De heilloze weg van de godsdienstoorlogen

Boekverbranding is een eeuwenoud ritueel. Het komt in vele culturen, godsdiensten en ideologieën voor. Maar biblioclasme is daarmee nog geen infantiel tijdverdrijf, zoals het in de fik steken van vlaggen of poppen die het boze moeten verbeelden. Het is een anti-intellectueel ritueel dat zich direct richt op de geestelijke én fysieke integriteit van dichters en denkers. Salman Rushdie heeft dat ervaren met zijn roman De Duivelsverzen, die eind jaren tachtig door boze moslims symbolisch werd verbrand en de auteur op een doodvonnis per fatwa kwam te staan.

De dichter Heinrich Heine beschreef de ultieme consequenties van de rituele boekverbranding twee eeuwen geleden profetisch. „Dit was nog maar het voorspel. Daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen”, tekende Heine in 1821 op in een toneelstuk over een Koranverbranding in Granada, na de herovering van Andalusië op de islam in de vijftiende eeuw.

Dominee Terry Jones in Gainesville (Florida) vond het negen jaar na 9/11 tijd voor een eigentijdse reconquista. Volgens Jones is de islam gelijk aan de duivel. Hij heeft deze dwaalweg nu verlaten. Naar eigen zeggen na concessies van islamitische zijde. Wellicht heeft hij zich laten overtuigen door de rede van president Obama die „deze stunt een goudmijn voor de rekrutering voor Al Qaeda” noemde.

Maar met de terugtocht van Jones is de lont nog niet uit het kruitvat. De godsdienstoorlog, waaraan de dominee op zijn manier een bijdrage wilde leveren, lijkt eerder te escaleren dan te doven. En dat is geen aangenaam vooruitzicht. Want godsdienstoorlogen zijn vaak eindeloos. De Kruistochten en Dertigjarige Oorlog (1618-1648) hebben, nadat ze op het slagveld beslecht waren, nog eeuwen doorgewerkt en aanleiding gegeven voor nieuw geweld.

Dat komt niet alleen door het heilige geloof in het eigen gelijk van de strijders, maar ook door de symbiotische verhouding tussen bijvoorbeeld jihadisten en kruisvaarders. Wat God is voor de een is de Duivel voor de ander en omgekeerd. Ook de VS, van oudsher een diep religieus land van leven en laten leven, wordt meegezogen. De betoging die Stop Islamization of America (SIOA) vandaag in New York houdt tegen de bouw van een islamitische gemeenschapshuis nabij Ground Zero is daar een uiting van. Dat Geert Wilders daar spreekt, ligt voor de hand. Dat de voormalige Republikeins partijleider Newt Gingrich naast hem staat, is een teken aan de wand. Na 9/11 probeerde zijn partijgenoot president George W. Bush steeds terrorisme en religie te scheiden. De actiegroep SIOA heeft hier lak aan.

Zodoende dient zich een soort internationale beweging aan die de islam kwalificeert als „fascistische ideologie” en daarom pleit voor een verbod van de Koran. Die typologie suggereert historische en politieke correctheid. Maar dat is schijn. Zelfs als moslims geen religie maar een (politiek) idee aanhangen, dan nog staan verbodsbepalingen haaks op grondbeginselen. Ook ideologieën moeten zich in een democratie immers kunnen beroepen op fundamentele vrijheden als die van vereniging, vergadering en drukpers.

De tijd van senator Joe McCarthy en diens ‘red scare’, toen er in de hitte van de Koude Oorlog in Amerika communistische boeken werden verbrand en in Nederland de CPN uit talloze parlementaire lichamen werd geweerd, is voorbij en moet niet worden herhaald.