Staal, beeldengroep We laughed a lot about that, that summer (2010) door Matthijs Bredewold en Ulrik Kristensen.

Geert Wilders ligt op de grond. Hij is neergestoken met een vlaggenstok, die nu rechtop in zijn lichaam staat. De stok wordt vastgehouden door een man in een oranje shirt.

De beeldengroep is gemaakt door kunstenaar Mattijs Bredewold, met hemzelf in de rol van moordenaar. „Wilders wil de kunstsubsidies afschaffen en hij heeft meer ideeën waar ik het niet mee eens ben. Als je als kunstenaar ergens tegen bent, moet je dat tonen in je werk.”

De voorman van de Partij voor de Vrijheid is niet geliefd onder kunstenaars. Wilders noemt kunst een ‘linkse hobby’ en hij wil de kunstsubsidies afschaffen. Toch zijn er maar weinig kunstenaars die zich zo fel tegen Wilders keren als Bredewold doet.

De paar protestacties die er wel zijn, worden georganiseerd door lobbyclubs als Kunsten ’92: een onderzoek naar de economische waarde van cultuur en een manifest met handtekeningenactie op Oerol. Of ze zijn ludiek van aard: een website waarop je stickers kunt bestellen met de tekst ‘linkse hobby’ of musici die een deuntje spelen in de voortuin van Wilders’ geboortehuis in Venlo.

Grotere vormen heeft het activisme tot nu toe nog niet aangenomen. De kunstwereld heeft zich niet verzameld op het Malieveld – en ook in hun werk gaan kunstenaars niet hard in de tegenaanval.

Martijntje Hallmann, hoofd van de afdeling Ateliers aan de Rijksakademie, ziet Wilders als thema niet langskomen. „Wilders is een te letterlijk onderwerp om heel direct iets mee te doen.”

Beeldend kunstenaar Joep van Lieshout vindt Wilders „een onsierlijk onderwerp”. „Het inspireert me niet.” Ola Mafaalani, artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel, zegt het zo: „Wilders is te absurd voor het theater.”

Willem Velthoven, voorzitter van kunststichting Mediamatic, denkt dat het moeilijk voor kunstenaars is om lang te werken met het onderwerp Wilders. „Die man is zo stuitend.” Mediamatic had één actie rond Wilders, toen diens film Fitna uitkwam. De stichting zette tientallen filmpjes op internet die titels hadden als ‘Fitna by Geert Wilders’. Daarin waren lacherige mensen met een blonde pruik op te zien, die ‘sorry’ zeiden. Sorry voor Fitna. „We wilden verwarring stichten”, zegt Velthoven. „Het was een activistische grap.”

Als Wilders al onderwerp is van de kunst, is het ludiek, zijdelings, of subtiel. Zo is er de rockgroep The Geert Wilders, een formatie van kunstenaars. „Sinds onze band zo heet, hebben wij significant meer succes”, zegt zanger Sgt. Hero, die een peroxideblonde haarlok heeft. Of neem de audities, vandaag, voor ‘de nieuwe Wilders’: regisseur Eric de Vroedt zoekt een acteur die de rol van Geert Wilders vertolkt in zijn nieuwe voorstelling. Vijfentwintig acteurs dingen mee, onder wie Hans Kesting, Jeroen Willems en Gijs Scholten van Aschat. Allemaal hebben ze een speech ingestudeerd die Wilders daadwerkelijk heeft uitgesproken. Ze worden verwacht in pak – voor blonde pruiken is gezorgd.

De Vroedt wil met zijn actie „de figuur Wilders deconstrueren en blootleggen voor het publiek”. Maar de uiteindelijke voorstelling gaat over de „verplatting en commercialisering van de samenleving”, zegt hij. „Dat is relevanter. Wilders is als dramatische figuur niet interessant.”

Door de voorstelling Alice in Wonderland, die in oktober in première gaat bij het Noord Nederlands Toneel, waart eveneens de geest van Wilders. Artistiek leider Ola Mafaalani: „Toen we ruim een jaar geleden met dit stuk begonnen, dacht ik: dat moeten we niet doen. Tegen de tijd dat het af is, is dat onderwerp achterhaald. Gelukkig hield schrijver en regisseur Ko van den Bosch voet bij stuk.”

Mafaalani vindt haar eigen opvatting van destijds naïef en ze denkt dat meer kunstenaars Wilders niet serieus genoeg hebben genomen. „We hebben zijn invloed onderschat. Ook daarom is er weinig protest geweest.”

Een kunstenaar die er wel vroeg bij was, is Jonas Staal. De Rotterdammer maakte vijf jaar geleden ruim twintig bermmonumenten voor Wilders: een foto van de politicus omgeven door waxinelichtjes, knuffelbeesten en bloemen, op diverse plekken langs de weg. Wilders deed aangifte, hij voelde zich bedreigd. De kunstenaar moest voor de rechter verschijnen, maar werd niet veroordeeld. De zaak ligt nu bij de Hoge Raad. „Mijn werk ging over de rol die beeldcultuur speelt in de politiek. Politici zijn celebrity’s geworden”, zegt Staal. Net als De Vroedt en Mafaalani is hij niet zozeer geïnteresseerd in de persoon Wilders „maar in de onderliggende crisis die het politieke systeem doormaakt”.

Jelle Bouwhuis, curator van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, denkt dat kunstenaars sinds de rechtszaak tegen Staal misschien koudwatervrees hebben gekregen. „Die rechtszaak liet zien dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Misschien heeft dat kunstenaars terughoudender gemaakt.” Joep van Lieshout spreekt dat tegen. „Als ik activistische kunst tegen Wilders zou willen maken, dan zou ik het doen”, zegt hij.

Kunstenares Ineke Kanters ontving wel degelijk kritiek en dreigementen toen ze eind vorig jaar een zeepbeeldje van Wilders maakte. Ze zette het onder een dakgoot en gaf het de titel De tijd lost alles op. „Het was grappig bedoeld”, zegt ze. „Ik schrok van de reacties.”

Beeldend kunstenaar Marc Bijl zegt dat kunstenaars liever kunst met eeuwigheidswaarde maken. „Dit soort werk doorstaat de tand des tijds niet.”

Het maken van ‘autonome kunst’ heeft in Nederland een sterke traditie, zegt Charles Esche, directeur van het Van Abbe Museum in Eindhoven. Daarom reageren kunstenaars weinig op de actualiteit. „Op de kunstacademies ligt de nadruk sterk op het aanleren van technieken, het ambacht. Verdieping en verbanden leggen heeft geen prioriteit.”

Ook het Nederlandse theater is traditioneel eerder vormgericht dan politiek geëngageerd. Onder makers bestaat bovendien grote angst voor het stichtelijke ‘vormingstoneel’ van de jaren zeventig. De Vroedt: „Theatermakers zijn bang voor het opgeheven vingertje. Pamflettisme is artistiek gezien oninteressant.”

De Vroedt zegt dat de aard van het theater direct protest in de weg staat. „Theater is je inleven. Het is voor makers interessant om Wilders te proberen te begrijpen. Wat is zijn charisma, wat zijn zijn strategieën? Die ambivalentie opzoeken is inherent aan goede kunst. Maar het staat een eendimensionale afwijzing in de weg.”

Zo’n afwijzing door de kunstwereld zou ook niet verstandig zijn, zegt de directeur van het Van Abbemuseum. „Het is makkelijk om de persoon van Wilders en de mensen die op hem stemmen te ridiculiseren. Maar Wilders is niet het probleem, hij is een symptoom. Het probleem is dat het idee van de Nederlandse identiteit aan het vervagen is, in zekere zin bedreigd wordt. Dat leidt tot onzekerheid bij burgers. Dat gevoel moeten kunstenaars niet weghonen, maar serieus benaderen."

Toneelschrijver Joachim Robbrecht probeerde het twee jaar geleden, toen hij met theatergezelschap Wunderbaum de voorstelling Venlo maakte, die hij ook opvoerde in in Venlo – de bakermat van Wilders. Inwoners van Venlo speelden mee. Daarmee plaatste Robbrecht de kunst middenin in de gemeenschap en rekende zo ook af met het bezwaar dat geëngageerde kunstenaars slechts ‘preken voor eigen parochie’. Robbrecht: „De inwoners van Venlo die meewerkten, moesten echt stelling nemen en zich in hun omgeving verdedigen. Dat veroorzaakte wel commotie in die gemeenschap.”

Sommige kunstenaars proberen Wilders ‘van binnenuit’ te bestrijden. Kunstenaar Dominique Karl Himmelsbach de Vries stemde op hem en maakte een YouTube-filmpje van die gebeurtenis. Voor de camera zegt hij: „Ik voel mij pas verantwoordelijk als ik de slechtste kies. Als ik hem kies en hij komt aan de macht voel ik spijt, voel ik mij verantwoordelijk.”

Ola Mafaalani deed iets soortgelijks: ze probeerde lid te worden van de PVV, om van binnenuit te kunnen protesteren. Dat kon niet: de PVV heeft geen leden. Ze voelt in toenemende mate de noodzaak concrete actie te ondernemen. „Eerst dacht ik: het is met Wilders zoals met zelfmoorden; als je er te veel aandacht aan besteedt, is er kopieergedrag. Maar inmiddels blijkt dat negeren niet werkt.”

Ze verzon een actie waarbij alle artistiek leiders in Nederland op hetzelfde moment een sirene zouden laten afgaan „om de noodtoestand uit te roepen”. Maar ze bedacht zich: „Dat kun je bejaarden die de oorlog hebben meegemaakt niet aandoen.” Ko van den Bosch spreekt zich fel uit tegen de „hufterige types van de PVV.” Hun bezuinigingsplannen noemt hij „een sociaal-culturele Kristallnacht”.

Dat er een grote protestdaad aankomt van de kunstwereld, staat voor Mafaalani vast. „We hebben het gehad met onze stilte. Het is één minuut voor twaalf.”