Wachten op Nederlandse golfer in wereldtop

Het wil maar niet vlotten met de grote doorbraak van de Nederlandse topgolfers. Komt het door blessures, tegenslagen of trainen ze te weinig op goede slagen?

Laten we eerlijk zijn: golf is geen rocket science. De directeur van de Nederlandse Golf Federatie (NGF), Jeroen Stevens, wil het spel niet complexer maken dan het is. „Je hebt gewoon een witte bal, en die moet in zo min mogelijk slagen in een hole.”

Maar sportliefhebbers die de naakte cijfers bestuderen kunnen nauwelijks concluderen dat Nederland – waar golf met 360.000 beoefenaars inmiddels de derde sport is – de definitieve aanval op de wereldtop heeft geopend. In 2012, luidt een doelstelling van de NGF, zou Nederland een golfer moeten hebben in het Europese team voor de prestigieuze Ryder Cup. „Maar we moeten reëel zijn”, zegt Stevens langs de oefenbaan van de Hilversumsche Golf Club, waar gisteren de KLM Open begon. „We hebben geen Nederlander bij de beste 120 van de wereld. Een buitenstaander denkt: die mensen kunnen helemaal niets. Dat is niet zo.”

Toch lijkt het erop dat de Nederlandse golfers een trein hebben gemist. Pijnlijk is de vergelijking met een land als Italië, dat slechts 100.000 golfers telt. Desondanks doen volgende maand in Wales twee Italianen mee aan de Ryder Cup (de strijd tussen de beste golfers van Europa en die van de Verenigde Staten), de broers Edoardo en Francesco Molinari. Beiden staan bij de beste veertig golfers op de wereldranglijst.

Van het contingent van vijftien Nederlanders dat gisteren in de bossen bij Hilversum afsloeg voor de eerste ronde, is oudgediende Robert-Jan Derksen de hoogst genoteerde op de wereldranglijst. Hij staat op nummer 137, gevolgd door Joost Luiten (263) en Maarten Lafeber (319). En waar vorig jaar op de Europese Tour, het hoogste niveau, nog zes Nederlanders actief waren, zijn het er dit jaar nog drie: Derksen, Luiten en Lafeber.

Volgens Stevens ontbreekt het de Nederlandse golfers aan voldoende begeleiding zodra ze op de Europese Tour gaan spelen. „Bij die stap stokt het. Bij de amateurs werken we dagelijks met de spelers, maar als ze pro worden staan ze er ineens alleen voor. Daar willen we meer in investeren. Volgend jaar moeten coaches mee naar die toernooien.”

Toch is Gordon Machielsen, topsportcoördinator bij de NGF, nog hoopvol. „Het is niet zo slecht, er komen een aantal jongeren aan, zoals Floris de Vries, die volgend jaar op de Europese Tour speelt. En we hebben pech gehad met Luiten, die net zo’n groot talent is als die Italianen. Hij had Ryder Cup kunnen spelen als hij niet geblesseerd was geraakt.”

De 24-jarige golfer uit Bleiswijk, die enkele jaren geleden nog als nummer twee eindigde op het belangrijkste Nederlandse golftoernooi, verspeelde zeker een jaar als gevolg van een hardnekkige polsblessure, maar toonde gisteren met een uitstekende eerste ronde van 65 slagen (-5) aan dat hij op de weg terug is. „Ik wil toernooien winnen. De Ryder Cup halen. Deelnemen aan majors. Naar de top-10”, klinkt het strijdlustig als Luiten naar zijn ambities wordt gevraagd. In het kielzog van Luiten presteerde ook de zeventienjarige debutant Rowin Caron goed in Hilversum; de Brabantse amateur had slechts twee slagen meer nodig dan zijn landgenoot.

De Nederlandse golffederatie wil zich niet verschuilen achter toeval, of het succes van één talent. Stevens ziet verschillen in mentaliteit tussen de internationale toppers en de Nederlanders. „We weten al honderd jaar hoe belangrijk het korte spel is in het golf: het putten, het chippen, de bunkers, alles op en rond de green. Dat blijft bij ons een zwak punt.”

Stevens kijkt naar de golf range en knikt met zijn hoofd als het nieuwe Duitse golfwonder Martin Kaymer voorbij loopt, vorige maand winnaar van zijn eerste major, de US PGA Championship. De jonge Duitser, in Hilversum de grote publiekstrekker, staat bekend om de eindeloze trainingsuren die hij al jaren op de banen maakt. NGF-directeur Stevens: „Als je Kaymer volgt in zijn voorbereiding, en je vergelijkt dat met de nummer honderd, dan zie je dat Kaymer minimaal een uur langer staat te putten dan die andere golfer. Dat zeggen wij ook tegen de spelers. De meesten staan van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ballen te slaan op de golf range. Zo’n swing is nu eenmaal het leukst. Maar de besten staan aan de andere kant, op de putting green.”

Of de Nederlandse topgolfers hun neus ophalen voor dat soort arbeid? Topsportcoördinator Machielsen denkt niet dat dat het probleem is. „Het beeld dat het verwende jongetjes zijn klopt niet. Daar zijn we voorbij, er wordt hard gewerkt. Maar er zijn ook spelers die harder zouden kunnen werken aan hun zwakke punten. De beste spelers zijn ook de hardste werkers. Tiger Woods opent en sluit de baan. Hoe graag wil je winnen? De één wil dat meer dan de ander.”