Het gaat juist heel goed in Nederland

Ondanks het goede nieuws van deze nazomer overheersen sombere berichten over de staat van Nederland en Europa. Dat komt omdat een pakkend antwoord op Wilders ontbreekt.

Wetenschappelijk medewerker bij het Duitsland Instituut in Amsterdam

De nazomer van 2010 heeft veel goed nieuws gebracht. Een van de goede berichten vond ik dat Ab Klink zijn geweten liet spreken en zich terugtrok als onderhandelaar voor een door de PVV gedoogd kabinet. Helaas heeft hij zijn rug niet recht gehouden, door daarna ook te bedanken voor het Kamerlidmaatschap. Goed nieuws is er ook over de aantrekkende economie: in 2011 daalt het begrotingstekort naar verwachting van 6 naar 3,5 procent. Europese bankpresident Trichet voorspelt dat er geen dubbele dip komt en er komt een nieuw te vormen European Systemic Risk Board, die systeemrisico’s en macro-economische problemen in de EU eerder moet signaleren. Nederland kan opgelucht ademhalen.

Zo niet NRC Handelsblad. Hier lees ik de ene jobstijding na de andere. Op 2 september schrijft Bastiaan Bommeljé dat we de neergang van Nederland samen met onze prominenten uitstekend afkunnen zonder Geert Wilders. Maar Opinie & Debat van 4 september spant de kroon. In het openingsartikel van Charles Kupchan staat dat Europa uiteenvalt, op pagina 3 beweert Ahmed al-Saraf dat de vrees voor de islamisering van Europa terecht is en op pagina 5 constateert Marc Chavannes: „Het oude bestel kraakt en dampt.”

Wat is er toch aan de hand met Nederland? Het zo verguisde vierde kabinet- Balkenende heeft het land economisch gezien op uitstekende wijze door zwaar weer geloodst. Op 21 november 2008 stond de AEX op 220 punten, momenteel staat de index op bijna 330 punten. Massale werkloosheid is uitgebleven. Dat de formatie nu al meer dan negentig dagen duurt is niet onlogisch, gezien de uitslag van de verkiezingen.

Het probleem ligt dus ergens anders: in het gebrek aan een helder geformuleerd toekomstperspectief, een eenvoudige boodschap die aanslaat bij de kiezer. De globalisering heeft Nederland in nieuw vaarwater gebracht, waardoor ‘oude politiek’, wat dat ook zijn mag, niet meer volstaat. Politieke partijen moeten consistente lijnen uitzetten, zowel voor het binnenlands beleid als ten aanzien van Europa en de rest van de wereld. Het eenvoudigste antwoord komt van Geert Wilders: meer Nederland, minder Europa. Maar die boodschap is tegenstrijdig. Minder Europa betekent op den duur meer brokken voor Nederland. Daarom moeten politici over de brug komen; zonder de EU kunnen we het niet. Leg dat maar eens uit.

De crisis van het politieke bestel biedt juist kansen. De brief van Ab Klink biedt aanknopingspunten voor een debat over een nieuwe samenbindende boodschap. Maar over de invulling van die boodschap zou wel meer gedebatteerd mogen worden. De politieke leegte die analisten als Marc Chavannes signaleren, is niet in de eerste plaats een bestuurlijk probleem van een elite die er met de baantjes vandoor gaat, maar een ideologisch probleem. Het politieke debat in Nederland lijkt steeds vast te lopen op een paar onderwerpen, zoals de hypotheekrenteaftrek, het ontslagrecht, integratie en veiligheid. Als politieke partijen erin slagen deze onderwerpen – hun eigen belangen – te overstijgen en heldere antwoorden te vinden op de problemen van de vergrijzing, van het te verwachten tekort aan arbeidskrachten in 2020, van culturele verschillen in de wijken en van het in overeenstemming brengen van binnen- en buitenlands beleid, dan verdwijnen de verwijten als sneeuw voor de zon. Als de oude partijen geen betere consistente en congruente toekomstvisie weten te formuleren, dan blijft het bij holle frasen, en gaat de PVV er met de kluif vandoor.