Kinderen en geluk 4

Wetenschapsbijlage 28-08-10

Psychologen hebben vastgesteld dat het hebben van kinderen gemiddeld niet gelukkiger maakt, maar juist minder gelukkig. Maar daartoe hebben deze wetenschappers wel eerst eenduidige criteria moeten vaststellen voor geluk, waaraan zowel ouders als kinderlozen worden getoetst. Voor sociale wetenschappers is dat een logisch uitgangspunt, anders kunnen ze immers niets vergelijken. Als dan blijkt dat ouders met thuiswonende kinderen gemiddeld vaker lijden aan symptomen van stress en depressie, standaardkenmerken van ongeluk, dan moet de conclusie zijn dat ouders minder gelukkig zijn. Dit is natuurlijk voor alle ouders herkenbaar, de voortdurende spanning en het slaapgebrek, de mindere flexibele tijdsbesteding, het ingeperkte sociale leven. Maar er zijn dagelijks ook legio momenten in het leven van een ouder die alleen vallen te omschrijven als intens geluk. Deze geluksbeleving kennen kinderloze mensen uiteraard niet, want die hebben geen kinderen. Hoe stellen we dan vast in hoeverre zulke momenten van oudergeluk compenseren voor de toegenomen symptomen van ongeluk? Hoe vergelijken we het nettoresultaat van ouders en kinderloze mensen? Overigens gaan ook andere veronderstelde gelukssituaties frequent gepaard met momenten van ongeluk. Een van de in het artikel expliciet genoemde basisbehoeftes die lijden onder het krijgen van kinderen is de status van een veeleisende baan. Nu, juist een succesvolle carrière levert ook regelmatig ongelukkige momenten op van slaapgebrek, stress en bezorgdheid. Geluk kan bestaan op de achtergrond van vele ongelukkige momenten. De vele behoeftes die de mens wil bevredigen, laten zich niet reduceren tot een simpele optelsom. Het is onzinnig om te stellen dat het geluk dat ouders voelen, berust op een vergissing. Geluk is per definitie afhankelijk van de perceptie van iedere individu in zijn eigen situatie. Is dit de triviale huis-tuin-en-keukenopvatting van een leek? Laten de beoefenaars van Happiness Studies dan vooral doorgaan met het wetenschappelijk exploreren van biologische en sociale factoren die geluk mogelijk beïnvloeden. Maar zoals dit vakgebied in het artikel van De Bruin wordt voorgesteld, levert het niet zozeer verrassende onderzoeksresultaten op, als wel oppervlakkige en gezochte analyses.

Jetze Touber

Amsterdam