De Nigel de Jongs horen niet op het veld

„Ik weet precies hoever ik kan gaan”, aldus middenvelder Nigel de Jong van het Nederlands elftal (NRC Handelsblad, 2 september). Tot hoever De Jong gaat, wordt duidelijk uit de foto waarop valt te zien dat hij zijn tegenstander een karatetrap geeft. Buiten het voetbalveld zou zo’n actie tot minstens een maand cel leiden. De Jong kan niet wakker liggen van de kritiek: „Het interesseert mij niet…”

De Jong heeft vaker bewezen (veel) te ver te gaan. Zijn reactie op de vraag hoe het gaat met de Amerikaanse voetballer die een gebroken been overhield aan een van zijn acties: „Het is nu niet meer relevant.” Dit is de mentaliteit van een voetballer die door bondscoach Van Marwijk, sans gêne, wordt opgesteld in het nationale elftal.

Voor spelers als De Jong heiligt het doel (het ‘resultaat’) alle middelen. Daarin staat hij helaas niet alleen. Middenvelder Van Bommel staat eveneens bekend als een notoire schopper.

Hoe is het mogelijk dat de verantwoordelijken voor het Nederlands elftal dit soort voetballers in de selectie opnemen? Waarom worden dergelijke misdadige aanslagen op het voetbalveld geaccepteerd? Wat de invloed hiervan is op vaak jonge supporters laat zich raden. Waarom nemen de beleidsverantwoordelijken van de KNVB hun verantwoordelijkheid in dezen niet?

En het zo belangrijk geachte ‘resultaat’ wordt niet eens bereikt. Want door ‘slopers’ op te stellen, worden technisch vaardige, creatieve en aanvallend ingestelde voetballers buiten de ploeg gehouden. Met als resultaat: saai, bloedeloos antivoetbal en weer geen kampioen.

Wim Bekkers

Utrecht