Bestand ETA verdeelt Basken

Een verzwakte ETA laat de wapens voorlopig rusten. De Spaanse regering is niet onder de indruk. Lokale Basken dringen niettemin aan op onderhandelingen over een duurzame vrede.

Ana Saez heeft haar zoon Zumai goed opgevoed, vindt ze. „Het is een fantastische jongen. Sociaal zeer betrokken en absoluut gecommitteerd aan de Baskische zaak.” Maar wanneer Zumai later deze maand 21 wordt, zullen ze zijn verjaardag moeten vieren in de gevangenis. Afgelopen november pakte de politie hem en nog 33 jongeren op bij een grote actie tegen Segi, een ultralinkse Baskisch-nationalistische jongerenorganisatie. Deze is al jaren verboden, omdat ze als ‘kweekvijver’ van de ETA zou dienen.

„We hebben het over de risico’s van zijn lidmaatschap gehad. Maar ik was er heel trots op”, vertelt Saez op een terrasje in de Messenmakerstraat in Vitoria. De smalle straat in het oude centrum van de Baskische hoofdstad geldt als een bolwerk van het Baskisch nationalisme. In verscheidene barretjes hangen foto’s van Zumai en zijn eveneens opgepakte vrienden aan de muur, naast posters van onder andere Fidel Castro en de Noord-Ierse IRA. Via een fooienpot op de toog wordt geld ingezameld voor de reiskosten die families van ETA-gevangenen hebben.

Het liefst, zegt Saez, had ze ook foto’s van Zumai buiten op straat opgehangen. Maar dat mag sinds vorig jaar niet meer van de autoriteiten. De foto’s zouden ETA-geweld vergoelijken en slachtoffers kwetsen. Saez ontkent niet dat sommige leden van Segi en van Batasuna, de politieke tak van de ETA, in het verleden geweld gebruikten. Maar ze vindt dat geen reden de bewegingen te verbieden. „Als één politicus betrapt wordt op corruptie, wordt toch ook niet de hele partij verboden?”

Waar het gewelddadige separatisme van de ETA ophoudt en een geweldloze, in principe legale strijd voor een onafhankelijk Baskenland begint, is geen nieuwe discussie in Spanje. Ze heeft echter aan politieke relevantie gewonnen sinds de ETA zondag een staakt-het-vuren afkondigde. In een video maakte de in de afgelopen jaren sterk verzwakte terreurbeweging bekend geen gewapende acties meer te zullen ondernemen. De ETA zegt nu een „democratische oplossing” na te streven.

De met de ETA sympathiserende politieke beweging drong de afgelopen maanden herhaaldelijk aan op een wapenstilstand. En al hadden zij graag gezien dat de ETA een concreter en definitiever staakt-het-vuren had afgekondigd, ze vinden dat de regering het aanbod serieus moet nemen. „Een kans op vrede kan niet zomaar afgeslagen worden”, stelt Ikerne Badiola, van Eusko Alkartasuna, een legale nationalistische partij die recentelijk een strategisch akkoord sloot met ETA’s verboden politieke tak Batasuna.

Ook Ricardo Gatzagaetxebarria van de centrum-rechtse Baskische Nationalistische Partij (PNV), die tot vorig jaar bijna drie decennia lang onafgebroken de regioregering leidde, ziet een opening. „Het politieke project van de ETA is mislukt en militair is ze bijna verslagen. Dit heeft tot de positieve verandering geleid, dat voor het eerst in de geschiedenis de politieke tak de overhand lijkt te hebben over de militaire.”

De regering in Madrid en niet-nationalistische politici in Baskenland reageerden echter afwijzend op de video. Zij eisen al jaren een „definitief” bestand als voorwaarde voor onderhandelingen en voor eventuele legalisering van Batasuna. Dat ETA hier niet mee kwam, zien zij als aanwijzing dat de militaire tak nog steeds dominant is.

Bovendien, zegt voorzitter van het Baskische regioparlement Ana Quiroga, heeft de ETA zich in het verleden notoir onbetrouwbaar getoond. Als politicus van de rechts-conservatieve Volkspartij (PP) leeft Quiroga al ruim twee decennia onder constante bedreiging, vertelt ze in haar kantoor in Vitoria. „Ik was eind jaren tachtig een twintiger toen ik gemeenteraadslid werd en ‘dus’ beveiliging kreeg. Ook toen kwam de ETA met een staakt-het-vuren. Ik wilde ze maar al te graag geloven: er was weinig aan om met vriendinnen in de kroeg te zitten met constant twee lijfwachten achter me.” Inmiddels heeft Quiroga de hoop op een vreedzame oplossing verloren. Na elk staakt-het-vuren nam ETA de wapens toch weer op, voor het laatst in 2007.

Txarli Prieto, voorman van de socialisten in Vitoria, toont zich ook argwanend. „Tien, vijftien jaar geleden was het idee in Spanje dat de ETA wel te bestrijden was, maar nooit helemaal te verslaan. Inmiddels zijn ze zo verzwakt, dat we mogen gaan denken dat ze wel te verslaan zijn.”

Maar volgens de prominente Baskische journalist Martxelo Otamendi is zo’n ETA-nederlaag moeilijk te bereiken. „Hoe zwak de ETA er militair ook voor staat; het zal voor hen altijd mogelijk blijven iemand dood te schieten of ergens een rugzakje met explosieven achter te laten.”

Behalve „een aspect van wraak” ziet hij ook politieke berekening achter de regeringsaanpak. „Zo’n nederlaag zou een zware psychologisch klap toebrengen aan het nationalistische sentiment in de Baskische maatschappij. Terwijl een onderhandelde vrede juist een oppepper zou geven.”

Otamendi vindt dat de regering er beter aan zou doen op het ETA-bestand in te gaan. „ETA heeft heus niet serieus gedacht de regering met dit beperkte aanbod al te kunnen verleiden tot legalisering van Batasuna. Er zullen dus meer stappen volgen, maar ze willen die doseren teneinde er zo veel mogelijk winst uit te halen. Ze wachten op een antwoord.”