Heel Polen nu verkeersinfarct

In de eerste helft van dit jaar hadden alle Poolse treinen samen vijf jaar en één maand vertraging. Het land zit niet stil, maar het staat wel stil.

In Polen ga ik maar al te graag met de trein. Omdat mijn leven me lief is: jaarlijks vallen er 5.000 verkeersdoden op het archaïsche wegennet. Omdat het sneller is: met de trein leg je gemiddeld 100 kilometer per uur af, met de auto 70. En omdat intercity’s hier zijn uitgerust met een in Europa uitstervend fenomeen: restauratiewagens.

Waar zie je nog koks boven een ouderwets gasfornuis jongleren met pannen hete olie, terwijl de trein schuddend over een wissel raast of gierend tot stilstand komt? De varkenslap met gebakken aardappels, de flaki (ingewandensoep), de oploskoffie - alles smaakt er een stuk beter door.

Maar de lol is ervan af. Steeds vaker zit ik in treinen die met uren vertraging vertrekken of aankomen (mijn record tot nu toe is 320 minuten). Afspraken maken is acrobatiek. PKP, het nationale spoorwegenbedrijf, heeft onthutsende statistieken gepubliceerd: in de eerste helft van dit jaar hadden alle treinen gezamenlijk vijf jaar en één maand vertraging.

Polen heeft, om historische redenen, altijd een problematisch spoorwegennet gehad. Tot 1918 was het land bezet door Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Na het herstel van de onafhankelijkheid moesten de verschillende spoorsystemen van die drie buurlanden worden samengevoegd tot één logisch geheel. Een exercitie die herhaald kon worden na de Tweede Wereldoorlog, toen Polen op de kaart een heel eind naar het westen opschoof. De gevolgen merk je tot op heden: de dichtheid van het spoorwegennetwerk in het westen, in wat vroeger Duits grondgebied was, is groot, terwijl trajecten in het oosten, waar de Russen ooit huishielden, dun gezaaid zijn. Infrastructurele schizofrenie, waar Polen nog niet van genezen is.

Gelukkig wordt er wat aan gedaan. Warschau mag tot 2013 maar liefst 67 miljard Europees hulpgeld besteden, is daar ook mee bezig. Overal wordt gebouwd en verbouwd. En dat is juist het ‘probleem’: de kwaliteit van het leven gaat, in ieder geval tijdelijk, zwaar gebukt onder al die investeringsdrift. Het land zit niet stil, maar staat wel stil. Ziehier de Poolse paradox.

Over een ritje van Warschau naar havenstad Gdansk (340 kilometer) deed je ooit ruim drie uur, maar nu moeten alle treinen over één spoor, terwijl het andere wordt gerenoveerd. Nu zit je volgens het spoorboekje zes uur in de trein, maar dat klopt niet, het is altijd langer, een eeuwigheid, waarvoor de evenwichtskunst in de treinkeuken geen soelaas biedt. Rokers rebelleren al. Het stiekeme sigaretje op het toilet wordt nu schaamteloos in het gangpad opgestoken, met een blik van: de PKP kan de pot op. En de medepassagier kennelijk ook.

Een alternatief is er niet. Je kunt vliegen, maar dat is duur. Het wegennet wordt op dit moment ook op de schop genomen. In één uur 70 kilometer afleggen is een topprestatie die zelden meer wordt gehaald. En met 50 per uur uitkijken op een prachtige snelweg in aanbouw is een martelgang.

De Poolse paradox, hoe lang nog? Heel lang nog, zo valt te vrezen. Onlangs arresteerde de politie een groepje wegarbeiders en onderaannemers bij de A1, de snelweg die ooit het noorden met het zuiden van Polen moet verbinden. Wat ze overdag aan grint hadden gestort, bleken ze ’s nachts te vervangen voor goedkoop en waarschijnlijk verontreinigd zand. Een praktijk die mogelijk al jaren duurde.

De kans dat de weg klaar is in 2012, wanneer Polen en Oekraïne het EK voetbal organiseren, is daarmee verkeken, concludeert dagblad Gazeta Wyborcza. De trein dan maar, met een wereldontvanger of internetverbinding, voor het geval de aftrap wordt gemist.