De vuile oorlog in een verscheurde machtspartij

De gesprekken met de PVV leidde in de CDA-fractie tot een felle strijd. Met harde verwijten, dreigementen en een sfeer van intimidatie. En met uitroepen als ‘verraad’ en ‘moord’ .

Ab Klink zit achter zijn computer en worstelt met zijn gedachten. Wekenlang heeft hij samen met Maxime Verhagen de korte wandeling gemaakt van het oude ministerie van Justitie naar de vergaderzaal van informateur Ivo Opstelten in het Senaatsgebouw. Soms twaalf uur per dag heeft hij, de secondant van CDA-fractievoorzitter Verhagen, met VVD en PVV onderhandeld over een nieuw kabinet.

Vanaf vandaag zullen hun wegen zich scheiden. Verhagen moet maar iemand anders meenemen, Klink wil niet meer. Zijn weerzin tegen de anti-islamitische motieven van de PVV is zo gegroeid dat hij de onderhandelingen met Geert Wilders niet langer wil bijwonen. In de 19 alinea’s die hij die nacht tikt legt hij uit waarom.

In de brief, geschreven in de nacht van maandag 30 augustus, verklaart Klink waarom hij de man verlaat met wie hij bijna tien jaar in de partijtop samenwerkte. De brief is ook een waarschuwing voor de CDA-fractie: de partij zal een door de PVV gedoogd minderheidskabinet van VVD en CDA niet overleven. Een deel van de Kamerleden van het CDA zal de brief nooit uitlezen, de vijf pagina’s vinden ze te lang.

De brief is ook, maar dat beseft Klink op dat moment niet, het begin van het einde van zijn 81 dagen korte loopbaan als Tweede Kamerlid.

Twee werkelijkheden

Ab Klink was nooit principieel tegenstander van onderhandelingen met de PVV. Zijn fractiegenoten Ad Koppejan en Kathleen Ferrier waren dat wel, en hadden hun fractiegenoten daarvoor begin augustus al gewaarschuwd. Klink dacht juist dat er iets moois uit kon groeien, als de CDA-onderhandelaars maar scherp over belangen van hun partij waakten. Hij stelde een notitie op, met de voor het CDA essentiële punten: het beschermen van de rechtsstaat en ontwikkelingssamenwerking, het op peil houden van de verzorgingsstaat, het verbeteren van de duurzaamheid en het waken over de goede motieven van het immigratie- en integratiebeleid. Het ‘lijstje van Klink’ zoals het al snel ging heten, zit nu in de agenda van Kamerlid Ank Bijleveld, de nieuwe secondant van Verhagen.

„Ab Klink was de architect, Maxime Verhagen de aannemer”, zegt CDA-senator Hans Hillen. Zo gingen de CDA’ers de formatie in. Met als afgesproken procedure om weerstand tegen de PVV te kanaliseren: eerst een regeerakkoord, dan een oordeel. Ofwel: niet tussentijds piepen, tanden op elkaar.

Eventuele onrust in de partij lijkt op dat moment door interim-partijvoorzitter Henk Bleker vakkundig te zijn ontmanteld. Zijn belofte dat een CDA-congres zijn oordeel mag uitspreken over het regeerakkoord dat Verhagen aanlevert, is een unicum voor de partij. Zo lijkt de fractie zich kwetsbaar op te stellen voor dissonante geluiden van binnen en buiten. En krijgt Verhagen maximale ruimte om in alle rust te onderhandelen met VVD en PVV.

De formatiemachine gaat draaien. Werkgroepjes, met daarin Kamerleden van VVD, CDA en PVV buigen zich over thema’s als zorg, financiën, immigratie en integratie, veiligheid. Zij sturen honderden vragen naar de verschillende ministeries. Kan dit, kan dat, hoeveel kost het, wat levert het op? Zorgeloos is het proces natuurlijk niet. Er zijn grote meningsverschillen, impasses. Er gaan geruchten dat het ministerie van Financiën huiveringwekkende koopkrachtplaatjes naar de hoofdonderhandelaars stuurt. Maar niemand krijgt die te zien. Toch ontstaan in die werkgroepjes gevoelens van samenhorigheid en betrokkenheid. Er moet een klus worden geklaard.

Sommige CDA’ers voelen zich steeds onprettiger. Klink, Koppejan, Ferrier en aspirant-Kamerlid Jan Schinkelshoek, die een Kamerzetel zal krijgen als andere CDA’ers de fractie verlaten om een kabinet te vormen, hebben het gevoel in een fuik te zwemmen. Al die overleggen over zorgtoeslagen, integratiecursussen, politiesterkte en departementale reorganisaties zijn belangrijk. Sommige oude CDA-dromen zouden in deze formatie best eens uit kunnen komen. Maar waar is het ‘totaalplaatje’? Wat is de visie van dit kabinet? Voor welke maatschappij staat het? Ze vrezen dat hun collega’s zich verliezen in de onophoudelijke stroom details, en zich niet meer afvragen wat het CDA écht in dit kabinet te zoeken heeft.

Dat gevoel wordt versterkt doordat ze bijna geen dag een krant kunnen openslaan zonder te lezen over CDA’ers die zich uitspreken tegen samenwerking met de PVV. In dagblad Trouw verschijnt een manifest van 44 verontruste CDA’ers die vinden dat de PVV de beginselen van de rechtsstaat bedreigt. Enkele dagen later zet ex-premier Dries van Agt in de Volkskrant zijn bezwaren op een rijtje. Bijna geen prominent blijft achter: ex-minister Cees Veerman, ex-informateur Herman Wijffels, ex-minister van Financiën Frans Andriessen.

Zo nu en dan proberen Koppejan, Ferrier en Schinkelshoek hun twijfels te delen met de fractie. Hun kritiek wordt met een grapje aan de kant geschoven. Zij zijn echt niet de enigen met twijfels, zegt Maxime Verhagen dan, alle 21 CDA’ers hebben een principieel voorbehoud gemaakt, ook de fractievoorzitter zelf. Juist om die reden moet de CDA-fractie het proces netjes afwerken en een regeerakkoord afleveren. Zo is het afgesproken.

Met die redenering miskent Verhagen de kern van hun bedenkingen, vinden de twijfelaars. Een regeerakkoord, hoe mooi ook, kan hun grootste bezwaar niet wegnemen: de structurele instabiliteit van een minderheidskabinet met gedoogsteun van een altijd provocerende Wilders en zijn onvoorspelbare PVV. Maar naast die politiek-strategische vrees is er ook een principiële bedenking die ze niet loslaat: hoe kan de anti-islamitische, immer ruzie zoekende PVV samenwerken met het op consensus gerichte CDA, dat juist het geloof ziet als een van de pijlers van een levenswaardig bestaan? Ziet de fractietop dan niet de Wilders met het CDA speelt? Hij tart de christen-democraten, bijvoorbeeld door de partijvoorzitter een „enorme zeurpiet” te noemen.

Klinkt zwijgt, hoewel ook bij hem de twijfels groeien. Tot de fractievergadering 24 augustus. Dan vraagt hij om een „time-out”. De partij moet op adem komen, zegt hij, tijd krijgen om te begrijpen wat er de afgelopen weken is gebeurd. Koppejan, Ferrier en Schinkelshoek sluiten zich daarbij aan. Enkele andere Kamerleden, geen uitgesproken twijfelaars, hebben het gevoel dat een korte pauze wel lekker zou zijn. Even kijken hoe ver ze zijn, welke weg ze opgaan. Verhagen wil er niets van weten. Hij wil tempo maken, profiteren van de tijdsdruk. De fractievoorzitter merkt dat de vermoeidheid de andere onderhandelaars parten begint te spelen, terwijl hij er zelf geen last van heeft.

Twee dagen later vraagt ook ex-informateur Ruud Lubbers in een brief aan de Kamerleden om een „time-out”. De fractietop wordt ongerust. Waarom gebruiken Klink en Lubbers dezelfde woorden? Wat gebeurt er allemaal achter hun rug om? Later zal Klink de suggestie van een samenzwering volkomen onzinnig noemen.

Verraad

[...] de parlementsleden handelen in eigen verantwoordelijkheid zonder daarvoor opdrachten van anderen te aanvaarden.

Het staat er zo mooi, in artikel 14 van het Program van Uitgangspunten van het CDA. Maar op 31 augustus merkt de partijtop tot zijn schrik wat er gebeurt als Kamerleden die gewetensvrijheid in de praktijk brengen.

Om negen uur die dinsdagochtend komt de fractietop zoals altijd bij elkaar om de ontwikkelingen bij de formatie door te nemen. Maar Verhagen heeft slecht nieuws. Klink wil niet meer verder. Fractiesecretaris Sybrand van Haersma Buma hoort dan dat Koppejan en Ferrier een onderhoud met de fractievoorzitter wensen, zij willen over hun bezwaren spreken. Even later komt er nog een mededeling: Schinkelshoek is niet meer beschikbaar voor een vrijvallende Kamerzetel, hij wil niet met de PVV verder en verlaat de landelijke politiek.

Er breekt lichte paniek uit binnen de fractietop. Is dit een georkestreerde aanval op onderhandelaar Verhagen? De geplande ochtendvergadering met de Kamerleden wordt direct afgelast. De informateur krijgt een noodbericht: het CDA zal die dag niet meer verder onderhandelen.

Gealarmeerde journalisten verzamelen zich rond de fractiekamer in de CDA-vleugel. Daar zien ze kort voor half vijf de fractieleden één voor één arriveren. Geen commentaar, gesloten gezichten. Het overleg zal 7,5 uur duren. Al die tijd blijven de bezwaren van de dissidenten onbesproken. Het gaat maar om één ding: er moet een formule worden bedacht waardoor de fractie unaniem de kamer kan verlaten.

Beide kampen leven in werkelijkheden die elkaar niet meer zullen raken. Verhagen, maar ook Kamerleden als Joop Atsma, Van Haersma Buma en Sander de Rouwe zijn ontstemd. Er zijn afspraken, en afspraken leef je na. Alsof de dissidenten de enige zijn met principes, mopperen zij. Alsof alleen zij hebben nagedacht. Door hun bezwaren door te drukken ontnemen de drie hun achttien fractiegenoten de kans om hun eigen oordeel te vellen over de coalitiebesprekingen met de PVV.

Partijvoorzitter Bleker houdt een uiteenzetting over wat er gebeurt als drie Kamerleden zich van de fractie afscheiden. Hij stelt voor de partijsecretaris te laten onderzoeken wat de reglementen hierover zeggen. Voor een aantal CDA’ers is het een vanzelfsprekende toelichting op de ultieme consequenties van de situatie. Het proces moet wel helder blijven. Maar de drie dissidenten voelen zich bedreigd. Waarom worden hun bezwaren niet besproken? Waarom begint Bleker direct over hun vertrek uit de fractie?

Klink, Koppejan en Ferrier kunnen het nauwelijks geloven als Verhagen een voorstel overneemt van De Rouwe: de drie moeten verklaren dat ze zich vooraf neerleggen bij het oordeel van het CDA-congres óf hun Kamerzetel zullen opgeven. Niet alleen het CDA-reglement, ook de Grondwet staat dit soort constructies niet toe.

Het procesdenken van Verhagen is een val, voelen ze. Als ze ná het akkoord met hun bezwaren komen, krijgen ze gegarandeerd het verwijt dat ze het maar eerder hadden moeten zeggen. En hun zorgen over de motieven van de PVV hangen toch niet van de inhoud van een akkoord af.

Die nacht is een oplossing nog ver weg. Een schorsing tot de volgende dag moet wijsheid brengen. Tevergeefs. De vergadering is nauwelijks begonnen of hij wordt alweer geschorst. Groepjes CDA’ers zwermen uit over het Plein, waar ze op terrasjes wachten op nieuws over hun toekomst.

Piet Hein Donner, CDA-minister van Sociale Zaken, moet het proces weer op gang krijgen. Op zijn ministerie ontvangt hij Klink, Koppejan en Ferrier. Weer weigert het drietal in te stemmen met een schriftelijke verklaring waarin ze op voorhand beloven dat ze de Kamer uitgaan als ze het oordeel van het CDA-congres niet volgen.

Laat in de avond komt het bericht dat de fractievergadering weer wordt hervat. Sommige Kamerleden hebben de hoop dat het nu snel voorbij is. Maar als Donner de verklaring van de dissidenten voorleest, steekt Klink zijn vinger op. Hij wil toch nog een formulering aanpassen. Het levert kwade blikken en gezucht en gesteun op. Nu is het genoeg, vinden veel Kamerleden. Sommigen reageren woedend. Een CDA’er spreekt van „verraad”, en „moord met voorbedachte rade”. Kathleen Ferrier maakt aanstalten om weg te lopen. Iemand snikt.

Toch maar verder

Diep in de nacht kwam de uitgeputte CDA-fractie toch met een formule die het proces redde: er waren grote bezwaren, maar die konden worden weggenomen. Verhagen herhaalde zo vaak hij kon hoe eensgezind de fractie wel niet was. Veel hielp het niet: een paar dagen later brak Wilders de formatieonderhandelingen af.

Het was Klink die de formatie weer tot leven wekte, door alsnog zijn Kamerzetel op geven. Wilders zag er voldoende aanleiding in zich weer beschikbaar te stellen voor onderhandelingen. Dat Ferrier en Koppejan alweer getwitterd hadden dat hun zorgen springlevend waren, was geen bezwaar. Een half uur later sloot VVD-leider Rutte zich bij Wilders aan.

Verhagen deed er iets langer over. Hij haastte zich naar de wekelijkse CDA-fractievergaderingen, die hij wegens verplichtingen als Minister van Buitenlandse Zaken had laten schieten. Mocht hij ook ja zeggen tegen Wilders? Dat mocht van de fractie.

Sommige CDA’ers verafschuwen die gretigheid. Wilders heeft hen aan een touwtje. Hij bepaalt of de formatiebesprekingen worden afgebroken, hij bepaalt of ze worden hervat. Andere CDA’ers hopen dat ze kunnen werken aan het herstel van hun imago als betrouwbare en solide regeringspartij.

Ook de leiders van de formerende partijen willen graag geloven dat de problemen in de CDA-fractie zijn opgelost. Naar de ‘problemen’ Koppejan en Ferrier wordt maar even niet gekeken.

Maar bij voor- en tegenstanders van de dissidenten heeft de affaire diepe sporen getrokken. Klink gaf als reden voor zijn afscheid dat „de basis voor samenwerking – vertrouwen – is aangetast.” Bij zijn overgebleven fractiegenoten lijkt het onderlinge vertrouwen er niet veel beter aan toe. Het herhaalde aandringen van de partijtop op een schriftelijke verklaring van de dissidenten dat ze het CDA-congres blind zouden volgen, beschouwen ook sommige CDA’ers buiten de fractie als intimidatie.

De vraag is hoe een zo zwaar beschadigde fractie straks omgaat met de dubbele uitdaging die ze te wachten staat: regeren met gedoogsteun van de PVV terwijl je de meest draconische bezuinigingen in jaren doorvoert. Een uitdaging die, zo schreef Klink in zijn brief „de spankracht van het CDA te boven gaat”.

Of, zoals de Koppejan al heeft getwitterd: „Als de komende kabinetsperiode net zo bizar verloopt als de formatie die eraan vooraf ging, dan belooft dat weinig goeds voor de toekomst.”