En ík ben dit weekend zeilen in Friesland

Alexander Pechtold is fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer.

Dit weekeinde krijgt Nederland uitgebreid verslag van Wilders’ gang naar de plek waar enkele duizenden mensen het slachtoffer werden van de meest gruwelijke terroristische aanslag ooit. Dat brengt me terug naar mijn eerste confrontatie met de PVV-leider, in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van november 2006. In een radiodebat vergeleek Wilders de komst van niet-westerse immigranten met een tsunami, een natuurramp. Ik reageerde spontaan geschokt en bood Wilders weerwerk, maar vroeg me na afloop af of ik me niet had laten meeslepen en te verhit was geraakt.

Die reserve was snel weg: ik besloot me te verzetten tegen Wilders’ extremistische en bij vlagen racistische politiek. Omdat die lijnrecht staat tegenover mijn waarden van individuele vrijheid, gelijkwaardigheid en menselijkheid. Zijn aanval op staatssecretarissen van Turkse en Marokkaanse afkomst met twee paspoorten. De vergelijking van de Koran met Mein Kampf en het willen verbieden ervan. Israël dat rond Kerst 2008 bij de inval van Gaza „de hele bende maar de Sinaï moest inknikkeren”. De genuanceerde journaliste, verkracht door de Talibaan, die door Wilders werd neergezet als voorbeeld van het moreel verval van de elite. De opmerking over de afgehakte neus van Clairy Polak door zijn fractiegenoot Bosma. De Antillen op Marktplaats. En natuurlijk Fitna. Op de avond van het verschijnen van zijn film zou ik – welke avond dat ook mocht zijn – op verzoek van een tv-programma direct naar de studio komen. En velen met mij.

Opkomen voor grondrechten, ontmaskeren door het aanvoeren van feiten, het aandragen van alternatieven. En ja, ook morele verontwaardiging. Het is bij veel confrontaties in de Tweede Kamer allemaal gepasseerd. Hierdoor werd ik neergezet als dé anti-Wilders. Ik ben het stadium dat mij dat stoorde al lang voorbij.

Aan de vooravond van de volgende stap in Wilders’ dominantie van de Nederlandse politiek, de totstandkoming van zijn eigen marionettenkabinet, gaat hij internationaal. Niet als beoogd minister van Buitenlandse Zaken, maar als inspreker bij een vraagstuk van ruimtelijke ordening in New York.

Mag iemand tegen de wil van de meerderheid een gebouw kopen en daar een religieus centrum beginnen? Dat moet volgens mij een retorische vraag zijn in een democratie. Maar mijn mening is net zo interessant als die van een lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden over, laten we zeggen, de sloop van een paar boerderijen op landgoed De Horsten in Wassenaar.

Enfin, Wilders gaat naar New York. Burgemeester Bloomberg refereerde onlangs in een speech op Ground Zero aan de ontstaansgeschiedenis van zijn stad. Hij roemde de tolerantie van de stichters van Nieuw Amsterdam. Juist ja, de Hollanders. Wilders zal daar vandaag een voetnootje bij komen plaatsen.

Ik ga dit weekeinde zeilen in Friesland. Laat kandidaat-premier Rutte na vier jaar lang wegkijken maar eens een proeve van repliek geven. Mocht hij met steun van Wilders op het bordes staan, dan pak ik mijn rol weer op met een alternatief dat verbindend en stabiel is maar – toegegeven – het wereldnieuws niet zal halen. Laat ondertussen kandidaat-vicepremier Verhagen de Nederlandse belangen verdedigen, nadat hij eerst Wilders de mogelijkheid heeft geboden deze meer dan ooit te schaden.