Emoties botsen over grondwet

Turkije stemt morgen over aanpassingen van de grondwet, die nog stamt uit de tijd van de militaire dictatuur. In de campagnes speelt de inhoud een bijrol. Alles draait om ‘het gevoel’.

Het is al heet en plakkerig op de bovenste verdieping van het Taksim Square Hotel in Istanbul nog voor het handgemeen uitbreekt. Het moet een debat worden tussen Turkse intellectuelen over het referendum van morgen waarin de kiezer voor het eerst sinds 1982 zijn mening mag geven over de grondwet. De constitutie is een relikwie uit begin jaren tachtig toen de junta met een staatsgreep het bestuur over het land overnam. Volgens een van de 26 grondwetswijzingen die nu voorliggen zou het theoretisch mogelijk worden de coupplegers van toen te vervolgen.

Net op het moment dat een van de sprekers het woord neemt om uit te leggen waarom hij het een goed idee vindt die grondwet aan te passen, staan achter in de zaal studenten op. Er wordt gevloekt en getierd. Er vliegen eieren en beschuldigingen door de lucht. Voor de argumenten van de nee-stemmers is hier geen oor, roepen de studenten. „Ga toch weg, jullie nee-stemmers willen alleen de coupplegers beschermen”, klinkt het vanaf het spreekgestoelte voordat de studenten de zaal worden uitgezet.

Het incident is exemplarisch voor het debat in Turkije aan de vooravond van het referendum. Iedereen schreeuwt. Niemand luistert. Voor de inhoud van de 26 grondwetswijzigingen is nauwelijks ruimte op radio en televisie. Emotie voert de boventoon. Oppositie en regering voeren strijd alsof het om een verkiezing gaat.

„Nee”, betekent volgens de oppositiepartijen „nee” tegen de almacht van de architecten van de grondwetswijzingen, de islamitisch georiënteerde regering van premier Erdogan. „Ja” betekent „ja” voor het beleid van die regering, nu acht jaar aan de macht. De keuze is zo’n splijtzwam geworden in Turkije, dat zelfs bruiloften eronder lijden. Een bruidegom die onlangs werd gevraagd of hij zijn aanstaande inderdaad wilde trouwen, weigerde het ja-woord uit te spreken. Hij koos voor „ik wil”.

Osman Can, voorzitter van de bijeenkomst, ziet in „al die emoties het gebrek aan vertrouwen dat in Turkije bestaat, tussen de oude en de nieuwe elite, de oude en de nieuwe mentaliteit. Laat het stof maar waaien, mensen zullen pas later beseffen waar het hier werkelijk om gaat.” Can is hoogleraar constitutioneel recht en was acht jaar lang rapporteur voor het Constitutionele Hof van Turkije. Hij kreeg er een unieke inkijk in de wereld van de rechters. Een baan in het hol van de leeuw.

De meest omstreden wijzigingen die in het referendum ter discussie staan gaan over de benoeming van de rechters. Het aantal rechters in het Constitutionele Hof zal worden uitgebreid van elf naar zeventien en het parlement krijgt zeggenschap in de benoeming van drie extra rechters. Dat parlement wordt nu gedomineerd door de AK-partij. Een civiele staatsgreep dreigt, waarschuwen de nee-stemmers op straat. „De AK-regering zal de rechterlijke macht gaan overheersen. Ze zal nog meer macht naar zich toe trekken”, zegt Hulya Malusakli die namens de oppositiepartij CHP (de door Mustafa Kemal Atatürk opgerichte Republikeinse Volkspartij) wild met „nee”-vlaggen staat te zwaaien. „Ja” is een gevaar voor de trias politica en de rechtsstaat, vinden ze hier.

Dat argument is lachwekkend, vindt Osman Can. „De rechtsstaat bestaat niet in Turkije. Rechters in dit land zijn niet onpartijdig. Dat zijn ze nooit geweest. Ze zijn de poortwachters van de racistische en chauvinistische ideologie waarmee de republiek in de jaren twintig werd geboren.”

Dat zijn taboedoorbrekende woorden van een academicus die acht jaar lang voor dat hof werkte en de rechters adviseerde. Hij dreunt de jaartallen op die zijn straffe mening moeten illustreren. In de staatsgreep van 1960 tegen de eerste democratisch gekozen regering van Adnan Menderes speelden professoren en rechters een actieve rol. Menderes werd ter dood veroordeeld. In de coup van 1980 „verleenden de rechters legitimiteit aan de generaals” die honderdduizenden lieten opsluiten in de gevangenis.

In geen land in Europa hebben uitspraken van rechters zoveel invloed op de politiek als in Turkije. Met de grondwet van 1982 in de hand besloten de elf rechters van het Constitutionele Hof afgelopen december nog unaniem de Koerdische partij DTP te sluiten omdat die de eenheid van de Turkse staat zou bedreigen. Twee jaar eerder scheelde het maar een haar of diezelfde rechters hadden de regerende AK-partij verboden omdat haar islamitische agenda het seculiere karakter van de Turkse staat zou bedreigen.

„Politieke partijen worden in dit land niet verboden omdat ze ondemocratisch zijn, maar omdat het systeem ondemocratisch is. De huidige grondwet garandeert 63 grondrechten van de burger, maar door de ideologie van de rechters worden ze niet toegepast. Op basis van hun oude ideeën nemen rechters ingrijpende beslissingen terwijl ze geen idee hebben van wat er buiten op straat leeft. Ze zijn volkomen geïsoleerd van het dagelijks leven”, zegt Can. De rechters wonen op een extra beveiligd complex in Ankara en komen nauwelijks buiten. „Ik moest een van hen uitleggen dat je met skype tegenwoordig in de hele wereld gratis kunt telefoneren. Hij wist niet wat hij zag.”

Het systeem van benoemingen was jarenlang hiërarchisch. Wie de top van de rechterlijke macht wilde bereiken was afhankelijk van de mening van zijn collega’s. „Ze benoemden altijd mensen die dezelfde seculiere ideologie aanhingen.”

Maar Turkije staat niet stil. De afgelopen acht jaar werden veel nieuwe rechters benoemd die niet uit de seculiere hoek komen. De politieke revolutie van 2002 toen de AK-partij aan de macht kwam, verandert gestaag ook de rechterlijke macht. Het Constitutionele Hof had eerder dit jaar de kans om het referendum over de grondwetswijzigingen te blokkeren omdat de oppositie daarom had gevraagd. Ze lieten het doorgaan. „Dat is een economische beslissing geweest. Het volk maar ook investeerders zouden het niet accepteren. Ze beseffen dat ze hun legitimiteit kwijtraken als ze zich zouden verzetten.”

Ook de politieke vertegenwoordigers veranderen hun toon. Zelfs de nieuwe voorman van de CHP, Kemal Kilicdaroglu, zegt voorstander te zijn van een nieuwe grondwet. Diens ‘nee’ is vooral een nee tegen de bedenkers van de wijzigingen: de AK-partij.

De opiniepeilingen voorspellen een nek-aan-nek-race morgen. 51 procent voor ja, 49 procent nee. Ook als de grondwetswijzingen het halen, is Turkije nog niet af van zijn ondemocratische systeem. Can: „Dit referendum is slechts een begin. We hebben een hele nieuwe grondwet nodig. Alleen een democratisch proces kan onze samenleving helen. Nu geeft het justitiesysteem slechts een stem aan een kleine elite. Die elite zal haar stem hervinden, via andere democratische kanalen. Ook zij zal profiteren.”