Walen piekeren over zelfstandig verder gaan

Zelfstandig verdergaan van Wallonië is niet alleen retoriek van Waalse toppolitici. Franstalige burgers houden serieus rekening met een splijting van België.

Inwoners van België, die wel eens diep nadenken over de toekomst van hun land, denken dan vaak ook aan Tsjechië en Slowakije. Zo keurig, zonder gedoe over een hoofdstad, die ze allebei willen hebben, zal België nooit uit elkaar vallen.

En als ze praten over de problemen in hun land, noemen ze bijna altijd ook Canada. „In Canada”, zegt Jacques De Decker, schrijver en secretaris van de Koninklijke Academie voor de Franse taal- en letterkunde in België, „is er een basis van wederzijds respect voor de andere taal. Bij ons zijn er veel Franstaligen die zich afvragen of de taal van de Vlamingen wel van hetzelfde niveau is als het Frans.”

De Decker gelooft „geen seconde” dat de Franstalige politici die nu opeens de mogelijkheid noemen van een zelfstandig Wallonië, zonder Vlaanderen, dat echt menen.

Het was spierballentaal, zegt een van zijn collega’s, de Franstalige schrijver en advocaat Alain Berenboom. De drie toppolitici van de grootste partij in Wallonië, de Parti Socialiste, wilden indruk maken op de Vlamingen die in de onderhandelingen over een nieuwe regering steeds maar méér eigen bevoegdheden voor de regio’s hadden geëist. Daardoor waren de onderhandelingen mislukt.

Ook Philippe Van Parijs, econoom en filosoof aan de Franstalige universiteit UCL, denkt dat de uitspraken niks betekenen. „Het was retoriek. Het zal nooit gebeuren.”

Retoriek? In een café in Namen, de hoofdstad van Wallonië, zegt Gwénaëlle Grovonius dat zij het met haar vrienden en collega’s nergens anders meer over heeft. Op hen hebben de drie vooraanstaande socialistische politici – een burgemeester, een minister en de minister-president van Wallonië Rudy Demotte – in elk geval indruk gemaakt. „Maar we weten niet welke kant het op gaat.”

Gwénaëlle Grovonius is 31, ze is gemeenteraadslid voor de Franstalige socialisten in Namen en medewerker van de Waalse minister-president. Ze zegt eerst wat de meeste Franstaligen zeggen: „Ik wil niet dat België verdwijnt.” Maar ook: „We staan op een keerpunt. Ik heb nooit eerder zoveel Franstalige Belgen horen praten over méér bevoegdheden voor de eigen regio of zelfs over de mogelijkheid dat we alleen verder gaan.”

Het blijkt ook uit een opinieonderzoek dat gisteren werd gepubliceerd: ruim een derde van de ondervraagde Franstaligen vindt nu dat Wallonië zich moet voorbereiden op zelfstandigheid.

Op de markt van Namen geeft Evelyne Midre een demonstratie van de roterende zwabbers die ze verkoopt.

Daarna wil ze graag praten over België. De Vlamingen, zegt ze, hebben geen zin om nog te betalen voor de werkloze Walen. Helemaal eerlijk vindt ze dat niet – er was een tijd dat Wallonië rijk was en Vlaanderen arm. „Toen hielpen wij de Vlamingen.”

Maar Evelyne Midre vindt ook dat werklozen in Wallonië verwend worden. En de Walen, zegt ze, zouden hun best moeten doen om Nederlands te leren, de meeste Vlamingen spreken wél Frans. Niet dat ze denkt dat het dan nog goed kan komen. „België valt uit elkaar. Het duurt geen jaar meer.”

Op dezelfde markt verkoopt Michel Goffaux onderbroeken. Hij werkte meer dan dertig jaar voor een bank. Bij een reorganisatie werd hij ontslagen. Goffaux vertelt over de Nederlandse baas die hij een tijdje had bij de bank en die eiste dat er harder werd gewerkt. En over zijn vrouw die bij een bank in Brussel werkt, op een afdeling met Nederlandstaligen. Het is echt waar, zegt hij: „Die werken veel harder dan wij.”

Gemeenteraadslid Gwénaëlle Grovonius weet dat het een clichébeeld is, maar ze kan even niks beters bedenken: België als stel met huwelijksproblemen. „Als de ander niet met je verder wil, kun je niet blijven zeggen dat jíj wel bij elkaar wilt blijven.” Zo verklaart ze de uitspraken van de Franstalige politici: „We staan met onze rug tegen de muur.”

Uit opiniepeilingen blijkt steeds dat maar een kleine minderheid van de Vlamingen afscheiding van Wallonië wil. Maar Gwénaëlle Grovonius gelooft dat niet.

De Vlaams-nationalistische partij N-VA, die wil dat België verdwijnt, was de grote winnaar van de verkiezingen in juni. Deze zomer nog zette ‘Toerisme Vlaanderen’ een landkaart op de website met Vlaanderen als onafhankelijke staat.

Gwénaëlle Grovonius vindt dat ze als politicus optimistisch moet zijn. Het moet mogelijk zijn, denkt ze, dat de twee regio’s veel meer zelf gaan doen, maar toch één land blijven.

Econoom Philippe Van Parijs, die het een absurd idee vindt dat België zou verdwijnen, noemt het toch „niet nutteloos” om na te denken over scenario’s: drie stukken die overblijven (Vlaanderen, Wallonië, Brussel), of twee, waarbij dan of Vlaanderen of Wallonië Brussel krijgt.

„Ik zou niet weten waar ik als Brusselaar het liefste bij zou horen”, zegt de Franstalige schrijver Alain Berenboom. „Cultureel voel ik me het meest verwant aan de Vlaamse verbeeldingskracht. Maar het zou voelen alsof mijn armen worden afgehakt.”