God is goed - voor de verkoopcijfers

“Die hypothese heb ik niet nodig.” Dat antwoord gaf tweehonderd jaar geleden de beroemde wis- en natuurkundige Pierre-Simon Laplace, nadat de Franse keizer Napoleon hem had gevraagd waar God zich bevond in het wetenschappelijke systeem.

God is dood, zei filosoof Friedrich Nietzsche ruim een eeuw later, vanuit een ander perspectief.

Maar als de bekende kosmoloog Stephen Hawking zichzelf herhaalt en zegt dat er volgens hem geen god nodig is om het ontstaan van het universum te verklaren, dan heet dat toch wereldschokkend.

“Hawking: God heeft het universum niet geschapen” kopte de Britse krant The Times vorige week breeduit op de voorpagina. En talloze kranten en websites wereldwijd schreven het na.

Maar wat heeft Hawking echt gezegd? Niks anders dan wat hij in zijn bestseller A brief history of Time (oplage zes miljoen) ook al beweerde. Namelijk, dat het volgens hem mogelijk zal blijken om met natuurkundige wetten het ontstaan en het bestaan van de kosmos volledig te verklaren.

Oké, aan het einde van dat boek schrijft Hawking: “Als we een volledige theorie ontdekken[...] dan kennen we het brein van God.” Maar niemand zal toch serieus gedacht hebben dat Hawking het hier over een persoonlijke God had die gedetailleerd ingrijpt in het leven van mensen? Over een wijze man met een witte baard?

Eerder plaatst Hawking zich met deze uitspraak in de traditie van Spinoza, die God – onpersoonlijk – terugvond in de harmonie der dingen. En nog waarschijnlijker gebruikte Hawking God als metafoor – min of meer zoals Einstein deed toen hij over de theorie van de quantummechanica zei: God dobbelt niet.

Een cynicus kan denken dat dit geweldige publiciteit is voor Hawkings nieuwste boek dat binnenkort verschijnt. God verkoopt. Niet voor niks noemen journalisten het befaamde Higgsdeeltje dolgraag het ‘God particle’, al gruwt bedenker Peter Higgs van die benaming. En Richard Dawkins’ boek The God delusion was onmiddellijk een bestseller.

En misschien spreekt, wrang genoeg, het contrast tussen een slimme geest en een onttakeld lichaam in een rolstoel ook veel mensen aan. Het lijkt soms alsof Hawkings uitspraken mythischer proporties aannemen in de publieke perceptie, naarmate zijn lichaam verder aftakelt.

Het wetenschapsblad New Scientist houdt gewoon het roer recht. Dit blad herhaalt wat Hawking bijna tien jaar geleden, in 2001, in een interview zei: “Als je gelooft in de wetenschap, zoals ik doe, dan geloof je dat er bepaalde wetten bestaan waaraan altijd wordt gehoorzaamd. En als je dat zou willen, dan zou je kunnen zeggen dat deze wetten het werk zijn van God, maar dan geef je meer een definitie van God dan een bewijs van God.”

Ook in zijn nieuwste boek zal Hawking geen bewijs voor of tegen God geven – The Times heeft er een stuk uit voorgepubliceerd. Hawking herhaalt slechts dat er volgens hem “geen interventie nodig is van een bovennatuurlijke macht of god.”